Inleiding tot pedagogische wetenschappen
Inhoud:
Module 1: terrein van de pedagogische wetenschappen
1. Pluraliteit van de pedagogiek
2. Opvoedingswetenschap tussen waarheid, bruikbaarheid en zinvolheid
3. Ontstaansgeschiedenis van de pedagogiek (niet alles kennen)
Module 2: onderwijs als maatschappelijk fenomeen
4. Onderwijs in de maatschappelijke context
Module 3: leertheorieën en -paradigma’s
5. Van een behavioristische visie op leren naar het ontwerpen van instructie
6. Van een cognitieve visie op leren naar het ontwerpen van instructie
7. Van een constructivistische visie op leren naar het ontwerpen van instructie
Module 4: fundamenten van de basisschool
8. Leren in het basisonderwijs
Module 1: Terrein van de pedagogische wetenschappen
1 PLURALITEIT VAN DE PEDAGOGIEK
1.1 PEDAGOGIEK
In 1779 werd de pedagogiek een academische discipline, Ernst Christian Trapp wordt de
eerste hoogleraar in de pedagogiek.
Toch was er hiervoor ook aandacht voor de pedagogiek.
Plato: opvoeding speelde een rol om te samenleving in 3 standen te houden
Locke: vergelijkt kind met wit papier dat dooropvoeding en onderwijs wordt
beschreven
Formele, informele en niet-formele educatie:
Formeel: scholen etc leid tot een diploma met een betekenis
informeel: tv, radio, internet, wanneer je iets leert zonder het de bedoeling is om te leren
niet-formeel: werkvloer, Chiro, training, iets doen dat valt onder educatie maar niet leidt
tot een diploma waardoor je een job kan krijgen
Pedagogiek = interactieve wetenschap
object dat het onderzoekt (onderwijs) en maken gebruik van inzichten uit andere
wetenschap domeinen om informatie te vinden over dat object
analyse komt door andere disciplines
,1.2 PEDAGOGIEK ALS WETENSCHAP
De pedagogiek als wetenschap staat in dit boek centraal en we gaan kijken naar de
ontwikkelingen hierin.
De pedagogiek heeft geen overkoepelde metatheorie, maar er zijn meerdere theorieën die
samenwerken en soms tegen elkaar ingaan. Een voorbeeld van een vraagstuk waarin
verschillende theorieën het oneens zijn is de relatie tussen theorie en praktijk
Praktijk komt uit de theorie
Theorie komt uit de praktijk
Wisselwerking tussen theorie en praktijk
We maken een onderscheid van 3 niveaus (praktijk, objecttheoretisch en metatheoretisch)
1. Wetenschapstheorieën: metaniveau, theoretiseren over onderzoek en
theorievorming naar opvoeding
2. Pedagogische theorieën: objecttheoretisch niveau, theorievorming en onderzoek
over het object opvoeding
3. Werkelijkheid van opvoeding en onderwijs: het niveau van de praktijk
1.3 DE MEERVOUDIGHEID VAN DE PEDAGOGIEK
De ontwikkelingen in de opvoedingswetenschap gaan in richting van een pluralisering van
wetenschapstheorie, objecttheorie en methodologie.
Pedagogiek in opgesplitst in 3 richtingen: geesteswetenschappelijke, de empirisch-
analytische en de kritisch-emancipatorische pedagogiek.
