HC Het skelet
12/03/2025
Soorten beenweefsel
Lamellair been:
Compact of dens been (substania compacta)
Opgebouwd uit beenlamellen
Te vinden in de corticalis
Spongieus been:
Sponsachtig been (substantia spongiosa)
Opgebouwd uit beenbalkjes of beentrabekels
In epifysen en in de platte en korte beenderen
Beendervorming
Directe verbening (desmale, intramembraneuze of bindweefselige verbening)
=> voorlopend bindweefsel wordt omgezet in botweefsel
Indirecte verbening ((en)chondrale of kraakbenige verbening)
=> eerst wordt kraakbeenmodel gevormd wat daarna wordt omgezet in botweefsel
Stamcellen of kiemcellen zijn in de eerste plaats nodig
Onhypotente stamcel (juist na bevruchting en eerste klievingsdelingen) => kan alle
soorten cellen worden
Pluripotente stamcel => kan veel soorten cellen worden
o Mesenchym- of reticulumcel: maken bind-, been- en botweefselcellen (zit in endost en
periost)
o Vormt zich om tot:
Fibroblast en fibrocyt (bindweefselcellen)
Chondroblast en chondrocyt (kraakbeencellen)
Osteoblast, osteocyt, osteoclast (botcellen)
-cyt = cel die weefsel onderhoudt, -clast = breekt weefsel af, -blast = maakt weefsel aan
Desmale verbening (= intramembraneuze verbening)
Mesenchymcellen vormen om tot osteoblasten (en later tot osteocyten)
Ze staan in voor: vezelvorming, tussenstofvorming en kalkneerslag
Buitenste laag wordt periost
Gebeurt bij platte beenderen (schedel en clavicula) + bij diktegroei van skelet en bij herstel
van beenderen
(En)chondrale verbening
Verschillende stappen
Kraakbeenmodel van bot wordt aangemaakt
Kraakbeen verkalkt
Ingroei van bloedvat en bindweefsel
(bevat mesenchymcellen: differentiëren)
Afbraak door chondroclasten
Vorming van osteoblasten en verdere rijping tot osteocyten
Bloedvaten groeien in kraakbeen waardoor mesenchymcellen naar binnen komen die zich
omzetten naar osteoblasten (aanmaak botcellen) en chondroclasten (afbraak van
kraakbeencellen)
Diafysaire verbening (stap 1 tot 4): directe + indirecte verbening (perichondrium wordt
periost)
Epifysaire verbening (stap 5) => vorming van secundaire beenkernen
Thv de metafyse blijft een stuk kraakbeen over: metafysaire groeikraakbeenschijf
(verdwijnt na pubertijd)
Mineralisatie van beenweefsel
Calciumhomeostase is belangrijk voor verbening (calcitonine, PTH, vitamine D…)
Beendergroei
Continue turn-over: botten worden continu vernieuwd (osteoclasten en osteoblasten)
, HC Het skelet
12/03/2025
Diktegroei en remodelering: aanpassen van botten aan dagelijkse bewegingen
Lengtegroei: omzetten van kraakbeenschijven naar botweefsel
Skeletleeftijd, groeispurt en groeistop: kraakbeenschijven verdwijnen op een bepaald moment
Skelet
206 botten (grootste = femur, kleinste = gehoorbeentjes)
Axiaal skelet = schedel, ruggengraat, ribben, borstbeen
Ledematen beginnen aan schoudergordel en bekkengordel
Wervelkolom
Cervicale wervels (7) = lordose
Thoracale wervels (12) = kyfose
Lumbale wervels (5) = lordose
Sacrale wervels (5) = kyfose
Coccyx / staartbeen
Onderdelen van de wervel
Doorheen foramen vertebralis loopt het ruggenmerg
Uitsteeksels zijn aanhechtingspunten voor spieren
Blauwe vlakje zijn aanhechtingspunten van de ribben
Cervicale wervels hebben foramen transversarium (bloedvaten)
Atypische cervicale wervels
Het sacrum (het heiligbeen)
Sacro-iliacaal gewricht => gewrichtsvorming met os iliaca (bekken)
Krommingen in de wervelkolom
