MODULE 1: THEORETISCH KADER
RACN
LES 1: DOOR EEN ANDERE BRIL
INTRO VERHALEN (NARRATIEVEN)
Taal is niet zomaar een spiegel van onze wereld, maar We leggen soms verbindingen tussen gebeurtenissen
het bepaalt onze blik op die wereld. die er niet zijn.
Samenzweringstheorieën: we construeren een
Brillen: Verschillende mensen kijken op een andere ‘verborgen verhaal’ (vijandbeelden, niets is per
manier naar een sociaal fenomeen. ongeluk,...)
Déformation professionelle: de neiging om naar iets te
kijken vanuit het perspectief van zijn/haar functie en Rol van verhalen in conflicten:
dus zo misschien dingen te missen. Ontspoorde taal en vastgeroeste verhalen kunnen
leiden tot geweld of haatspraak.
Kaarten als representatie: De betekenis van die Verhaal is zowel gevolg als motor
kaarten ontstaat door de manier waarop iets antisemitisme, racisme, islamofobie: de goeie en
gerepresenteerd wordt in ‘taal’. de slechte
geschreven taal VERHAALANALYSE
gesproken taal
visuele taal Begrijpen hoe:
muzikale taal Verhalen een rol spelen in verschillende
... levensdomeinen (politiek, individu, groepen,...)
Niet enkel de inhoud, maar ook de vorm van een
RETORISCHE ANALYSE verhaal belangrijk is.
Bepaalde vormen steeds terugkeren en bepaalde
Letten op taal en welk perspectief het ons geeft.
manieren van kijken beïnvloeden.
Welke effecten heeft een bepaalde taal in onze
communicatie en praktijken? DEEL 2: ENKELE PERSPECTIEVEN
Hoe we overtuig en verleid worden.
TAAL EN SYMBOLEN DIE TOT VERANDERING LEIDEN
Kijken naar anderen en kijken naar onszelf => wat
zijn onze blinde vlekken? Andere perspectieven Taal is niet zomaar een versiering of louter een
begrijpen en onze blik bijstellen. beschrijving van de wereld, maar heeft impact op en
geeft mee vorm aan de kijk op de wereld.
‘Retorische analyse van culturele narratieven’ als het
begrijpen van mijn eigen en andermans manier van kijken Expliciete vormen (politieke speech), maar ook
door de taal en het in staat zijn tot het bijstellen van die
gewoon taalgebruik bepaalt onze kijk, en daarmee
blik op de wereld door analyse
ons handelen.
Bv: speech-act theory:
DEEL 1: VOORBIJ NEGATIEVE DEFINITIES Performatieve taal
Retoriek als ‘vuil spel’, ‘vuile taal’. Jij bent retorisch, ik Voorbeeld van priester versus acteur die priester
ben oprecht. De ander gebruikt drogredeneringen, speelt: ‘ik verklaar u man en vrouw’
kwakkelende argumentaties maar ikzelf ben rationeel, Vervaging tussen vaststelling en actie.
helder en objectief.
Er zijn bepaalde uitspraken, die bij bepaalde dingen
STIGMA ROND RETORIEK die we doen een verwachting van een bepaalde actie
Aristoteles: civiele invulling van retoriek = een goeie inhouden.
burger zijn. J.L. Austin deelt de taal op in 3 indelingen:
Meerdere betekenissen volgens Wayne Booth: Locutie: wat je zegt (de vaststelling) => “Pfff het is
hier warm”.
Sub-rethoric: leugenachtige retoriek. Break rather than build.
Mere-rethoric: je product proberen te verkopen. Illocutie: wat je wilt dat gebeurt => raam openen.
Rethoric-B: het bedenken van de best mogelijke middelen van Perlocutie: wat er gebeurt (effect of niet) => als
overtuiging iemand dan het raam openzet, heb je een
Rethoric-A: onderzoeken van eigen doelen, motivaties en taken. geslaagde perlocutie
Men noemt het ook wel luister retoriek - het luisteren naar je
eigen en naar anderen.
