1. SPRAAKAPRAXIE BEGRIJPEN
1.1. INLEIDING
- Praxis (“actie”)
o De vaardigheid om geleerde bewegingen doelbewust uit te voeren
o Geen genetisch aanwezige bewegingen (zoals reflexen of ademhaling)
o Voorbeeld: lopen, fietsen, piano spelen doelbewuste handelingen die
door oefening geleerd zijn
- Apraxie (“zonder actie)
o Stoornis/problemen in het doelbewust uitvoeren van geleerde bewegingen
Kan over het hele lichaam zijn
o Voorbeeld: moeite met het uitvoeren van complexe motorische
handelingen, zoals spreken, kammen van het haar (tandenborstel
gebruiken)
- Spreken als complexe motorische vaardigheid
o Vereist betrokkenheid van verschillende pijlers die met elkaar in connectie
staan:
Cognitie: aandacht, geheugen, executieve functies
Taal: ideeën omzetten in woorden en zinnen
Sensorimotorische processen:
Zintuigelijke verwerking van SK (auditief, tactiel en
proprioceptief)
Motorische verwerking van SK (planning en programmering,
controle en uitvoering van spraak)
o Spraakwerving is grotendeels automatisch en onbewust verbetert met
ervaring en oefening, zelfs tot in de puberteit
o Spreken is snel (bijv.: 4 syllaben per seconden in Vlaanderen) en
accuraat (één verspreking op 1000 woorden)
- Spraapapraxie (SA) (“spraak zonder beweging”)
o Stoornis waarbij spraak plot of geleidelijk niet meer doelbewust ingezet
kan worden
o Automatische taal en spraak blijven vaak beter bewaard
Repertoire van taal/spraak dat klaar zit en overtraind of gedrild is
Bijv. tellen, dagen van de week, spreekwoorden/zegswijzen, gebed,
…
o Oorzaak: verstoorde interactie tussen sensorische en motorische
processen die nodig zijn voor spraak
1
,1.2. SAMENWERKING TUSSEN SPRAAK EN TAAL (LEZEN)
- Iemand kan gesproken woorden begrijpen dankzij de werking van 3
taalmodules:
o Het auditieve analysesysteem, het auditieve inputlexicon , het semantisch
systeem
- Iemand kan woorden oproepen dankzij de samenwerking tussen…:
o Het semantisch systeem, het fonologisch outputlexicon, de fonologische
codering
1.2.1. TAALVERWERKINGSMODEL VOOR WOORDEN
- Taalverwerkingsprocessen om woorden te begrijpen en op te roepen
- A.g.v. hersenschade één of meerdere taalprocessen getroffen worden afasie
(= verworven taalstoornis)
o Taalverwerkingsprocessen afgerond talige informatie omzetten in
spraakmotorische informatie
- A.g.v. hersenschade de spraakmotorische processen getroffen worden
spraakapraxie en/of dysartrie
(= spraakmotorische stoornis)
- Na fonologische codering
taal vloeit over in spraak talige
boodschap uitgesproken kan
worden met ons
spraakapparaat
- Korte uitleggen hoe we woorden
oproepen (= taalproces) om te
begrijpen hoe een fonologische
code wordt omgezet in een
motorische code (start spraakproces):
Taal: - Semantische systeem: deel van het brein waar
woorden woordbetekenissen worden opgeslagen, verdeeld in een
verbaal (= woordbetekenissen) en non-verbaal (= kennis over
oproepen objecten) systeem
o Woorden zijn georganiseerd op betekenis
Bijv.: /kat/ en /hond/ liggen dicht bij elkaar
o Centraal gelegen module
o Cruciaal voor het begrijpen en produceren van zowel
gesproken als geschreven woorden
- Verbaal systeem: we kunnen woorden met vergelijkbare
betekenissen makkelijk associëren
o Concrete woorden makkelijker te begrijpen dan
abstracte woorden
Spraak: - Fonologische (abstracte) code (/h/o/n/t/) voorbereiden op
