HOOFDSTUK 9 Participatie van minderjarigen in de jeugdhulp
Inleiding
- Participatie = deelnemen ) bieden van mogelijkheden tot inspraak binnen (democratische)
besluitvormingsprocessen.
- Participatie houdt verband met machtsprocessen: zijn mensen in staat om invloed op hun
omgeving/beleid uit te oefenen?
- ‘Recht’ binnen (inter)nationale regelgeving: participatierecht
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind
Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
Decreet Rechtspositie van Minderjarigen in de Jeugdhulp
- Regelgeving heeft op die manier ook de hulpverlening beïnvloed: algemene aanvaarding
MAAR niet noodzakelijk verandering van het handelen
- ‘Participatiesamenleving’ (zie les 1 ~ risicosamenleving)
Terugtredende overheid
Overheid definieert wat goed burgerschap is, controleert en sanctioneert wie niet aan dit
burgerschapsideaal voldoet
Verhoogde individuele verantwoordelijkheid
Legimitatiegronden voor participatie
- Participatie van minderjarigen aan de jeugdhulpverlening wordt vanuit verschillende
referentiekaders gelegitimeerd.
- Referentiekader: zeggen iets over de verhouding minderjarige t.o.v. overheid of voorziening +
over het kind- en mensbeeld (competentienotie)
1. Participatie en burgerschap
Algemeen: mensen hebben het recht betrokken te worden bij beslissingen die op hen
betrekking hebben (UVRM, 1948)
Participatie is dus een mensenrecht.
UVRM: aandacht voor participatierechten en autonomie voor kinderen specifiek
a. Participatie en nog niet volwaardig burgerschap
Uitgangspunt: minderjarigen beschikken nog niet over de nodige vaardigheden om
aan het actief burgerschapsideaal vorm en inhoud te geven – dus: nog niet
competent en geen volwaardige burgers met mensenrechten
‘Oefenen’ in actief burgerschap (scholierenparlement, inburgeringscursus)
Participatie heeft een instrumenteel karakter: technische lezing van rechten
De rechten van het kind zijn geen eenduidig gegeven, maar kunnen op verschillende
manieren worden gelezen (Roose & De Bie, 2008):
Rechten als slotsom van dialoog
=Technische benadering (~het gevaar dat rechtenkaders (bvb. IVRK, DRMJH)
enkel technisch-instrumenteel benaderd wordt)
Rechten als startpunt van dialoog (hefboom voor reflectie)
1
, =Reflectieve benadering
b. Participatie als actueel burgerschap
Uitgangspunt: participatie is een fundamenteel burgerrecht en minderjarigen zijn
volwaardige burgers / sociale actoren
! Afwezigheid van het perspectief van de jongere in de jeugdbescherming /
jeugdhulp is een historisch gegeven
Categorisering van ‘normaal’ en ‘niet-normaal’ en wat niet-niet normaal is,
wordt geproblematiseerd
Weinig participatie van jongeren aan beïnvloeding van de probleemdefinitie
(wat is het probleem??? > zie les 1: casus Peter)
2. Participatie omwille van haar effecten
Participatie van minderjarigen draagt bij tot een positieve ontwikkeling van kinderen.
Participatie bij beslissingen versterkt de verbondenheid en betrokkenheid bij de
genomen beslissingen, en draagt bij tot hun zelfwaarde en zelfbeeld, een groter gevoel
van macht en controle over de eigen leefsituatie.
3. Participatie als een recht van kinderen
IVRK (1989): 3 soorten rechten
Provisierechten (rechten die toegang verlenen tot goederen en diensten)
Protectierechten (rechten die kinderen beschermen )
Participatierechten (rechten die kinderen erkennen in hun autonomie)
Recht op vrije meningsuiting is de basis
Kinderen zijn niet alleen sociale actor maar tevens subject van rechten (‘belang van het
kind’)
a. Decreten IJH (2014):
Participatie is één van de werkingsprincipes van het decreet
Vertegenwoordiging van minderjarigen en hun ouders in de Adviesraad en op
het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp
Stimuleren van participatie door het opnemen van een gemeenschappelijk
engagement door minderjarige, ouders / opvoedingsverantwoordelijken en
betrokkenen uit de jeugdhulp
Inschakelen van de vertrouwenspersoon (systematisch informeren)
Rechten: toegang dossier, periodieke evaluatie, inspraak in de jeugdhulpverlening
en inspraak bij indicatiestelling en jeugdhulpregie
b. Decreet Rechtspositie van minderjarigen in de jeugdhulp / DRMJH (2004):
Van toepassing op alle MJ in de Integrale Jeugdhulp (incl. de
gemeenschapsinstellingen)
Recht op hulp: ‘binnen beschikbaar aanbod’ >> discussie over het recht op
jeugdhulp wordt een discussie over recht op toegang tot jeugdhulp
2
Inleiding
- Participatie = deelnemen ) bieden van mogelijkheden tot inspraak binnen (democratische)
besluitvormingsprocessen.