, MODULE 1: THEORETISCH KADER
CONSTRUCTIE VAN EEN DISCOURS SLOTGEDACHTEN
Middelen zoeken om te overtuigen. Gaande van De studie van retoriek als het begrijpen van mijn eigen
woordgebruik (metaforen, termen,...), argumentatieve en andermans manier van kijken en het in staat zijn
structuren (opbouw van een speech), aanspraak op tot het bijstellen van die blik op de wereld door:
emoties,... Te begrijpen hoe taal en symbolen tot verandering
leiden.
Binnen multimediale context: overtuiging is context- Inzicht te hebben in hoe discours wordt
gebonden (speech is anders dan een powerpoint, dan geconstrueerd.
een blogtekst,...) Kritisch taalgebruik te analyseren.
Te kunnen luisteren naar anderen en hoe mensen
Wat zijn dan de middelen die we kunnen gebruiken in zich identificeren.
een situatie om goed te overtuigen, om goed aan
retoriek te doen?
Spreker
ETHOS
(geloofwaardigheid)
Doel Publiek
LOGOS PATHOS
(feiten, data) (emoties)
KRITISCHE STUDIE VAN TAALGEBRUIK
Tools voor kritische analyse.
Een kunst, geen wetenschap = een training in kijken,
vragen stellen en benoemen.
Doel? Sceptisch worden of beter begrip door
misverstanden weg te nemen?
Drogredeneringen:
Link met cognitieve bias. Misvormde argumenten;
de stelling kan nog steeds waar zijn, maar de
middelen zijn niet correct of betrouwbaar.
IDENTIFICATIE EN LUISTEREN
Naast overtuigen, kan een retoricus steunen op goed
luisteren, op begrijpen van andermans standpunten.
Luisteren naar je publiek: groep mensen interpreteert
wat jij zegt (culturele verschillen dus misschien andere
interpretaties). Publiek bepaalt wat goede of slechte
communicatie is. Dus belang om te luisteren.
Identificatie: spreker wil zijn publiek bewegen om zich
te identificeren met zijn doelen. Mensen willen zich
door symbolen identificeren met een groep (bv de
voetbalfan).
Taal creëert ook afscheiding (wit-zwart).
, MODULE 1: THEORETISCH KADER
LES 2: TAAL EN RETORIEK
INTRO RETORIEK IN ATHENE
4 belangrijke concepten: Democratie: heel wat groepen werden uitgesloten
1) Multifunctionaliteit: bekeken vanuit Roman (vrouwen, jongeren, slaven,...).
Jakobson’s elementen in een taalsituatie.
2) Representaties: symbolen en kettingen van taal. Directe democratie: mensen moesten zelf spreken en
3) Taalideologieën: opvattingen over taal en soorten stemmen => maken van wetten.
taal. Vandaag: representatieve democratie.
4) Taal is ‘socially charged’ & de sociale wereld is
‘linguistically charged’. Volgen van retorische instructie. 5 aspecten:
Inventio (uitvinden)
TAAL EN DE MENS Dispositio (structureren)
Eloctio (stijl)
Taal bestaat niet alleen om de dingen te beschrijven
Memoria (geheugen)
of om informatie te geven. We ‘beloven’, ‘bidden’,
Actio (presentatie)
‘argumenteren’, ‘verleiden’,... in taal. Een hele grote
variatie aan acties en functies. TRADITIONELE RETORIEK
Efficient argumenteren:
Concept ‘multifunctionaliteit’. De 6 elementen die
Logos, ethos, pathos + kairos
essentieel zijn in een taalsituatie:
syllogisme - enthymeme
Logos: logica => Argumenten gebaseerd op feiten,
onderzoek, op logische argumenten en dat logisch en
consistend is opgebouwd.
Voorbeeld: reclame die experimenten toont, waarbij
het product er als de beste uitkomt.
Hoe maak ik een argument dat logisch en consistent
LANGUAGE IDEOLOGIES is?