gesproken neurologische commando naar de spieren om woord uit te
spreken
woord o Motorische spraakproductie (sensorimotorische
controle) wordt geïnduceerd vanuit een taalcommando
2
, - 2 motorische fasen:
1. Spraakmotorische
planning en/of
motorische
programmering
2. Uitvoering (executie)
1.3. HET MOTORISCH SPRAAKKLANKGEHEUGEN
- Discussie over:
o Het onderscheid tussen “spraak plannen en spraak programmeren”
o Welke informatie verwerken de processen “plannen en programmeren”
- Fonologische code wordt motorische code
o Oproepen van motorisch informatie over de verschillende spraakklanken
en over de opeenvolging ervan
- Spreken = bewegen
- Planning- en programmeringsproces beschouwen als motorisch geheugen
1.3.1. STRUCTUURSPECIFIEKE INFORMATIE/PLANNING
- Motorische doelen worden gedefinieerd
o Nodig om de bewegingsactie te programmeren in sprierinstructies
voor het uitspreken van spraakklanken
= “Het selecteren van articulatorische bewegingsdoelen”
Basispatroon van de beweging, bepaald door:
o Amplitude: spatiële informatie – de grootte en de
vorm van de spraakbeweging
o Timing: temporele informatie – het starten, de duur
van de totale beweging, de duur van de
spraakklanken apart
Bewegingspatroon wordt gepland
o Doelen omvatten informatie over…
Articulatieplaats en de articulatiewijze:
de manier waarop de luchtstroom afgesloten
wordt
Temporele (timing) eigenschappen van de
geplande spraakklankbeweging
De beweging van de spraakklanken
achter elkaar, het beweginspatroon dat
wordt gepland
o Bijvoorbeeld: “het motorische plan voor de
syllabe /sa/
“S” “A”
Tong naar apico-alveolaire boog, gootje in Kaak open
de tong Stembandsluiting
Velumheffing Velumheffing
Kaak vrij gesloten als motorische doelen Lage tongligging voor de /a/
voor de /s/
3
, - Spraakklankbeweging wordt aangepast aan de context
o Situationele context
Roepen of fluisteren (beïnvloed u tempo – luid spreken trager)
Snel/traag praten
Met een lolly praten
o Articulatorische context
Bijvoorbeeld SA en SI = coarticulatie
Voorbeeld: Eenzelfde volwassene zegt telkens 1
keer de /s/ in telkens een andere
articulatorische context, 1) /sa/ en 2) /si/
o Dit resulteert in tongcurves (elke
10msec) tijdens de articulatie van de /s/
in /sa/ en /si/
o De curves tijdens de eerste helft van de
articulatie van de /s/ zijn in volle lijn en
de articulatie tijdens de tweede helft
van de consonant wordt met
stippenlijnen aangeduid
1.3.2. SPIER(GEWRICHT)SPECIFIEKE INFORMATIE
- Motorische programma’s zijn spierspecifiek geven correcte motorische
instructies die articulatieorganen in beweging zetten
o Richting: voor, achter, horizontaal, verticaal?
o Omvang: groot, klein, in mm, cm?
o Spanning: slap, gespannen?
o Snelheid
o Volgorde van spierbewegingen
- Motorisch programma: een set van spiercommando’s (bewegingsparameters)
dat samengesteld wordt voordat de beweging wordt uitgevoerd
1.3.3. MOTORISCH SPRAAKKLANKGEHEUGEN
Motorische spraakklankgeheugen samengevat:
1. Startpositie articulatieorganen
2. Articulatieplaats
3. Articulatiewijze (hoe de luchtstroom afgesloten wordt)
4. Duur van de spraakbewegingen
5. Opeenvolging (sequentiëring) van de spraakbewegingen
6. Spierinstructies en co-articulatie
7. Rechtstreeks activatie van hersenregio’s met sensorische info
1.3.4. BEÏNVLOEDENDE PARAMETERS
- Andere factoren dat het proces van sensorimotorische controle beïnvloeden
4