Hoofdstuk 7: Magnetische Resonantie Beeldvorming
→ Het maakt gebruik van Magneetvelden en Radiogolven
Er wordt een krachtige magneet gebruikt die een sterk magneetveld vormt
Er bevinden zich protonen in de atomen van water die zich in het lichaam bevinden. Ze
dienen als kleine magneten
De spoelen in de magneet gaan de RF-pulsen zenden en ontvangen
- De RF pulsen zorgen ervoor dat de protonen in een aangeslagen toestand (Parallel
of Antiparallel van energieniveau’s) komt
- Het verschil tussen de twee zorgt voor een magnetisch moment → Signaal oppikken
- Als de puls stopt → Dan gaan de protonen terugkeren naar hun grondtoestand
waarbij ze energie vrijgeven
De frequentie en kracht van de vrijgekomen energie wordt gemeten door de krachtige spoel
in de magneet
→ Dit wordt omgezet naar een digitaal beeld (moeilijke berekeningen door de computer)
In Botten en vetten is er minder water aanwezig dan in spieren, hersenen en organen
→ Hierdoor reageren ze ook anders op de RF puls
Er zijn drie soorten spoelen aanwezig in de magneet
1. Shim spoelen: doel is om het magnetisch veld zo homogeen mogelijk te maken.
- Als het magnetisch veld niet homogeen is: kunnen er vervormingen en
onnauwkeurigheden zijn in het beeld
- Deze spoelen passen het magnetisch veld aan door kleine aanpassingen te
maken in bepaalde delen van het magneetveld, waardoor het overal
gelijkmatig wordt.
2. Radiofrequentie Spoelen: zijn verantwoordelijk voor het uitzenden en ontvangen
van signalen.
- Dit zorgt ervoor dat de protonen in aangeslagen toestand komen
, 3. Gradiëntspoelen: zorgen voor een lineaire variatie in het magnetisch veld langs een
bepaalde richting, zoals de x-, y- of z-as.
- De gradiëntspoelen maken het mogelijk om ruimtelijke informatie te verkrijgen
door het magneetveld te laten variëren over de ruimte.
Magnetisch veldgradiënt = verwijst naar de variatie of verandering in de sterkte van het
magnetisch veld over een bepaalde afstand binnen het MRI-scanner bereik
Magnetische susceptibiliteit verwijst naar de mate waarin een materiaal het magnetische
veld beïnvloedt en hoe het reageert op dat veld
- Mate waarin materiaal wordt gemagnetiseerd in een magnetisch veld
- Het is een maat voor hoe gevoelig een materiaal is voor magnetische velden.
- Het geeft aan hoe sterk een materiaal wordt gepolariseerd wanneer het wordt
blootgesteld aan een extern magnetisch veld.
Diamagnetisch materialen: hebben een licht negatieve susceptibiliteit, hebben een
negatieve magnetische kracht -> Werken het externe magneetveld tegen
- Ze worden afgestoten van het magnetische veld
- voorbeelden: calcium, water, de meeste organische materialen
Paramagnetische materialen: ongepaarde elektronen, licht positieve susceptibiliteit
- voorbeelden: moleculair zuurstof (O2), deoxyhemoglobine, gadolinium-gebaseerde
contraststoffen
Ferromagnetische materialen: superparamagnetisch, versterken het extern magneetveld
- Het geeft een significante verstoring van het gemeten signaal
- Ze worden aangetrokken door het magnetische veld
- voorbeelden: ijzer, kobalt, nikkel
Larmor Frequentie = Het beschrijft de frequentie waarmee de magnetische momenten van
atoomkernen (zoals waterstofprotonen) draait in een extern magnetisch veld.
- Deze frequentie wordt bepaald door de sterkte van het magnetisch veld en de
specifieke eigenschappen van de kernen.
→ Het maakt gebruik van Magneetvelden en Radiogolven
Er wordt een krachtige magneet gebruikt die een sterk magneetveld vormt
Er bevinden zich protonen in de atomen van water die zich in het lichaam bevinden. Ze
dienen als kleine magneten
De spoelen in de magneet gaan de RF-pulsen zenden en ontvangen
- De RF pulsen zorgen ervoor dat de protonen in een aangeslagen toestand (Parallel
of Antiparallel van energieniveau’s) komt
- Het verschil tussen de twee zorgt voor een magnetisch moment → Signaal oppikken
- Als de puls stopt → Dan gaan de protonen terugkeren naar hun grondtoestand
waarbij ze energie vrijgeven
De frequentie en kracht van de vrijgekomen energie wordt gemeten door de krachtige spoel
in de magneet
→ Dit wordt omgezet naar een digitaal beeld (moeilijke berekeningen door de computer)
In Botten en vetten is er minder water aanwezig dan in spieren, hersenen en organen
→ Hierdoor reageren ze ook anders op de RF puls
Er zijn drie soorten spoelen aanwezig in de magneet
1. Shim spoelen: doel is om het magnetisch veld zo homogeen mogelijk te maken.
- Als het magnetisch veld niet homogeen is: kunnen er vervormingen en
onnauwkeurigheden zijn in het beeld
- Deze spoelen passen het magnetisch veld aan door kleine aanpassingen te
maken in bepaalde delen van het magneetveld, waardoor het overal
gelijkmatig wordt.
2. Radiofrequentie Spoelen: zijn verantwoordelijk voor het uitzenden en ontvangen
van signalen.
- Dit zorgt ervoor dat de protonen in aangeslagen toestand komen
, 3. Gradiëntspoelen: zorgen voor een lineaire variatie in het magnetisch veld langs een
bepaalde richting, zoals de x-, y- of z-as.
- De gradiëntspoelen maken het mogelijk om ruimtelijke informatie te verkrijgen
door het magneetveld te laten variëren over de ruimte.
Magnetisch veldgradiënt = verwijst naar de variatie of verandering in de sterkte van het
magnetisch veld over een bepaalde afstand binnen het MRI-scanner bereik
Magnetische susceptibiliteit verwijst naar de mate waarin een materiaal het magnetische
veld beïnvloedt en hoe het reageert op dat veld
- Mate waarin materiaal wordt gemagnetiseerd in een magnetisch veld
- Het is een maat voor hoe gevoelig een materiaal is voor magnetische velden.
- Het geeft aan hoe sterk een materiaal wordt gepolariseerd wanneer het wordt
blootgesteld aan een extern magnetisch veld.
Diamagnetisch materialen: hebben een licht negatieve susceptibiliteit, hebben een
negatieve magnetische kracht -> Werken het externe magneetveld tegen
- Ze worden afgestoten van het magnetische veld
- voorbeelden: calcium, water, de meeste organische materialen
Paramagnetische materialen: ongepaarde elektronen, licht positieve susceptibiliteit
- voorbeelden: moleculair zuurstof (O2), deoxyhemoglobine, gadolinium-gebaseerde
contraststoffen
Ferromagnetische materialen: superparamagnetisch, versterken het extern magneetveld
- Het geeft een significante verstoring van het gemeten signaal
- Ze worden aangetrokken door het magnetische veld
- voorbeelden: ijzer, kobalt, nikkel
Larmor Frequentie = Het beschrijft de frequentie waarmee de magnetische momenten van
atoomkernen (zoals waterstofprotonen) draait in een extern magnetisch veld.
- Deze frequentie wordt bepaald door de sterkte van het magnetisch veld en de
specifieke eigenschappen van de kernen.