12/03/2025
Soorten beenweefsel
Lamellair been:
Compact of dens been (substania compacta)
Opgebouwd uit beenlamellen
Te vinden in de corticalis
Spongieus been:
Sponsachtig been (substantia spongiosa)
Opgebouwd uit beenbalkjes of beentrabekels
In epifysen en in de platte en korte beenderen
Beendervorming
Directe verbening (desmale, intramembraneuze of bindweefselige verbening)
=> voorlopend bindweefsel wordt omgezet in botweefsel
Indirecte verbening ((en)chondrale of kraakbenige verbening)
=> eerst wordt kraakbeenmodel gevormd wat daarna wordt omgezet in botweefsel
Stamcellen of kiemcellen zijn in de eerste plaats nodig
Onhypotente stamcel (juist na bevruchting en eerste klievingsdelingen) => kan alle
soorten cellen worden
Pluripotente stamcel => kan veel soorten cellen worden
o Mesenchym- of reticulumcel: maken bind-, been- en botweefselcellen (zit in endost en
periost)
o Vormt zich om tot:
Fibroblast en fibrocyt (bindweefselcellen)
Chondroblast en chondrocyt (kraakbeencellen)
Osteoblast, osteocyt, osteoclast (botcellen)
-cyt = cel die weefsel onderhoudt, -clast = breekt weefsel af, -blast = maakt weefsel aan
Desmale verbening (= intramembraneuze verbening)
Mesenchymcellen vormen om tot osteoblasten (en later tot osteocyten)
Ze staan in voor: vezelvorming, tussenstofvorming en kalkneerslag
Buitenste laag wordt periost
Gebeurt bij platte beenderen (schedel en clavicula) + bij diktegroei van skelet en bij herstel
van beenderen
(En)chondrale verbening
Verschillende stappen
Kraakbeenmodel van bot wordt aangemaakt
Kraakbeen verkalkt
Ingroei van bloedvat en bindweefsel
(bevat mesenchymcellen: differentiëren)
Afbraak door chondroclasten
Vorming van osteoblasten en verdere rijping tot osteocyten
Bloedvaten groeien in kraakbeen waardoor mesenchymcellen naar binnen komen die zich
omzetten naar osteoblasten (aanmaak botcellen) en chondroclasten (afbraak van
kraakbeencellen)
Diafysaire verbening (stap 1 tot 4): directe + indirecte verbening (perichondrium wordt
periost)
Epifysaire verbening (stap 5) => vorming van secundaire beenkernen
Thv de metafyse blijft een stuk kraakbeen over: metafysaire groeikraakbeenschijf
(verdwijnt na pubertijd)
Mineralisatie van beenweefsel
Calciumhomeostase is belangrijk voor verbening (calcitonine, PTH, vitamine D…)
Beendergroei
Continue turn-over: botten worden continu vernieuwd (osteoclasten en osteoblasten)
, HC Het skelet
12/03/2025
Diktegroei en remodelering: aanpassen van botten aan dagelijkse bewegingen
Lengtegroei: omzetten van kraakbeenschijven naar botweefsel
Skeletleeftijd, groeispurt en groeistop: kraakbeenschijven verdwijnen op een bepaald moment
Skelet
206 botten (grootste = femur, kleinste = gehoorbeentjes)
Axiaal skelet = schedel, ruggengraat, ribben, borstbeen
Ledematen beginnen aan schoudergordel en bekkengordel
Wervelkolom
Cervicale wervels (7) = lordose
Thoracale wervels (12) = kyfose
Lumbale wervels (5) = lordose
Sacrale wervels (5) = kyfose
Coccyx / staartbeen
Onderdelen van de wervel
Doorheen foramen vertebralis loopt het ruggenmerg
Uitsteeksels zijn aanhechtingspunten voor spieren
Blauwe vlakje zijn aanhechtingspunten van de ribben
Cervicale wervels hebben foramen transversarium (bloedvaten)
Atypische cervicale wervels
Het sacrum (het heiligbeen)
Sacro-iliacaal gewricht => gewrichtsvorming met os iliaca (bekken)
Krommingen in de wervelkolom