Hoofdstuk 5:
Van naoorlogse wederopbouw naar de explosieve sixties
(1944-1974)
Regeringen:
= 30 glorieuze jaren
A. Van Acker (1945)
P.-H. Spaak (1946)
A. Van Acker (1946). Geen kath, aleen soc
C. Huysmans (1946-1947)
P.-H. Spaak (1947-1949)
G. Eyskens (1949-1950)
J. Duvieusart (1950)
J. Pholien (1950-1952). Kath absolute meerderheid
J. Van Houtte (1952-1954. Want meeste vlamingen willen
Leopold lll terug, zijn oudste zoon Boudewijn l
neemt over
A. Van Acker (1954-1958) geen kath
G. Eyskens (1958-1961)
T. Lefèvre (1961-1965)
P. Harmel (1965-1966). Centrumrechts
oranjeblauw
P. Vanden Boeynants (1966-1968). Centrumlinks
oranjerood
G. Eyskens (1968-1973)
E. Leburton (1973-1974)
De politieke krachtsverhoudingen tijdens de
bevrijdingsperiode
= REX en VNV worden verboden
= kath gaaan campagne voeren rond de koning
Tijdsgeest (1944-1950)
Democratische opflakkering, versterkt patriottisme, drang naar
vernieuwing
1948: vrouwenstemrecht
1939: 2.652.707 kiezers
1949: 5.320.216 kiezers (+ 100,55%)
Heropbouw en stabiliseren Belgisch staatsbestel
1. Economisch liberalisme
2. Verruimd parlementarisme
1
, 3. Sociaal overleg
4. (anti-communistisch, leiderschap)
Communistische partij
Populariteit
Heel populair einde oorlog
Deelname verzet
Overwinningen USSR (zonder Stalin was Duitslan nooit verslagen)
Gematigde opstelling
Rivaal van BWP worden
Succes in Wallonië -> groter dan liberale partij !
Regeringsdeelname (1946/1947)
Willen aanvaard worden als een traditionele partij
Kiezers halen bij socialisten
Groter dan lib
BWP -> BSP/PSB
WOIl
Collaboratie Hendrik De Man, afbrokkeling zuil
“Londen” (Spaak, Huysmans) thuisgebleven politici (Van Acker)
Bevrijding
Linksere vakbond ABVV (socialisten)
Communisten inlijven
Vakbond wordt lossen
BSP/PSB ipv BWP/POB programma blijft gelijkaardig
Nieuwe naam: Belgische Socialistische Partij
Doel BWP
Deelname aan de macht
Globale sociale zekerheid
Iedereen moet sociale bijdrage betalen, ook wg
Recht alles alles dat ongelukken kan dekken
Staatscontrole op economie
Politici: Spaak, Van Acker, Huysmans (= interbellum)
Prijzen controleren op consumptiegoederen
Katholieke Partij -> CVP/PSC
Linksere sfeer
Verleiding samengaan christendemocraten+BSP
Union Démocratique Belge (UDB)
WOII
ACW/ACV: structuren overleven
Rechtse katholieken: “opportunistisch” samenwerken met
Duitsers + steun voor koning
Kerst 1945: CVP/PSC
Nieuwe generatie leiders
Harmel, Van Elslande, Lefèvre, Houben, De Saeger (+
Eyskens)
2
, Standenpartij Individueel lidmaatschap
Maken het mogelijk om zich individueel lid te stellen van de partij
en verlaten de standen
Doctrine: “personalisme” (Mounier/Maritain)
= stuk aan het collectieve denken zoals de socialisten
= stuk aan individu denken zoals de liberalen
Open voor “christenen” (filosofisch)
1. Eigendom
- Kapitalisme bewaren, maar aanpassen
- Samenwerking WG/WN; “derde weg” (harmonie)
2. Gezin
- Vrouwenstemrecht (steunen CVP)
- Christelijk geloof
Verkiezingen 1946
Eerste verkiezingen
17 februari 1946
Kath grootste partij (geen meerderheid)
Rest maakt coalitie tegen kath
18 maand wachten ?
Te veel chaos in Europa
Belgische krijgsgevangenen terug uit Duitsland
Walen
Gaan links stemmen
Collaborateurs veroordeeld
Worden uitgeschakeld maar zouden rechts gestemd hebben
Monarchie afschaffen ?