De attitudes, opvattingen, geloof, theorieën die we
Ethos => Argumenten gebaseerd op gedeelde
hebben over taal en verschillende ‘soorten’ taal.
waarden en normen of door zich als spreker op een
Bv: ‘Frans is zo’n romantische taal’.
bepaalde manier voor te stellen.
Voorbeeld: reclame die steunt op status of beroep
Horen meestal bij een bepaalde culturele of sociale
(tandarts, dokter,...).
groep en drukken ook diens belangen uit en wat men
Hoe maak ik een argument dat mijn betrouwbaarheid
‘normaal’ vindt.
naar voren schuift?
TAAL IS NIET TRANSPARANT
Pathos => Argumenten gebaseerd op emoties maar
Taal zegt veel meer dan wat het representeert. Het
ook emoties oproepen in mensen.
geeft mee wie we zijn (identiteit- bepaalde taal die we
Voorbeeld: gebruik van kinderen in reclame. Dit kan
gebruiken: dialect vs AN), wat we denken (waarden),
schuldgevoelens oproepen.
uitdrukking van bepaalde sociale groepen (bv
academisch vakjargon).
Kairos => Argumenten moeten ook op het juiste
moment komen, met de juiste toon, in de juiste
DEEL 1: VOORBIJ NEGATIEVE DEFINITIES
setting.
HOE RETORIEK BEGON
Syllogisme => Twee proposities waaruit logisch een
Na het omverwerpen van een dictator die beslag had
‘sterke’ conclusie volgt.
gelegd op het land, stapten veel burgers naar de
Bv: Alles mensen zijn sterfelijk / Jan is een mens/ dus
rechtbanken om hun eigendom terug te winnen.
Jan is sterfelijk.
Corax hielp mensen om hun speeches te structureren
Enthymeme => Onvolledige syllogisme waarbij 1
en hoe de rechter te overtuigen.
premisse impliciet is.
Retorische taal wordt hét middel van mensen in de
Bv: Jan is sterfelijk want hij is een mens.
pubieke sfeer.
RACN
LES 1: DOOR EEN ANDERE BRIL
INTRO VERHALEN (NARRATIEVEN)
Taal is niet zomaar een spiegel van onze wereld, maar We leggen soms verbindingen tussen gebeurtenissen
het bepaalt onze blik op die wereld. die er niet zijn.
Samenzweringstheorieën: we construeren een
Brillen: Verschillende mensen kijken op een andere ‘verborgen verhaal’ (vijandbeelden, niets is per
manier naar een sociaal fenomeen. ongeluk,...)
Déformation professionelle: de neiging om naar iets te
kijken vanuit het perspectief van zijn/haar functie en Rol van verhalen in conflicten:
dus zo misschien dingen te missen. Ontspoorde taal en vastgeroeste verhalen kunnen
leiden tot geweld of haatspraak.
Kaarten als representatie: De betekenis van die Verhaal is zowel gevolg als motor
kaarten ontstaat door de manier waarop iets antisemitisme, racisme, islamofobie: de goeie en
gerepresenteerd wordt in ‘taal’. de slechte
geschreven taal VERHAALANALYSE
gesproken taal
visuele taal Begrijpen hoe:
muzikale taal Verhalen een rol spelen in verschillende
... levensdomeinen (politiek, individu, groepen,...)
Niet enkel de inhoud, maar ook de vorm van een
RETORISCHE ANALYSE verhaal belangrijk is.
Bepaalde vormen steeds terugkeren en bepaalde
Letten op taal en welk perspectief het ons geeft.
manieren van kijken beïnvloeden.
Welke effecten heeft een bepaalde taal in onze
communicatie en praktijken? DEEL 2: ENKELE PERSPECTIEVEN
Hoe we overtuig en verleid worden.
TAAL EN SYMBOLEN DIE TOT VERANDERING LEIDEN
Kijken naar anderen en kijken naar onszelf => wat
zijn onze blinde vlekken? Andere perspectieven Taal is niet zomaar een versiering of louter een
begrijpen en onze blik bijstellen. beschrijving van de wereld, maar heeft impact op en
geeft mee vorm aan de kijk op de wereld.
