Pathofysiologie II
Het locomotorisch stelsel
1. Het skelet
1.1 basisbegrippen anatomie en gewrichtsbeweging
de functies van het skelet:
1. dragend
ruggenwervel die alle ledematen draagt
2. beschermend
het beschermen van de onderliggende organen
3. aanhechtingsplaats
voor alle spieren
4. vormgevend
thorax, bekken, schouders zorgen voor de vorm van het lichaam
5. producerend:
rode beenmerg:
o hematopoëse
o rode en witte bloedcellen
o bloedplaatjes
geel beenmerg:
o opslagplaats van vet als energiebron
o stamcellen
6. opslagfunctie:
calcium en fosfaten
bij de geboorte starten we met 300 elementen in ons skelet. Later fuseren ze en hebben we nog maar
206.
Voet en enkelcomplex bevat al 26 botstructuren
Beschrijving van beweging:
Anatomische houding: rechtopstaand met armen naar beneden en handpalmen naar voor gericht
,Vlakken:
- frontale vlak
- sagittale vlak
- transversale vlak
Assen:
- laterolaterale as
o beweging in sagittale vlak en
verloopt altijd rond een breedte as
- ventrodorsale as:
o beweging in het frontale vlak en
verloopt altijd rond een diepte-as
- craniocaudale as
o beweging in transversale vlak en
verloopt altijd rond een lengte-as
benamingen van bewegingen:
- flexie en extensie: bewegingen in sagittale
vlak en verlopen rond laterolaterale as
o Flexie: buigen, hoek wordt kleiner
o Extensie: strekken, hoe wordt groter tussen 2 bewegende sigmenten
- Abductie en adductie: bewegingen in het frontale vlak en verlopen rond ventrodorsale as
o Abductie: beweging weg van de middellijn (bij de hand is dat weg van de middelvinger)
o Adductie: beweging naar middellijn toe (bij de hand naar de middelvinger toe)
- Endo-en exorotatie: beweging in transversale vlak en verlopen rond een craniocaudale as
o Endorotatie: interne rotatie, voorzijde van lichaamsdeel draait naar binnen
o Exorotatie: externe rotatie, voorzijde lichaamsdeel draait naar buiten
- Circumductie: lichaamsdeel beweegt in cirkelvorm
- Pronatie: onderarm naar binnen en enkelgewricht naar buiten draait
- Supinatie: onderarm draait naar buiten en enkelgewricht naar binnen
, 1.2 structuur en functies van de skeletelementen
botweefsel is een soort steunweefsel die rijk is aan anorganische kristallen (mineralen).
Hoge concentratie aan mineralen zorgt voor de harde, onelastische structuur
Voornamelijk Calcium
Soorten botcellen:
- Osteoblasten
o Jonge cellen
o Zorgt voor de vezelvorming
o Rol bij ossificatieproces
- Osteocyten
o Volwassen botcellen
o In extracellulaire materiaal
- Osteoclasten:
o Afbraak van botmatrix
Extracellulair materiaal bestaat uit
1. Collageenvezels type I omgeven door hydroxyapatietkristallen
2. Grondstof die bestaat uit onder andere proteoglycanen
De rol van calcium:
1. Hartspier
2. Bloedstollingsproces
3. Impulstransport van zenuwen
4. Prikkelbaarheid van zenuw- en spiermembranen
Het locomotorisch stelsel
1. Het skelet
1.1 basisbegrippen anatomie en gewrichtsbeweging
de functies van het skelet:
1. dragend
ruggenwervel die alle ledematen draagt
2. beschermend
het beschermen van de onderliggende organen
3. aanhechtingsplaats
voor alle spieren
4. vormgevend
thorax, bekken, schouders zorgen voor de vorm van het lichaam
5. producerend:
rode beenmerg:
o hematopoëse
o rode en witte bloedcellen
o bloedplaatjes
geel beenmerg:
o opslagplaats van vet als energiebron
o stamcellen
6. opslagfunctie:
calcium en fosfaten
bij de geboorte starten we met 300 elementen in ons skelet. Later fuseren ze en hebben we nog maar
206.
Voet en enkelcomplex bevat al 26 botstructuren
Beschrijving van beweging:
Anatomische houding: rechtopstaand met armen naar beneden en handpalmen naar voor gericht
,Vlakken:
- frontale vlak
- sagittale vlak
- transversale vlak
Assen:
- laterolaterale as
o beweging in sagittale vlak en
verloopt altijd rond een breedte as
- ventrodorsale as:
o beweging in het frontale vlak en
verloopt altijd rond een diepte-as
- craniocaudale as
o beweging in transversale vlak en
verloopt altijd rond een lengte-as
benamingen van bewegingen:
- flexie en extensie: bewegingen in sagittale
vlak en verlopen rond laterolaterale as
o Flexie: buigen, hoek wordt kleiner
o Extensie: strekken, hoe wordt groter tussen 2 bewegende sigmenten
- Abductie en adductie: bewegingen in het frontale vlak en verlopen rond ventrodorsale as
o Abductie: beweging weg van de middellijn (bij de hand is dat weg van de middelvinger)
o Adductie: beweging naar middellijn toe (bij de hand naar de middelvinger toe)
- Endo-en exorotatie: beweging in transversale vlak en verlopen rond een craniocaudale as
o Endorotatie: interne rotatie, voorzijde van lichaamsdeel draait naar binnen
o Exorotatie: externe rotatie, voorzijde lichaamsdeel draait naar buiten
- Circumductie: lichaamsdeel beweegt in cirkelvorm
- Pronatie: onderarm naar binnen en enkelgewricht naar buiten draait
- Supinatie: onderarm draait naar buiten en enkelgewricht naar binnen
, 1.2 structuur en functies van de skeletelementen
botweefsel is een soort steunweefsel die rijk is aan anorganische kristallen (mineralen).
Hoge concentratie aan mineralen zorgt voor de harde, onelastische structuur
Voornamelijk Calcium
Soorten botcellen:
- Osteoblasten
o Jonge cellen
o Zorgt voor de vezelvorming
o Rol bij ossificatieproces
- Osteocyten
o Volwassen botcellen
o In extracellulaire materiaal
- Osteoclasten:
o Afbraak van botmatrix
Extracellulair materiaal bestaat uit
1. Collageenvezels type I omgeven door hydroxyapatietkristallen
2. Grondstof die bestaat uit onder andere proteoglycanen
De rol van calcium:
1. Hartspier
2. Bloedstollingsproces
3. Impulstransport van zenuwen
4. Prikkelbaarheid van zenuw- en spiermembranen