Biesta heeft aandacht besteed aan de meervoudigheid van de pedagogiek en 2 vormen van
meervoudigheid ontwikkeld. Hij vind deze pluraliteit positief, want dit is nodig om kritiek te
kunnen leveren. (noodzakelijk maar niet genoeg)
Diachrome pluraliteit Synchrone pluraliteit
De opeenvolging van paradigmata, scholen, Het naast elkaar bestaan daarvan
stromingen en dergelijke Stromingen ontwikkelen naast elkaar en
Stromingen ontstaan door reacties op beïnvloeden elkaar
elkaar Vb: de wetenschapstheoretische pluraliteit
Vb: verdringen van een stroming door een van de drie stromingen
andere
,2 OPVOEDINGSWETENSCHAP TUSSEN WAARHEID,
BRUIKBAARHEID EN ZINVOLHEID
2.1 DIENSTBARE WETENSCHAP
Pedagogische theorieën willen opvoeding optimaliseren en zo dienstbaar zijn in de praktijk
(niet enkel een beschrijvende functie). We beschrijven 3 verschillende opvatting hierover.
Empirische-analytische pedagogiek:
Beschrijven wat opvoeding is en niet wat het zou moeten zijn geen advies geven
Zuivere, objectieve, feitelijke beschrijvingen om mensen te informeren
Opvoeden is het beïnvloeden waarbij het handelen van de opvoeder de oorzaak is
en het gedrag van de opgevoede het gevolg is
Verbanden zoeken tussen de opvoeder en de opgevoede om zo wetten te maken die
altijd gelden
Handelingsgerichte pedagogiek (kritisch-emantisaprische:
Reactie op de empirische pedagogiek
Elementen van de empirische pedagogiek integreren maar niet alleen informeren
maar ook adviseren bruikbare kennis aanrijken, niet zeggen wat ze moeten doen
maar is en betrokken partner
Onderzoek is verbanden vinden en beschrijven van situaties om in de praktijk te
helpen
Praktijk wordt geoptimaliseerd en er wordt aan theorievorming gedaan
Opvoeden is een tussenmenselijk gebeuren waarin alle betrokkenen samenwerken
aan een beter welzijn
Kernbegrippen: participatie, emancipatie, communicatie, overleg en dialoog
Hermeneutische (geesteswetenschappelijk) pedagogiek:
Theorievorming is het verwoorden van ervaringen en deze verwoording moet
coherent, logisch, waarachtig en accuraat zijn
Culturele rol van de pedagogiek opvoeden is een cultureel gebeuren (het
doorgeven van cultuur, het in vraag stellen van cultuur, het integreren van culturen,
het cultiveren van nieuwe culturen)
Zelf verstaan van de praktijk is essentieel
Vrijheidsperspectief
Zinvolheid
Theorie en praktijk zijn 2 aspecten van dezelfde werkelijkheid
2.2 GERECHTIGHEID ALS PRINCIPE, MIDDEL EN DOEN VAN DE
PEDAGOGIEK
Er zijn hevige discussies over wie gelijk heeft.
, 3 ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN DE PEDAGOGIEK
3.1 DE REFORMPEDAGOGIEK
De reformpedagogiek bracht in de 19de eeuw een vernieuwingsbeweging op gang.
reformpedagogen bekritiseerde vooral het massale en methodische starre volksonderwijs.
Ze hanteerde 5 uitgangspunten
1. Kind moet centraal staan en niet de leerstof of opvoedingsdoelen
2. Opvoeders hebben vertrouwen in de natuurlijke ontwikkeling van het kind
3. Lichamelijke ontwikkeling en kunstvorming zijn erg belangrijk (zelfde als wiskunde)
4. Kinderen zijn van nature actief dus de school kan niet verwachten dat ze stilzitten
5. Staan voor een zekere mate van individualisering rekening houden met
individuele aard van kinderen
Dankzij de reformpedagogen zijn nu in Nederland en ook in andere Europese landen vele
scholen afgestapt van het leerstofjaarklassensysteem waarbij leerlingen van dezelfde leeftijd
worden gegroepeerd, uniform onderwijs lijgen en met dezelfde de prestatie-eisen worden
geconfronteerd. Scholen die zich veel meer richten op de individuele leerling met zijn eigen
interesses en ontwikkelingscurve zijn onder andere: vrije sd1olen met een antroposofische
grondslag, jenaplan-, nuts-, freinet-, dalton- en montessorischolen.
