FARMACOTHERAPIE VOOR KINDEREN
- Dynamiek(wat doet GM met lichaam) -> grotere/kleinere gevoeligheid afhankelijk van type medicatie
- Kinetiek(wat doet lichaam met GM)
- Absorptie; normaal kind=volwassene, tenzij;
o Pasgeborene minder maagzuur
o Tot 13j snellere darmmotiliteit
o Grotere verhouding huidoppervlak
o Opletten met vermening met voedsel (melkproducten, pompelmoessap)
- Distributie;
o Pasgeborene meer water en minder vet.
o Lagere eiwitbinding bij kinderen (dus meer vrije conc en meer effect), maar weinig klinisch relevant.
o BBB nog niet volledig op punt
- Metabolisatie/Eliminatie
o Pasgeborenen minder lever klaring, dus meer toxische effecten -> bijwerking moeilijk te voorspellen
o Van 6m-6j meer biotransformatie omdat de verhouding lever/gewicht groter is.
o Glomerulus en tubuli pas na 5-7m gelijk aan volwasse.
- Dosering? Veel gm niet onderzocht of niet geschikt, kies dus enkel voor gm waar dosis gekend is.
Meestal lichaamsgewicht(Denekampschaal toont %volwassendosering obv gewicht (en lengte) kind), best
obv lichaamsopp(formule v Mosteller bij onco), onnauwkeurig obv leeftijd.
- Off-label use(vergund gm buiten indicatie), unlicensed use(niet-vergund in belgie, of vergund in andere vorm)
Probleem -> gm-onderzoek bij kinderen nog niet uitgevoerd, maar dagelijkse praktijk wegens te weinig OZ.
- Therapietrouw; zeker bij gm met niet-merkbare effecten, bij OE, aandacht voor gebruiksgemak hebben als arts,
niet voorschrijven in lepels maar in ml/mg, doseringsfrequentie zo laag mogelijk houden, arts-pt/ouder relatie
- Intoxicatie; ‘snoepje’, accidentele inname, foute dosering door ouders (>150mg paracetamol/kg, pas na 24-48u
symptomen),
FARMACOTHERAPIE BIJ ZWANGERSCHAP
- 7% in belgie nam toch schadelijk gm tijdens ZS; noodzakelijk voor klacht/ziekte, of nadien pas ZS teweten gekomen
- Detectie via dierenmodellen, maar incidentie van teratogene effecten vaak laag, niet zelfde reactiepatroon
Controlestudies niet ethisch verantwoord, observationele studies veel ruis.
- Placenta heeft passieve niet-ionische diffusie, maar traag (lage piekconc.) en vaak metaboliserende enzymen.
Voor conceptie; opletten voor latentietijd van gm (ook bij man)
Dag 1-7; geen verhoogd risico van gm of straling -> ofwel volledig herstel ofwel afsterven
Dag 8 – einde 2e maand; ZEER belangrijk, teratogene periode (misvorming/dood)
! lithium, anti-epilept, thalidomide, retinoïden + verdenking bij vitKanta, corticos, SSRI?, ACE-I,…
e e
3 – 9 maand; functionele stoornis tgv het verwachte farmacologisch effect, minder morfoligische afwijking
Arbeid; medicatie kan overgaan + eerste dagen heeft foetus een immature lever/nier.
Lactatie; hoeveelheid kind afhankelijk van vrije plasmaconc moeder/ionisatiegraad/vetoplosbaarheid +
alleszins minder piekconcentratie want er is passieve diffusie naar melk. Hoeveelheid vaak weinig relevant.
Evt borstvoeding tijdelijk staken (4-5x halfwaardetijd) of vroegtijdig afkolven.
Dus zo laag mogelijk houden + kind screenen, maar zeker niet als absolute CI bij lactatie.
- Adviseringssystemen (A = veilig, B = relatief, C = enkel als echt nodig, D = levensbedreigende sit, E = absolute CI)
Maar vrijwel verlaten -> nu via BCFI: teratogeen = CI bij ZS.
