1) Fibroblast:
Fibroblast = type cel dat instaat voor de aanmaak van bindweefsel → synthetiseert allerlei
componenten die noodzakelijk zijn voor de opbouw van bindweefsel.
Maakt de componenten aan om bindweefselvezels te vormen:
o Produceert macromolecule tropocollageen → duizenden moleculen vormen
collageenvezel.
Afhankelijk van prikkels voor nieuwvorming van bestanddelen van het bindweefsel.
Andere functies:
Stabiliteit:
o Fibroblast bezit celskelet waardoor het bijdraagt aan de weerstand aan
mechanische krachten.
Afbraak van beschadigd weefsel:
o Fibroblasten kunnen zich verplaatsen naar plaatsen waar extra nieuwvorming
van bindweefsel noodzakelijk is → ook bij beschadiging van weefsel.
o Hun rol in de afbraak van beschadigd weefsel bestaat erin dat ze ter plaatse
proteolytische enzymen gaan vrijzetten → door de fibroblasten vrijgestelde
collegenase zal de beschadigde collageenvezels verder afbreken.
, 2) Elastine:
Elastine = belangrijk bestanddeel (proteïne) van de extracellulaire matrix.
In staat om zonder veel verlies energie op de slagen.
Bij uitrekking kan het zonder beschadiging terugkeren naar zijn oorspronkelijke
toestand.
Belangrijk voor elasticiteit en flexibiliteit van organen en weefsels.
Elastase = enzym dat de elastinevezels in 2 kan knippen.
Proteolyse van elastine door elastase.
Beschadiging van het elastinenetwerk in de bindweefselmatrix betekent dat het
bindweefsel veel stijver wordt + veel minder elastisch + flexibel:
Wanneer elastinevezels bewerkt zijn met elastase dan zal dezelfde belasting
uitgeoefend op elastinevezels een veel grotere vervorming teweeg brengen +
elastine zal sneller breken → elastase is in staat om schade aan te richten aan
elastinevezels + proteoglycanen in het bindweefsel kunnen erdoor beschadigd
worden en zo hun biomechanische eigenschappen verliezen.
Elastine wordt aangemaaktt door de fibroblasten onder de vorm ‘tropo-elastine’ = de
bouwsteen van de elastinevezel:
De verschillende moleculen tropo-elastine worden door kruisbindingen aan elkaar
verbonden → koppelingsmoleculen zijn desmosine + isodesmosine.
Nieuwgevormde elastinevezels weten niet in welke richting er zich moeten
oriënteren → signalen van buitenaf → pas wanneer er voldoende belasting word
opgelegd aan het bindweefsel zullen de elastinevezels zich volgens de
belanstingsrichting gaan oriënteren.
Veroudering heeft een negatieve invloed op elastine:
De elasticiteit van de weefsels neemt af door neerslag van calciumfosfaat in de
elastinevezels.