Trends en ontwikkelingen in de maatschappij
Samenvatting artikel 8 Emancipatiemonitor 2012
, Artikel 8: Emancipatiemonitor 2012
Het doel van Nederlandse participatiebeleid is participatie van vrouwen in alle lagen en sectoren van de
arbeidsmarkt en de veiligheid vergroten. De emancipatiemonitor verschijnt 1 keer per 2 jaar en wordt
uitgebracht door het SCP en het CBS.
Jongeren:
- Meisjes scoren hoger op onderdeel taal en jongens bij rekenen op de Cito-toets
- Jongens score beter op de Cito-toets, meisjes in het voortgezet onderwijs en MBO
oververtegenwoordigd in de hogere niveaus.
- Meisjes behalen vaker diploma, jongens stromen vaker voortijdig uit het onderwijs.
- Instroom HBO en WO telt meer vrouwen dan mannen en vrouwen ronden sneller studie af.
- Sinsd 2000/2001 meisjes ouder 16 en onderwijs volgen toegenomen ten opzichte jongens.
- 25 tot 64 jaar mannen gemiddeld hoger opgeleid dan vrouwen. Tot 35 jaar vrouwen hoger opgeleid.
- Seksesegratie naar onderwijsrichting hoogst op vmbo en mbo
e
- Na invoering vernieuwde 2 fase have en vwo steeg aandeel meisjes profiel natuur en techniek.
- Jongeren met mbo-diploma hebben direct na schoolverlaten een baan dan zonder startkwalificatie.
- Meeste schoolverlaters werken in deeltijd, vrouwen vaker.
- Jonge mannen zijn vaker economisch zelfstandig dan jonge vrouwen.
- Verschil in arbeidsdeelname van 15-27 jaar is met 4 procentpunt minder groot dan onder 27-65 jarige
17 procentpunt.
- Bijna helft van 16-28 jarige wil later betaalde arbeid verdelen volgens het anderhalfverdienersmodel
(man fulltime, vrouw parttime)
- Helft jonge mannen wil later genoeg verdienen om gezin te onderhouden
- Ruime meerderheid jongeren wil later huishouden met name de kinderzorg gelijk verdelen met
partner.
Vrouwen en de arbeidsmarkt:
- Hoewel situatie verslechterd, vrouwen wisten positie te handhaven, mannen daalde.
- Bij samenwonende jonge moeders nettoarbeidsparticipatie gestegen, jonge vaders nam licht af. Bij
jonge vrouwen zonder kinderen nam arbeidsdeelname af.
- Vooral laagopgeleide vrouwen hadden in 2011 vaker dan in 2008 werk van minstens 12 uur per week.
- Bijna driekwart van vrouwen met baan van minstens 1 uur per week werkt deeltijd.
- Gemiddelde gewerkte uren door vrouwen ligt sinds 2006 op 26,4 uur, bij mannen 38,2 uur.
e
- In bedrijfsleven maken vrouwen een 3 uit van alle werknemers, in niet-commerciële dienstverlening
2/3. Gezondheidszorg is een vrouwensector, 8/10.
- Economische zelfstandigheid onder vrouwen is lager dan mannen: 52% tegenover 74%.
- Bij moeders met partner is economische zelfstandigheid in 10 jaar verder toegenomen.
- 1 /3 van niet economische zelfstandige vrouwen heeft geen eigen inkomen of volgt een studie. 1/3
ontvangt uitkering, meestal wegens arbeidsongeschiktheid. 1/3 verdient minder dan bijstandsniveau.
- In 2009 verdienden vrouwen gemiddeld 80% van bruto-uurloon mannen, verschil 8%.
- 8 van 10 vrouwen had in 2011 hele jaar eigen inkomen.
- Vrouwen en mannen vinden leuk en belangrijk betaald werkt te hebben vanwege zelfontplooiing en
contacten. Vrouwen minder gericht op doorstroming hogere functie en hoger salaris.
- Onder vrouwen is werkloosheid 5,3% en onder mannen 4,9%. Tijdens crisis steeg het harder bij
mannen, gevolg is sekseverschil kleinste in 10 jaar tijd.
- Vrouwen en mannen hebben even vaak uitering, 16%.
- Zorg kinderen voor vrouwen minder reden om niet te werken. Ziekte belangrijkste reden niet werken.
Laagopgeleide vrouwen:
- 45% laagopgeleide vrouwen met lage opleding denkt weinig kan maken op betaald werk.
- Niet werkende laagopgeleide vrouwen zien zichzelf weinig interessant voor werkgevers. 37% denkt
taken die op hen afkomt goed te kunnen doen en 28% goed beeld functies terecht kunnen komen.
- Kans dat laagopgeleide vrouwen betaald werk krijgen is groter bij posivitiever beeld kansen.
- Deel laagopgeleide vrouwen ziet af van zoeken betaald werk omdat ze denken niets te vinden.
Combinatie arbeid en zorg:
- Ouders met kinderen tot 4 jaar zijn afgemeten in tijd die zij aan (on)betaald werk besteden het drukst,
in totaal meer dan 60 uur per week.
- Werkende paren met minderjarige kinderen komt combinatie voltijd-deeltijd meest voor, 56%.
e
- Meer vrouwen blijven werken na geboorte 1 kind. Stijging 50% - 54%. Minder werk daalde, 40% - 35%
e
- Vrouwen na 1 kind werken gemiddeld 28 uur per week. Jongste kind van basisschool meer uur.