- Preventie; foliumziuur, vaccinatie kinkhoest/influenza/COVID, paracetamol bij koorts in 2e helft om vroeggeboorte
te voorkomen, chronische medicatie blijven geven(insuline bij DM, inhalatietherapie bij astma, heparine bij
kleplijden, vaak twijfel bij anti-epileptica/SSRI/lithium omdat voordelen><nadelen).
- Tips; lokale therapie, korte halfwaarde, laagst mogelijke dosis, inname na voedsel, rekening houden met BV.
DEPRESSIE
- Na half jaar 50% hersteld, effect AD pas na 6wk (OE al vroeger, maar zullen verbeteren met de tijd). Bij stop zullen
de onttrekkingsverschijnselen al na enkele dagen-week komen(stopt bij herstart) terwijl terugval pas na 2-3wk komt.
- Serotonerg syndroom zal niet voorkomen bij 1 medicatie.
- SSRI voorkeur, TCA kan maar andere bijwerkingen (! toxisch in hoge dosis)
, 1 KLINISCHE LESSEN
1.1 THERAPIE RESISTENTE LUTS/OAB(OVERACTIEVE BLAAS)
- Vullingsfase(druppelen, hoeveelheid, ‘snachts)/ledigingsfase(straal, druk, residueel volume)/post-mictie(nadruppel)
- Altijd neurologische problemen in achterhoofd houden (MS, parkinson(parasomnie als voorteken)).
Gemengde incontinenten = drangincontinentie + inspanningsgebonden
Overactieve blaas = urgency, frequent, nachtelijk…
R/AntiCho(geen combo van AntiCholinergica), B3 agonisten(inhibitie contractie). Combinatie superieur.
PTNS (post tibial nerve stim); komt samen met bekkenbodem/blaas/rectum zenuw. Via acupunctuur.
Botox injectie; inhibeert zowel efferent als afferent. Dus geen prikkel en contractie -> herstelt cyclus.
Beter effect dan SNM, maar vaker bijwerkingen(residu/zelfsondage/UWI) + herhaling van toediening
noodzakelijk. Zelfsondage kan burden zijn, maar veel mensen pijnloos/gemakkelijk/weinig invloed.
Sacrale zenuwstimulatie(SNM) in S3 foramen -> test oke als tenen plooien en anus samentrekt.
Zeker indicatie bij mensen met ook stoelgangsverlies of moeilijk stoelgang maken(dyschezie), rectale
pijn, OAB, urineincontinentie, blaaspijn, pelvische bodempijn, sexuele dysfunctie.
DUS start met conservatieve aanpak (vocht/dieet/training/kine) met opvolging plaskalender. Volgende stap is
medicatie (anti-cho of b3 agon). Bij falen step-up/combinatie of doorverwijzen naar urologie.
1.2 RADIO-ONCOLOGIE
- Bij vermoeden van tumor, doorsturen want je kan als huisarts niets extra doen. NKO/MKA kan scopie/biopsie doen.
- CT met contrast -> check allergie(eventueel met medrol als allergie) + nierfunctie.
Ook CT thorax bijvragen voor longmeta’s.
- Staging = diagnostiek + TNM-classificatie. Stage grouping I-II-III-IV (evt a,b,c,d) info over behandeling/prognose
- R/ MOC -> als operabel dan heelkunde, radiochemotherapie eerder bij hypofarynx/larynx/orofarynx/nasofarynx.
- Vanaf MOC alles asap opstarten.
- Meer dan de helft wordt niet geopereerd, maar RT(+chemo) om weefsel te sparen.
- Evt adjuvante RT (1 gray = 1J/kg); thermoplastisch masker, beeldvorming met behandelplanopstelling.
- Post-op MOC -> vrije snijranden? Klierinvasie? Differentiatie? Neurale invasie?
- Complicaties
- Eerste 2-6w de acute toxiciteit (graad 0-5), afhankelijk v RT/chemo, fracties, volume, dosis, lft, stage, co-mor
Symptomen zoals dysfagie, mucositis, dermatitis, vermoeidheid.
