1 Schrijfvaardigheid
1.1 Schrijfproces
• Vaardigheden:
- Communicatieve vaardigheden
- Schrijfstrategische vaardigheden
- Schrijftechnische vaardigheden
- Taalvaardigheden en taalbeschouwelijke vaardigheden
- Spellingvaardigheden
• Schrijfstrategische vaardigheden:
- Oriënteren: denken – delen – uitwisselen
o Wie schrijft?, Waarover?, Wat?, Voor wie?, Waarom?...
- Plannen
o Verzamel informatie
o Selecteer informatie
o Orden informatie vb: probleemstructuur, evaluatiestructuur…
- Formuleren
o Schrijf tekst uit: inleiding, kern, slot
o Aandachtspunten: terminologie, verwijswoorden, verbindingswoorden…
- Reserveren
o Nalezen en zo nodig herschrijven
o Doorlezen vanuit standpunt van lezer
o Controleer taalgebruik
- Vormgeven en publiceren
- Reflecteren
• Recensie:
- Inleiding: spannend & aantrekkelijk, auteur, illustrator, uitgeverij en jaar
- Midden: korte inhoud, voor- en nadelen, illustraties, taal →hoofdgedachte per alinea
- Slot: beknopte conclusie van dingen die al genoemd werden in alinea’s
- Aandachtspunten: alinea’s verbinden met signaalwoorden, actieve zinnen, heden…
2 Differentiëren schrijfonderwijs
2.1 Samenwerkend schrijven
• Samenwerkend schrijven:
- Vb: groepsdiscussie, peerfeedback, peerrevisie, peertutoring…
- Criteria:
1. Wederkerig vertrouwen → lkr houdt rekening met interne dynamiek
2. Gedeelde verantwoordelijkheid → lkr creëert schrijfklimaat met engagement
3. Cognitief conflict → lkr denkt na over cognitief uitdagen en functionele
schrijfopdrachten
4. Gestructureerd zijn en weten wat van hen verwacht wordt
• Heterogeen of homogeen groeperen:
- Variatie is belangrijk
- Heterogene duo’s: leren van elkaar op vlak van inhoud en uitleggen en voordoen
- Homogene duo’s: elkaar versterken
2.2 Niveaudifferentiatie
• Moeilijkheden:
, - Geen duidelijk schrijfdoel en publiek
- Beperkte kennis van tekstsoort
- Moeite met verzamelen, selecteren en ordenen
- Geen inspiratie
- Moeite met opbouw
• Schrijver:
- Schrijfmotivatie
o Autonomie: vrijheid om zelf keuzes te maken
o Verbondenheid: aanleiding, band met lezer, interesse in boodschap
o Competentie: schrijfervaring, houvast, kennis over
- Taalvaardigheid
o Uitdrukken in NL
o Mondelinge vaardigheden en begrijpend lezen
o Strategieën onder de knie hebben
- Voorkennis
o Kennis van de wereld
o Over onderwerp of context
o Passende woordenschat
• Tekst:
- Onderwerp, tekstsoort, teksttype, verwachtingen
• Behoeften:
- Lkr hardop denkend voordoet
- Lkr ondersteuning biedt tijdens alle aspecten van schrijfproces
• Ondersteuning: feedback, feed up, feed-forward
- Oriëntatiefase
o Functioneel → nut van schrijven, soorten teksten linken aan doelen
o Publiek → wie zal het lezen, wat weet de lezer al
o Tekstsoort verkennen → kenmerken, voorbeelden bekijken en bespreken
o Onderwerp verkennen → brainstorm vanuit concrete ervaringen/materiaal
o Eventueel vooruitblikken op publicatie
o Mogelijke differentiatie
▪ In tekstsoort, maar zelfde doel
▪ Voorbeelden geven van tekstsoorten
▪ In groepjes brainstormen
▪ Pre-teaching vb: tekst over Sint en op voorhand info opzoeken
▪ Vragen stellen vb: heb je ooit al?, Waarom wel/niet? Waarvoor?...
▪ Dialogic teaching & modeling = begeleid oefenen.
- Plannen
o Informatie verzamelen: wat kan/moet in mijn tekst komen
o Selecteren: welke informatie ga ik gebruiken?
o Ordenen: welke informatie komt in welke alinea? → bouwplan
o Woordenschat aanbieden
o Mogelijke differentiatie
▪ Informatie verzamelen in thuistaal en daarna naar NL brengen
- Formuleren
o Schrijfkaders
▪ Vooraf geformuleerde zinnen
▪ Eerste woorden van een zin geven
▪ Deels geschreven tekst die aangevuld kan worden
▪ Bouwplan met een structuur
o Voorbeeldteksten
o Feedback inzetten op begrijpelijkheid van tekst