Inhoud:
Module 1: terrein van de pedagogische wetenschappen
1. Pluraliteit van de pedagogiek
2. Opvoedingswetenschap tussen waarheid, bruikbaarheid en zinvolheid
3. Ontstaansgeschiedenis van de pedagogiek (niet alles kennen)
Module 2: onderwijs als maatschappelijk fenomeen
4. Onderwijs in de maatschappelijke context
Module 3: leertheorieën en -paradigma’s
5. Van een behavioristische visie op leren naar het ontwerpen van instructie
6. Van een cognitieve visie op leren naar het ontwerpen van instructie
7. Van een constructivistische visie op leren naar het ontwerpen van instructie
Module 4: fundamenten van de basisschool
8. Leren in het basisonderwijs
Module 1: Terrein van de pedagogische wetenschappen
1 PLURALITEIT VAN DE PEDAGOGIEK
1.1 PEDAGOGIEK
In 1779 werd de pedagogiek een academische discipline, Ernst Christian Trapp wordt de
eerste hoogleraar in de pedagogiek.
Toch was er hiervoor ook aandacht voor de pedagogiek.
Plato: opvoeding speelde een rol om te samenleving in 3 standen te houden
Locke: vergelijkt kind met wit papier dat dooropvoeding en onderwijs wordt
beschreven
Formele, informele en niet-formele educatie:
Formeel: scholen etc leid tot een diploma met een betekenis
informeel: tv, radio, internet, wanneer je iets leert zonder het de bedoeling is om te leren
niet-formeel: werkvloer, Chiro, training, iets doen dat valt onder educatie maar niet leidt
tot een diploma waardoor je een job kan krijgen
Pedagogiek = interactieve wetenschap
object dat het onderzoekt (onderwijs) en maken gebruik van inzichten uit andere
wetenschap domeinen om informatie te vinden over dat object
analyse komt door andere disciplines
,1.2 PEDAGOGIEK ALS WETENSCHAP
De pedagogiek als wetenschap staat in dit boek centraal en we gaan kijken naar de
ontwikkelingen hierin.
De pedagogiek heeft geen overkoepelde metatheorie, maar er zijn meerdere theorieën die
samenwerken en soms tegen elkaar ingaan. Een voorbeeld van een vraagstuk waarin
verschillende theorieën het oneens zijn is de relatie tussen theorie en praktijk
Praktijk komt uit de theorie
Theorie komt uit de praktijk
Wisselwerking tussen theorie en praktijk
We maken een onderscheid van 3 niveaus (praktijk, objecttheoretisch en metatheoretisch)
1. Wetenschapstheorieën: metaniveau, theoretiseren over onderzoek en
theorievorming naar opvoeding
2. Pedagogische theorieën: objecttheoretisch niveau, theorievorming en onderzoek
over het object opvoeding
3. Werkelijkheid van opvoeding en onderwijs: het niveau van de praktijk
1.3 DE MEERVOUDIGHEID VAN DE PEDAGOGIEK
De ontwikkelingen in de opvoedingswetenschap gaan in richting van een pluralisering van
wetenschapstheorie, objecttheorie en methodologie.
Pedagogiek in opgesplitst in 3 richtingen: geesteswetenschappelijke, de empirisch-
analytische en de kritisch-emancipatorische pedagogiek.
Biesta heeft aandacht besteed aan de meervoudigheid van de pedagogiek en 2 vormen van
meervoudigheid ontwikkeld. Hij vind deze pluraliteit positief, want dit is nodig om kritiek te
kunnen leveren. (noodzakelijk maar niet genoeg)
Diachrome pluraliteit Synchrone pluraliteit
De opeenvolging van paradigmata, scholen, Het naast elkaar bestaan daarvan
stromingen en dergelijke Stromingen ontwikkelen naast elkaar en
Stromingen ontstaan door reacties op beïnvloeden elkaar
elkaar Vb: de wetenschapstheoretische pluraliteit
Vb: verdringen van een stroming door een van de drie stromingen
andere
,2 OPVOEDINGSWETENSCHAP TUSSEN WAARHEID,
BRUIKBAARHEID EN ZINVOLHEID
2.1 DIENSTBARE WETENSCHAP
Pedagogische theorieën willen opvoeding optimaliseren en zo dienstbaar zijn in de praktijk
(niet enkel een beschrijvende functie). We beschrijven 3 verschillende opvatting hierover.