- Nadien tanden gaan kapot door xerostomie (droge mond), niet door bestraling, zoute smaak, aspiratie door
verminderde gevoeligheid van epiglottis (oplossen door kin naar borstkas te houden).
- Opvolging via kijken/voelen/palperen, geen scan nodig tenzij bij submucosaal of rokers. Geen tumormerkers.
- Tot 2j elke 4mnd opvolging, nadien tot 5j jaarlijkse opvolging. Opletten bij 2e primaire tumor bij rokers/drinkers.
1.3 ZWANGERSCHAP EN DIABETES
- 1/6 hebben hyperglycemie, merendeel gestationele DM (begonnen tijdens ZS). 50% krijgt DMT2 na 5-10j.
- Maternale hypergly -> foet hypergly(geen insuline door placenta) -> macrosomie(trauma), neonatale hypoglycemie
- Bij voorafbestaande DM
- Controle nierfunctie (+ toename albuminurie tijdens ZS) + schildklierfunctie bij DMT1.
- Hoger risico op diabetische keto-acidose met hyperglyc, braken/misselijk tgv minder voedsel inname door
ZSmisselijkheid + te weinig insuline toediening (meer insuline nodig naarmate meer weken zwanger).
- Complicaties
- Risico op congenitale afwijking in 1e trim vb neuralebuis defecten, cardiale/skeletale afwijking, (GEEN
chromosomale afwijking), UWI moeder, mors-in-utero door CMP, vroegtijdige C-sectio
- Obesitas, hypertensie, diabetes, macrosomie bij neonatus
- Beleid
- HbA1c <6,5% belangrijk, bij DMT1 steven naar 70% tijd binnen range via hybrid closed loop.
- Gewichtstoename moeder beperkten; dieet, beweging, levensstijlmaatregelen
- Verhoogde dosis foliumzuur (4mg) tot 12wk
- Aandacht voor statine, ACE-i bij microalbuminurie, DMT2 vóór conceptie overschakel op insuline(evt
metformine omdat geruststellend).
- Dynamiek(wat doet GM met lichaam) -> grotere/kleinere gevoeligheid afhankelijk van type medicatie
- Kinetiek(wat doet lichaam met GM)
- Absorptie; normaal kind=volwassene, tenzij;
o Pasgeborene minder maagzuur
o Tot 13j snellere darmmotiliteit
o Grotere verhouding huidoppervlak
o Opletten met vermening met voedsel (melkproducten, pompelmoessap)
- Distributie;
o Pasgeborene meer water en minder vet.
o Lagere eiwitbinding bij kinderen (dus meer vrije conc en meer effect), maar weinig klinisch relevant.
o BBB nog niet volledig op punt
- Metabolisatie/Eliminatie
o Pasgeborenen minder lever klaring, dus meer toxische effecten -> bijwerking moeilijk te voorspellen
o Van 6m-6j meer biotransformatie omdat de verhouding lever/gewicht groter is.
o Glomerulus en tubuli pas na 5-7m gelijk aan volwasse.
- Dosering? Veel gm niet onderzocht of niet geschikt, kies dus enkel voor gm waar dosis gekend is.
Meestal lichaamsgewicht(Denekampschaal toont %volwassendosering obv gewicht (en lengte) kind), best
obv lichaamsopp(formule v Mosteller bij onco), onnauwkeurig obv leeftijd.
- Off-label use(vergund gm buiten indicatie), unlicensed use(niet-vergund in belgie, of vergund in andere vorm)
Probleem -> gm-onderzoek bij kinderen nog niet uitgevoerd, maar dagelijkse praktijk wegens te weinig OZ.