Samenvatting artikel 8 Emancipatiemonitor 2012
, Artikel 8: Emancipatiemonitor 2012
Het doel van Nederlandse participatiebeleid is participatie van vrouwen in alle lagen en sectoren van de
arbeidsmarkt en de veiligheid vergroten. De emancipatiemonitor verschijnt 1 keer per 2 jaar en wordt
uitgebracht door het SCP en het CBS.
Jongeren:
- Meisjes scoren hoger op onderdeel taal en jongens bij rekenen op de Cito-toets
- Jongens score beter op de Cito-toets, meisjes in het voortgezet onderwijs en MBO
oververtegenwoordigd in de hogere niveaus.
- Meisjes behalen vaker diploma, jongens stromen vaker voortijdig uit het onderwijs.
- Instroom HBO en WO telt meer vrouwen dan mannen en vrouwen ronden sneller studie af.
- Sinsd 2000/2001 meisjes ouder 16 en onderwijs volgen toegenomen ten opzichte jongens.
- 25 tot 64 jaar mannen gemiddeld hoger opgeleid dan vrouwen. Tot 35 jaar vrouwen hoger opgeleid.
- Seksesegratie naar onderwijsrichting hoogst op vmbo en mbo
e
- Na invoering vernieuwde 2 fase have en vwo steeg aandeel meisjes profiel natuur en techniek.
- Jongeren met mbo-diploma hebben direct na schoolverlaten een baan dan zonder startkwalificatie.
- Meeste schoolverlaters werken in deeltijd, vrouwen vaker.
- Jonge mannen zijn vaker economisch zelfstandig dan jonge vrouwen.
- Verschil in arbeidsdeelname van 15-27 jaar is met 4 procentpunt minder groot dan onder 27-65 jarige
17 procentpunt.
- Bijna helft van 16-28 jarige wil later betaalde arbeid verdelen volgens het anderhalfverdienersmodel
(man fulltime, vrouw parttime)
- Helft jonge mannen wil later genoeg verdienen om gezin te onderhouden
- Ruime meerderheid jongeren wil later huishouden met name de kinderzorg gelijk verdelen met
partner.
Vrouwen en de arbeidsmarkt:
- Hoewel situatie verslechterd, vrouwen wisten positie te handhaven, mannen daalde.
- Bij samenwonende jonge moeders nettoarbeidsparticipatie gestegen, jonge vaders nam licht af. Bij
jonge vrouwen zonder kinderen nam arbeidsdeelname af.
- Vooral laagopgeleide vrouwen hadden in 2011 vaker dan in 2008 werk van minstens 12 uur per week.
- Bijna driekwart van vrouwen met baan van minstens 1 uur per week werkt deeltijd.
- Gemiddelde gewerkte uren door vrouwen ligt sinds 2006 op 26,4 uur, bij mannen 38,2 uur.
e
- In bedrijfsleven maken vrouwen een 3 uit van alle werknemers, in niet-commerciële dienstverlening
2/3. Gezondheidszorg is een vrouwensector, 8/10.
- Economische zelfstandigheid onder vrouwen is lager dan mannen: 52% tegenover 74%.
- Bij moeders met partner is economische zelfstandigheid in 10 jaar verder toegenomen.
- 1 /3 van niet economische zelfstandige vrouwen heeft geen eigen inkomen of volgt een studie. 1/3
ontvangt uitkering, meestal wegens arbeidsongeschiktheid. 1/3 verdient minder dan bijstandsniveau.
- In 2009 verdienden vrouwen gemiddeld 80% van bruto-uurloon mannen, verschil 8%.
- 8 van 10 vrouwen had in 2011 hele jaar eigen inkomen.
- Vrouwen en mannen vinden leuk en belangrijk betaald werkt te hebben vanwege zelfontplooiing en
contacten. Vrouwen minder gericht op doorstroming hogere functie en hoger salaris.
- Onder vrouwen is werkloosheid 5,3% en onder mannen 4,9%. Tijdens crisis steeg het harder bij
mannen, gevolg is sekseverschil kleinste in 10 jaar tijd.
- Vrouwen en mannen hebben even vaak uitering, 16%.
- Zorg kinderen voor vrouwen minder reden om niet te werken. Ziekte belangrijkste reden niet werken.
Laagopgeleide vrouwen:
- 45% laagopgeleide vrouwen met lage opleding denkt weinig kan maken op betaald werk.
- Niet werkende laagopgeleide vrouwen zien zichzelf weinig interessant voor werkgevers. 37% denkt
taken die op hen afkomt goed te kunnen doen en 28% goed beeld functies terecht kunnen komen.
- Kans dat laagopgeleide vrouwen betaald werk krijgen is groter bij posivitiever beeld kansen.
- Deel laagopgeleide vrouwen ziet af van zoeken betaald werk omdat ze denken niets te vinden.
Combinatie arbeid en zorg:
- Ouders met kinderen tot 4 jaar zijn afgemeten in tijd die zij aan (on)betaald werk besteden het drukst,
in totaal meer dan 60 uur per week.
- Werkende paren met minderjarige kinderen komt combinatie voltijd-deeltijd meest voor, 56%.
e
- Meer vrouwen blijven werken na geboorte 1 kind. Stijging 50% - 54%. Minder werk daalde, 40% - 35%
e
- Vrouwen na 1 kind werken gemiddeld 28 uur per week. Jongste kind van basisschool meer uur.