- Participatie houdt verband met machtsprocessen: zijn mensen in staat om invloed op hun
omgeving/beleid uit te oefenen?
- ‘Recht’ binnen (inter)nationale regelgeving: participatierecht
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind
Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap
Decreet Rechtspositie van Minderjarigen in de Jeugdhulp
- Regelgeving heeft op die manier ook de hulpverlening beïnvloed: algemene aanvaarding
MAAR niet noodzakelijk verandering van het handelen
- ‘Participatiesamenleving’ (zie les 1 ~ risicosamenleving)
Terugtredende overheid
Overheid definieert wat goed burgerschap is, controleert en sanctioneert wie niet aan dit
burgerschapsideaal voldoet
Verhoogde individuele verantwoordelijkheid
Legimitatiegronden voor participatie
- Participatie van minderjarigen aan de jeugdhulpverlening wordt vanuit verschillende
referentiekaders gelegitimeerd.
- Referentiekader: zeggen iets over de verhouding minderjarige t.o.v. overheid of voorziening +
over het kind- en mensbeeld (competentienotie)
1. Participatie en burgerschap
Algemeen: mensen hebben het recht betrokken te worden bij beslissingen die op hen
betrekking hebben (UVRM, 1948)
Participatie is dus een mensenrecht.
UVRM: aandacht voor participatierechten en autonomie voor kinderen specifiek
a. Participatie en nog niet volwaardig burgerschap
Uitgangspunt: minderjarigen beschikken nog niet over de nodige vaardigheden om
aan het actief burgerschapsideaal vorm en inhoud te geven – dus: nog niet
competent en geen volwaardige burgers met mensenrechten
‘Oefenen’ in actief burgerschap (scholierenparlement, inburgeringscursus)
Participatie heeft een instrumenteel karakter: technische lezing van rechten
De rechten van het kind zijn geen eenduidig gegeven, maar kunnen op verschillende
manieren worden gelezen (Roose & De Bie, 2008):
Rechten als slotsom van dialoog
=Technische benadering (~het gevaar dat rechtenkaders (bvb. IVRK, DRMJH)
enkel technisch-instrumenteel benaderd wordt)
Rechten als startpunt van dialoog (hefboom voor reflectie)
1
, =Reflectieve benadering
b. Participatie als actueel burgerschap
Uitgangspunt: participatie is een fundamenteel burgerrecht en minderjarigen zijn
volwaardige burgers / sociale actoren
! Afwezigheid van het perspectief van de jongere in de jeugdbescherming /
jeugdhulp is een historisch gegeven
Categorisering van ‘normaal’ en ‘niet-normaal’ en wat niet-niet normaal is,
wordt geproblematiseerd
Weinig participatie van jongeren aan beïnvloeding van de probleemdefinitie
(wat is het probleem??? > zie les 1: casus Peter)
2. Participatie omwille van haar effecten
Participatie van minderjarigen draagt bij tot een positieve ontwikkeling van kinderen.
Participatie bij beslissingen versterkt de verbondenheid en betrokkenheid bij de
genomen beslissingen, en draagt bij tot hun zelfwaarde en zelfbeeld, een groter gevoel
van macht en controle over de eigen leefsituatie.
3. Participatie als een recht van kinderen
IVRK (1989): 3 soorten rechten
Provisierechten (rechten die toegang verlenen tot goederen en diensten)
Protectierechten (rechten die kinderen beschermen )
Participatierechten (rechten die kinderen erkennen in hun autonomie)
Recht op vrije meningsuiting is de basis
Kinderen zijn niet alleen sociale actor maar tevens subject van rechten (‘belang van het
kind’)
a. Decreten IJH (2014):
Participatie is één van de werkingsprincipes van het decreet
Vertegenwoordiging van minderjarigen en hun ouders in de Adviesraad en op
het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp
Stimuleren van participatie door het opnemen van een gemeenschappelijk
engagement door minderjarige, ouders / opvoedingsverantwoordelijken en
betrokkenen uit de jeugdhulp
Inschakelen van de vertrouwenspersoon (systematisch informeren)
Rechten: toegang dossier, periodieke evaluatie, inspraak in de jeugdhulpverlening
en inspraak bij indicatiestelling en jeugdhulpregie
b. Decreet Rechtspositie van minderjarigen in de jeugdhulp / DRMJH (2004):
Van toepassing op alle MJ in de Integrale Jeugdhulp (incl. de
gemeenschapsinstellingen)
Recht op hulp: ‘binnen beschikbaar aanbod’ >> discussie over het recht op
jeugdhulp wordt een discussie over recht op toegang tot jeugdhulp
2