- Therapietrouw; zeker bij gm met niet-merkbare effecten, bij OE, aandacht voor gebruiksgemak hebben als arts,
niet voorschrijven in lepels maar in ml/mg, doseringsfrequentie zo laag mogelijk houden, arts-pt/ouder relatie
- Intoxicatie; ‘snoepje’, accidentele inname, foute dosering door ouders (>150mg paracetamol/kg, pas na 24-48u
symptomen),
FARMACOTHERAPIE BIJ ZWANGERSCHAP
- 7% in belgie nam toch schadelijk gm tijdens ZS; noodzakelijk voor klacht/ziekte, of nadien pas ZS teweten gekomen
- Detectie via dierenmodellen, maar incidentie van teratogene effecten vaak laag, niet zelfde reactiepatroon
Controlestudies niet ethisch verantwoord, observationele studies veel ruis.
- Placenta heeft passieve niet-ionische diffusie, maar traag (lage piekconc.) en vaak metaboliserende enzymen.
Voor conceptie; opletten voor latentietijd van gm (ook bij man)
Dag 1-7; geen verhoogd risico van gm of straling -> ofwel volledig herstel ofwel afsterven
Dag 8 – einde 2e maand; ZEER belangrijk, teratogene periode (misvorming/dood)
! lithium, anti-epilept, thalidomide, retinoïden + verdenking bij vitKanta, corticos, SSRI?, ACE-I,…
e e
3 – 9 maand; functionele stoornis tgv het verwachte farmacologisch effect, minder morfoligische afwijking
Arbeid; medicatie kan overgaan + eerste dagen heeft foetus een immature lever/nier.
Lactatie; hoeveelheid kind afhankelijk van vrije plasmaconc moeder/ionisatiegraad/vetoplosbaarheid +
alleszins minder piekconcentratie want er is passieve diffusie naar melk. Hoeveelheid vaak weinig relevant.
Evt borstvoeding tijdelijk staken (4-5x halfwaardetijd) of vroegtijdig afkolven.
Dus zo laag mogelijk houden + kind screenen, maar zeker niet als absolute CI bij lactatie.
- Adviseringssystemen (A = veilig, B = relatief, C = enkel als echt nodig, D = levensbedreigende sit, E = absolute CI)
Maar vrijwel verlaten -> nu via BCFI: teratogeen = CI bij ZS.
- Preventie; foliumziuur, vaccinatie kinkhoest/influenza/COVID, paracetamol bij koorts in 2e helft om vroeggeboorte
te voorkomen, chronische medicatie blijven geven(insuline bij DM, inhalatietherapie bij astma, heparine bij
kleplijden, vaak twijfel bij anti-epileptica/SSRI/lithium omdat voordelen><nadelen).
- Tips; lokale therapie, korte halfwaarde, laagst mogelijke dosis, inname na voedsel, rekening houden met BV.
DEPRESSIE
- Na half jaar 50% hersteld, effect AD pas na 6wk (OE al vroeger, maar zullen verbeteren met de tijd). Bij stop zullen
de onttrekkingsverschijnselen al na enkele dagen-week komen(stopt bij herstart) terwijl terugval pas na 2-3wk komt.
- Serotonerg syndroom zal niet voorkomen bij 1 medicatie.
- SSRI voorkeur, TCA kan maar andere bijwerkingen (! toxisch in hoge dosis)
, 1 KLINISCHE LESSEN
1.1 THERAPIE RESISTENTE LUTS/OAB(OVERACTIEVE BLAAS)
- Vullingsfase(druppelen, hoeveelheid, ‘snachts)/ledigingsfase(straal, druk, residueel volume)/post-mictie(nadruppel)
- Altijd neurologische problemen in achterhoofd houden (MS, parkinson(parasomnie als voorteken)).
Gemengde incontinenten = drangincontinentie + inspanningsgebonden
Overactieve blaas = urgency, frequent, nachtelijk…
R/AntiCho(geen combo van AntiCholinergica), B3 agonisten(inhibitie contractie). Combinatie superieur.
PTNS (post tibial nerve stim); komt samen met bekkenbodem/blaas/rectum zenuw. Via acupunctuur.
Botox injectie; inhibeert zowel efferent als afferent. Dus geen prikkel en contractie -> herstelt cyclus.