‘Retorische analyse van culturele narratieven’ als het
begrijpen van mijn eigen en andermans manier van kijken Expliciete vormen (politieke speech), maar ook
door de taal en het in staat zijn tot het bijstellen van die
gewoon taalgebruik bepaalt onze kijk, en daarmee
blik op de wereld door analyse
ons handelen.
Bv: speech-act theory:
DEEL 1: VOORBIJ NEGATIEVE DEFINITIES Performatieve taal
Retoriek als ‘vuil spel’, ‘vuile taal’. Jij bent retorisch, ik Voorbeeld van priester versus acteur die priester
ben oprecht. De ander gebruikt drogredeneringen, speelt: ‘ik verklaar u man en vrouw’
kwakkelende argumentaties maar ikzelf ben rationeel, Vervaging tussen vaststelling en actie.
helder en objectief.
Er zijn bepaalde uitspraken, die bij bepaalde dingen
STIGMA ROND RETORIEK die we doen een verwachting van een bepaalde actie
Aristoteles: civiele invulling van retoriek = een goeie inhouden.
burger zijn. J.L. Austin deelt de taal op in 3 indelingen:
Meerdere betekenissen volgens Wayne Booth: Locutie: wat je zegt (de vaststelling) => “Pfff het is
hier warm”.
Sub-rethoric: leugenachtige retoriek. Break rather than build.
Mere-rethoric: je product proberen te verkopen. Illocutie: wat je wilt dat gebeurt => raam openen.
Rethoric-B: het bedenken van de best mogelijke middelen van Perlocutie: wat er gebeurt (effect of niet) => als
overtuiging iemand dan het raam openzet, heb je een
Rethoric-A: onderzoeken van eigen doelen, motivaties en taken. geslaagde perlocutie
Men noemt het ook wel luister retoriek - het luisteren naar je
eigen en naar anderen.
, MODULE 1: THEORETISCH KADER
CONSTRUCTIE VAN EEN DISCOURS SLOTGEDACHTEN
Middelen zoeken om te overtuigen. Gaande van De studie van retoriek als het begrijpen van mijn eigen
woordgebruik (metaforen, termen,...), argumentatieve en andermans manier van kijken en het in staat zijn
structuren (opbouw van een speech), aanspraak op tot het bijstellen van die blik op de wereld door:
emoties,... Te begrijpen hoe taal en symbolen tot verandering
leiden.
Binnen multimediale context: overtuiging is context- Inzicht te hebben in hoe discours wordt
gebonden (speech is anders dan een powerpoint, dan geconstrueerd.
een blogtekst,...) Kritisch taalgebruik te analyseren.
Te kunnen luisteren naar anderen en hoe mensen
Wat zijn dan de middelen die we kunnen gebruiken in zich identificeren.
een situatie om goed te overtuigen, om goed aan
retoriek te doen?
Spreker
ETHOS
(geloofwaardigheid)
Doel Publiek
LOGOS PATHOS
(feiten, data) (emoties)
KRITISCHE STUDIE VAN TAALGEBRUIK
Tools voor kritische analyse.
Een kunst, geen wetenschap = een training in kijken,
vragen stellen en benoemen.
Doel? Sceptisch worden of beter begrip door
misverstanden weg te nemen?
Drogredeneringen:
Link met cognitieve bias. Misvormde argumenten;
de stelling kan nog steeds waar zijn, maar de
middelen zijn niet correct of betrouwbaar.
IDENTIFICATIE EN LUISTEREN
Naast overtuigen, kan een retoricus steunen op goed
luisteren, op begrijpen van andermans standpunten.
Luisteren naar je publiek: groep mensen interpreteert
wat jij zegt (culturele verschillen dus misschien andere
interpretaties). Publiek bepaalt wat goede of slechte
communicatie is. Dus belang om te luisteren.
