Krachtige leeromgeving 1B – semester 2
DE LESVOORBEREIDING
Situering in het kader van een krachtige leeromgeving
Een lesvoorbereiding: wat, waarom (en hoe)?
Zicht krijgen op de les
De les uitschrijven in een sjabloon
1. Situering in het kader van een krachtige
leeromgeving (p.5)
2. Een lesvoorbereiding: wat, waarom en hoe? (p.6-7)
WAT?
= het uitgeschreven resultaat van het denkwerk dat je verrichtte bij het voorbereiden van een les
(sjabloon!)
WAAROM?
Een goede lesvoorbereiding verhoogt de kans sterk op een goede lesrealisatie!
- Het uitschrijven biedt houvast bij alle denkstappen die je moet zetten bij de voorbereiding
- Je informeert zo alle betrokkenen: feedback en ondersteuning
- Je staat zelfzeker voor de klas
,3. Zicht krijgen op de les (p.7-18)
Twee ‘vertrekpunten’:
Je gebruikt een bestaande leidraad / methode en volgt de leerlijnen.
Je vertrekt vanuit een lesonderwerp en doelen
Niet voor alle leergebieden wordt een methode gebruikt.
Speel in op de actualiteit – het spontane/onverwachte.
Houd rekening met de autonomie/het initiatief van de leerlingen
3.1 Op basis van een bestaande leidraad
- Methode: handleiding en andere materialen
- Andere vormen van een leidraad:
– Bundel van je stageschool
– Educatieve pakketten
– Lesideeën van educatieve websites
3.1.1 Het bredere plaatje
1. Nagaan wat de plaats van deze les is in de leerlijn
Welke didactische component gaan we hier onderzoeken?
- Kenmerken, visie en aanpak van de methode?
- Waar bevindt de les zich in de leerlijn? Op welke leerstof wordt er verder gebouwd?
2. Beschikbare materialen
Welke didactische component gaan we hier onderzoeken?
- Welke materialen bevat deze methode, naast de handleiding?
Denk aan: werkboek, handboek, onthoudboek, mappen of scheurblokken met extra
oefeningen, kopieerbladen, toetsen, verbetersleutels, aanvullende kopieerbladen,
wandplaten, manipuleerbaar materiaal, oefensoftware,...
- Vraag bij je mentor na welke materialen aanwezig zijn in je stageklas
, 3.1.2 Verkennen van de les
1. Kerndoel verkennen
Over welke didactische component gaat het hier?
2. Leerinhoud verkennen
Over welke didactische component gaat het hier?
Wat houdt deze didactische component in?
Leerinhoud = WAT de leerlingen gaan leren, de leerstof
1. Denk eerst na: welke leerinhoud hoort bij het kerndoel?
2. Waar vind ik de leerinhoud terug in handleiding en ander materiaal?
3. Zoek naar bronnen die bijkomende achtergrondinformatie opleveren (voor WO-lessen: minstens
één) – noteer deze bronnen
3. Verwerkingsopdrachten verkennen
Welke verwerkingsopdrachten voorziet de methode (werkschrift/werkboek)? Maak de oefeningen
zelf!
- Sluiten de oefeningen aan bij het kerndoel en de leerinhoud? Kan je op basis van deze
oefeningen kerndoel en leerinhoud verfijnen?
- Welke moeilijkheden zouden de leerlingen kunnen ondervinden bij het maken van de
oefeningen?
DE LESVOORBEREIDING
Situering in het kader van een krachtige leeromgeving
Een lesvoorbereiding: wat, waarom (en hoe)?
Zicht krijgen op de les
De les uitschrijven in een sjabloon
1. Situering in het kader van een krachtige
leeromgeving (p.5)
2. Een lesvoorbereiding: wat, waarom en hoe? (p.6-7)
WAT?
= het uitgeschreven resultaat van het denkwerk dat je verrichtte bij het voorbereiden van een les
(sjabloon!)
WAAROM?
Een goede lesvoorbereiding verhoogt de kans sterk op een goede lesrealisatie!
- Het uitschrijven biedt houvast bij alle denkstappen die je moet zetten bij de voorbereiding
- Je informeert zo alle betrokkenen: feedback en ondersteuning
- Je staat zelfzeker voor de klas
,3. Zicht krijgen op de les (p.7-18)
Twee ‘vertrekpunten’:
Je gebruikt een bestaande leidraad / methode en volgt de leerlijnen.
Je vertrekt vanuit een lesonderwerp en doelen
Niet voor alle leergebieden wordt een methode gebruikt.
Speel in op de actualiteit – het spontane/onverwachte.
Houd rekening met de autonomie/het initiatief van de leerlingen
3.1 Op basis van een bestaande leidraad
- Methode: handleiding en andere materialen
- Andere vormen van een leidraad:
– Bundel van je stageschool
– Educatieve pakketten
– Lesideeën van educatieve websites
3.1.1 Het bredere plaatje
1. Nagaan wat de plaats van deze les is in de leerlijn
Welke didactische component gaan we hier onderzoeken?
- Kenmerken, visie en aanpak van de methode?
- Waar bevindt de les zich in de leerlijn? Op welke leerstof wordt er verder gebouwd?
2. Beschikbare materialen
Welke didactische component gaan we hier onderzoeken?
- Welke materialen bevat deze methode, naast de handleiding?
Denk aan: werkboek, handboek, onthoudboek, mappen of scheurblokken met extra
oefeningen, kopieerbladen, toetsen, verbetersleutels, aanvullende kopieerbladen,
wandplaten, manipuleerbaar materiaal, oefensoftware,...
- Vraag bij je mentor na welke materialen aanwezig zijn in je stageklas
, 3.1.2 Verkennen van de les
1. Kerndoel verkennen
Over welke didactische component gaat het hier?
2. Leerinhoud verkennen
Over welke didactische component gaat het hier?
Wat houdt deze didactische component in?
Leerinhoud = WAT de leerlingen gaan leren, de leerstof
1. Denk eerst na: welke leerinhoud hoort bij het kerndoel?
2. Waar vind ik de leerinhoud terug in handleiding en ander materiaal?
3. Zoek naar bronnen die bijkomende achtergrondinformatie opleveren (voor WO-lessen: minstens
één) – noteer deze bronnen
3. Verwerkingsopdrachten verkennen
Welke verwerkingsopdrachten voorziet de methode (werkschrift/werkboek)? Maak de oefeningen
zelf!
- Sluiten de oefeningen aan bij het kerndoel en de leerinhoud? Kan je op basis van deze
oefeningen kerndoel en leerinhoud verfijnen?
- Welke moeilijkheden zouden de leerlingen kunnen ondervinden bij het maken van de
oefeningen?