Neen (unaniem)
Wel: Regent Prins Karel neemt regentschap Leopold lll over
Twee blokken
Links: BSP+KPB+liberalen
Korte regeringen tot 1949
Rechts: CVP (hierdoor vrouwenstemrecht)
De afrekening met uiterst rechts en links
3
Van naoorlogse wederopbouw naar de explosieve sixties
(1944-1974)
Regeringen:
= 30 glorieuze jaren
A. Van Acker (1945)
P.-H. Spaak (1946)
A. Van Acker (1946). Geen kath, aleen soc
C. Huysmans (1946-1947)
P.-H. Spaak (1947-1949)
G. Eyskens (1949-1950)
J. Duvieusart (1950)
J. Pholien (1950-1952). Kath absolute meerderheid
J. Van Houtte (1952-1954. Want meeste vlamingen willen
Leopold lll terug, zijn oudste zoon Boudewijn l
neemt over
A. Van Acker (1954-1958) geen kath
G. Eyskens (1958-1961)
T. Lefèvre (1961-1965)
P. Harmel (1965-1966). Centrumrechts
oranjeblauw
P. Vanden Boeynants (1966-1968). Centrumlinks
oranjerood
G. Eyskens (1968-1973)
E. Leburton (1973-1974)
De politieke krachtsverhoudingen tijdens de
bevrijdingsperiode
= REX en VNV worden verboden
= kath gaaan campagne voeren rond de koning
Tijdsgeest (1944-1950)
Democratische opflakkering, versterkt patriottisme, drang naar
vernieuwing
1948: vrouwenstemrecht
1939: 2.652.707 kiezers
1949: 5.320.216 kiezers (+ 100,55%)
Heropbouw en stabiliseren Belgisch staatsbestel
1. Economisch liberalisme
2. Verruimd parlementarisme
1
, 3. Sociaal overleg
4. (anti-communistisch, leiderschap)
Communistische partij
Populariteit
Heel populair einde oorlog
Deelname verzet
Overwinningen USSR (zonder Stalin was Duitslan nooit verslagen)
Gematigde opstelling
Rivaal van BWP worden
Succes in Wallonië -> groter dan liberale partij !
Regeringsdeelname (1946/1947)
Willen aanvaard worden als een traditionele partij
Kiezers halen bij socialisten
Groter dan lib
BWP -> BSP/PSB
WOIl
Collaboratie Hendrik De Man, afbrokkeling zuil
“Londen” (Spaak, Huysmans) thuisgebleven politici (Van Acker)
Bevrijding
Linksere vakbond ABVV (socialisten)
Communisten inlijven
Vakbond wordt lossen
BSP/PSB ipv BWP/POB programma blijft gelijkaardig
Nieuwe naam: Belgische Socialistische Partij
Doel BWP
Deelname aan de macht
Globale sociale zekerheid
Iedereen moet sociale bijdrage betalen, ook wg
Recht alles alles dat ongelukken kan dekken
Staatscontrole op economie
Politici: Spaak, Van Acker, Huysmans (= interbellum)
Prijzen controleren op consumptiegoederen
Katholieke Partij -> CVP/PSC
Linksere sfeer
Verleiding samengaan christendemocraten+BSP
Union Démocratique Belge (UDB)
WOII
ACW/ACV: structuren overleven
Rechtse katholieken: “opportunistisch” samenwerken met
Duitsers + steun voor koning
Kerst 1945: CVP/PSC
Nieuwe generatie leiders
Harmel, Van Elslande, Lefèvre, Houben, De Saeger (+
Eyskens)
2
, Standenpartij Individueel lidmaatschap
Maken het mogelijk om zich individueel lid te stellen van de partij
en verlaten de standen
Doctrine: “personalisme” (Mounier/Maritain)
= stuk aan het collectieve denken zoals de socialisten
= stuk aan individu denken zoals de liberalen
Open voor “christenen” (filosofisch)
1. Eigendom
- Kapitalisme bewaren, maar aanpassen
- Samenwerking WG/WN; “derde weg” (harmonie)
2. Gezin
- Vrouwenstemrecht (steunen CVP)
- Christelijk geloof
Verkiezingen 1946
Eerste verkiezingen
17 februari 1946
Kath grootste partij (geen meerderheid)
Rest maakt coalitie tegen kath
18 maand wachten ?
Te veel chaos in Europa
Belgische krijgsgevangenen terug uit Duitsland
Walen
Gaan links stemmen
Collaborateurs veroordeeld
Worden uitgeschakeld maar zouden rechts gestemd hebben
Monarchie afschaffen ?
Neen (unaniem)
Wel: Regent Prins Karel neemt regentschap Leopold lll over
Twee blokken
Links: BSP+KPB+liberalen
Korte regeringen tot 1949
Rechts: CVP (hierdoor vrouwenstemrecht)
De afrekening met uiterst rechts en links
3