Empirische-analytische pedagogiek:
Beschrijven wat opvoeding is en niet wat het zou moeten zijn geen advies geven
Zuivere, objectieve, feitelijke beschrijvingen om mensen te informeren
Opvoeden is het beïnvloeden waarbij het handelen van de opvoeder de oorzaak is
en het gedrag van de opgevoede het gevolg is
Verbanden zoeken tussen de opvoeder en de opgevoede om zo wetten te maken die
altijd gelden
Handelingsgerichte pedagogiek (kritisch-emantisaprische:
Reactie op de empirische pedagogiek
Elementen van de empirische pedagogiek integreren maar niet alleen informeren
maar ook adviseren bruikbare kennis aanrijken, niet zeggen wat ze moeten doen
maar is en betrokken partner
Onderzoek is verbanden vinden en beschrijven van situaties om in de praktijk te
helpen
Praktijk wordt geoptimaliseerd en er wordt aan theorievorming gedaan
Opvoeden is een tussenmenselijk gebeuren waarin alle betrokkenen samenwerken
aan een beter welzijn
Kernbegrippen: participatie, emancipatie, communicatie, overleg en dialoog
Hermeneutische (geesteswetenschappelijk) pedagogiek:
Theorievorming is het verwoorden van ervaringen en deze verwoording moet
coherent, logisch, waarachtig en accuraat zijn
Culturele rol van de pedagogiek opvoeden is een cultureel gebeuren (het
doorgeven van cultuur, het in vraag stellen van cultuur, het integreren van culturen,
het cultiveren van nieuwe culturen)
Zelf verstaan van de praktijk is essentieel
Vrijheidsperspectief
Zinvolheid
Theorie en praktijk zijn 2 aspecten van dezelfde werkelijkheid
2.2 GERECHTIGHEID ALS PRINCIPE, MIDDEL EN DOEN VAN DE
PEDAGOGIEK
Er zijn hevige discussies over wie gelijk heeft.
, 3 ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN DE PEDAGOGIEK
3.1 DE REFORMPEDAGOGIEK
De reformpedagogiek bracht in de 19de eeuw een vernieuwingsbeweging op gang.
reformpedagogen bekritiseerde vooral het massale en methodische starre volksonderwijs.
Ze hanteerde 5 uitgangspunten
1. Kind moet centraal staan en niet de leerstof of opvoedingsdoelen
2. Opvoeders hebben vertrouwen in de natuurlijke ontwikkeling van het kind
3. Lichamelijke ontwikkeling en kunstvorming zijn erg belangrijk (zelfde als wiskunde)
4. Kinderen zijn van nature actief dus de school kan niet verwachten dat ze stilzitten
5. Staan voor een zekere mate van individualisering rekening houden met
individuele aard van kinderen
Dankzij de reformpedagogen zijn nu in Nederland en ook in andere Europese landen vele
scholen afgestapt van het leerstofjaarklassensysteem waarbij leerlingen van dezelfde leeftijd
worden gegroepeerd, uniform onderwijs lijgen en met dezelfde de prestatie-eisen worden
geconfronteerd. Scholen die zich veel meer richten op de individuele leerling met zijn eigen
interesses en ontwikkelingscurve zijn onder andere: vrije sd1olen met een antroposofische
grondslag, jenaplan-, nuts-, freinet-, dalton- en montessorischolen.