Identificatie: spreker wil zijn publiek bewegen om zich
te identificeren met zijn doelen. Mensen willen zich
door symbolen identificeren met een groep (bv de
voetbalfan).
Taal creëert ook afscheiding (wit-zwart).
, MODULE 1: THEORETISCH KADER
LES 2: TAAL EN RETORIEK
INTRO RETORIEK IN ATHENE
4 belangrijke concepten: Democratie: heel wat groepen werden uitgesloten
1) Multifunctionaliteit: bekeken vanuit Roman (vrouwen, jongeren, slaven,...).
Jakobson’s elementen in een taalsituatie.
2) Representaties: symbolen en kettingen van taal. Directe democratie: mensen moesten zelf spreken en
3) Taalideologieën: opvattingen over taal en soorten stemmen => maken van wetten.
taal. Vandaag: representatieve democratie.
4) Taal is ‘socially charged’ & de sociale wereld is
‘linguistically charged’. Volgen van retorische instructie. 5 aspecten:
Inventio (uitvinden)
TAAL EN DE MENS Dispositio (structureren)
Eloctio (stijl)
Taal bestaat niet alleen om de dingen te beschrijven
Memoria (geheugen)
of om informatie te geven. We ‘beloven’, ‘bidden’,
Actio (presentatie)
‘argumenteren’, ‘verleiden’,... in taal. Een hele grote
variatie aan acties en functies. TRADITIONELE RETORIEK
Efficient argumenteren:
Concept ‘multifunctionaliteit’. De 6 elementen die
Logos, ethos, pathos + kairos
essentieel zijn in een taalsituatie:
syllogisme - enthymeme
Logos: logica => Argumenten gebaseerd op feiten,
onderzoek, op logische argumenten en dat logisch en
consistend is opgebouwd.
Voorbeeld: reclame die experimenten toont, waarbij
het product er als de beste uitkomt.
Hoe maak ik een argument dat logisch en consistent
LANGUAGE IDEOLOGIES is?
De attitudes, opvattingen, geloof, theorieën die we
Ethos => Argumenten gebaseerd op gedeelde
hebben over taal en verschillende ‘soorten’ taal.
waarden en normen of door zich als spreker op een
Bv: ‘Frans is zo’n romantische taal’.
bepaalde manier voor te stellen.
Voorbeeld: reclame die steunt op status of beroep
Horen meestal bij een bepaalde culturele of sociale
(tandarts, dokter,...).
groep en drukken ook diens belangen uit en wat men
Hoe maak ik een argument dat mijn betrouwbaarheid
‘normaal’ vindt.
naar voren schuift?
TAAL IS NIET TRANSPARANT
Pathos => Argumenten gebaseerd op emoties maar
Taal zegt veel meer dan wat het representeert. Het
ook emoties oproepen in mensen.
geeft mee wie we zijn (identiteit- bepaalde taal die we
Voorbeeld: gebruik van kinderen in reclame. Dit kan
gebruiken: dialect vs AN), wat we denken (waarden),
schuldgevoelens oproepen.
uitdrukking van bepaalde sociale groepen (bv
academisch vakjargon).
Kairos => Argumenten moeten ook op het juiste
moment komen, met de juiste toon, in de juiste
DEEL 1: VOORBIJ NEGATIEVE DEFINITIES
setting.
HOE RETORIEK BEGON
Syllogisme => Twee proposities waaruit logisch een
Na het omverwerpen van een dictator die beslag had
‘sterke’ conclusie volgt.
gelegd op het land, stapten veel burgers naar de
Bv: Alles mensen zijn sterfelijk / Jan is een mens/ dus
rechtbanken om hun eigendom terug te winnen.
Jan is sterfelijk.
Corax hielp mensen om hun speeches te structureren
Enthymeme => Onvolledige syllogisme waarbij 1
en hoe de rechter te overtuigen.
premisse impliciet is.
Retorische taal wordt hét middel van mensen in de
Bv: Jan is sterfelijk want hij is een mens.
pubieke sfeer.