Beter effect dan SNM, maar vaker bijwerkingen(residu/zelfsondage/UWI) + herhaling van toediening
noodzakelijk. Zelfsondage kan burden zijn, maar veel mensen pijnloos/gemakkelijk/weinig invloed.
Sacrale zenuwstimulatie(SNM) in S3 foramen -> test oke als tenen plooien en anus samentrekt.
Zeker indicatie bij mensen met ook stoelgangsverlies of moeilijk stoelgang maken(dyschezie), rectale
pijn, OAB, urineincontinentie, blaaspijn, pelvische bodempijn, sexuele dysfunctie.
DUS start met conservatieve aanpak (vocht/dieet/training/kine) met opvolging plaskalender. Volgende stap is
medicatie (anti-cho of b3 agon). Bij falen step-up/combinatie of doorverwijzen naar urologie.
1.2 RADIO-ONCOLOGIE
- Bij vermoeden van tumor, doorsturen want je kan als huisarts niets extra doen. NKO/MKA kan scopie/biopsie doen.
- CT met contrast -> check allergie(eventueel met medrol als allergie) + nierfunctie.
Ook CT thorax bijvragen voor longmeta’s.
- Staging = diagnostiek + TNM-classificatie. Stage grouping I-II-III-IV (evt a,b,c,d) info over behandeling/prognose
- R/ MOC -> als operabel dan heelkunde, radiochemotherapie eerder bij hypofarynx/larynx/orofarynx/nasofarynx.
- Vanaf MOC alles asap opstarten.
- Meer dan de helft wordt niet geopereerd, maar RT(+chemo) om weefsel te sparen.
- Evt adjuvante RT (1 gray = 1J/kg); thermoplastisch masker, beeldvorming met behandelplanopstelling.
- Post-op MOC -> vrije snijranden? Klierinvasie? Differentiatie? Neurale invasie?
- Complicaties
- Eerste 2-6w de acute toxiciteit (graad 0-5), afhankelijk v RT/chemo, fracties, volume, dosis, lft, stage, co-mor
Symptomen zoals dysfagie, mucositis, dermatitis, vermoeidheid.
- Nadien tanden gaan kapot door xerostomie (droge mond), niet door bestraling, zoute smaak, aspiratie door
verminderde gevoeligheid van epiglottis (oplossen door kin naar borstkas te houden).
- Opvolging via kijken/voelen/palperen, geen scan nodig tenzij bij submucosaal of rokers. Geen tumormerkers.
- Tot 2j elke 4mnd opvolging, nadien tot 5j jaarlijkse opvolging. Opletten bij 2e primaire tumor bij rokers/drinkers.
1.3 ZWANGERSCHAP EN DIABETES
- 1/6 hebben hyperglycemie, merendeel gestationele DM (begonnen tijdens ZS). 50% krijgt DMT2 na 5-10j.
- Maternale hypergly -> foet hypergly(geen insuline door placenta) -> macrosomie(trauma), neonatale hypoglycemie
- Bij voorafbestaande DM
- Controle nierfunctie (+ toename albuminurie tijdens ZS) + schildklierfunctie bij DMT1.
- Hoger risico op diabetische keto-acidose met hyperglyc, braken/misselijk tgv minder voedsel inname door
ZSmisselijkheid + te weinig insuline toediening (meer insuline nodig naarmate meer weken zwanger).
- Complicaties
- Risico op congenitale afwijking in 1e trim vb neuralebuis defecten, cardiale/skeletale afwijking, (GEEN
chromosomale afwijking), UWI moeder, mors-in-utero door CMP, vroegtijdige C-sectio
- Obesitas, hypertensie, diabetes, macrosomie bij neonatus
- Beleid
- HbA1c <6,5% belangrijk, bij DMT1 steven naar 70% tijd binnen range via hybrid closed loop.
- Gewichtstoename moeder beperkten; dieet, beweging, levensstijlmaatregelen
- Verhoogde dosis foliumzuur (4mg) tot 12wk
- Aandacht voor statine, ACE-i bij microalbuminurie, DMT2 vóór conceptie overschakel op insuline(evt
metformine omdat geruststellend).