• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 243 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Jurdische en gedragswetenschappelijke van politie 2023/2024 Prof Van Daele (lessen+boek) / 1e ZIT GESLAAGD 13/20

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 243 pagina's

Dit is een samenvatting van het vak 'Jurdische en gedragswetenschappelijke van politie' door van Daele gegeven in academiejaar . Het is een samenvatting van zowel de lessen, als belangrijke teksten uit het boek (dus niet alle teksten, maar vooral die waar hij de nadruk op heeft gelegd in de les). De samenvatting kost iets meer dan de andere omdat ik hier wel veel tijd in heb gestoken! Het was een heel pittig examen maar ben wel geslaagd van de eerste keer! Als je vragen hebt mag je mij altijd een berichtje sturen :)

Voorbeeld van de inhoud

JURIDISCHE EN GEDRAGSWETENSCHAPPELIJKE ASPECTEN VAN POLITIE

INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT

Waarom bestaat de politie? Wat is de politiefunctie?

1) Juridische benadering: vanuit het rechtsysyteem benaderd
a. Wat is het? Een instutitionele functie met de doelstelling van de bescherming en
de instandhouding van de maatschappelijke orde
i. die wordt uitgeoefend om fundamentele rechten mogelijk te
maken en om zo te voorkomen dat de maatschappelijke orde
verstoord wordt en als deze verstoord wordt, de storing zo snel
mogelijk te doen ophouden

 Wat is een instutionele functie? Gaat over instituties, instellingen
o Maar gaat niet alleen over de politie-instellingen maar ook over de
politie-overheden
 Politie-instellingen: lokale en federale politie
 Politie-overheden: politie werkt altijd onder het gezag van
bevoegde overheden (bestuurlijke en gerechtelijke
overheden)
 Wat bedoelen ze met ‘de maatschappelijke orde beschermen’?
o De politie maakt de orde niet, wordt gemaakt via verkiezingen in
parlement, daar wordt beleid geformuleerd
o De politie moet de orde verzekeren/waarborgen. Als dit niet lukt,
moet men zo snel mogelijk optreden om deze verstoring te stoppen.
Bv een uit de hand lopende betoging
o Gericht om de uitoefening van de fundamentele rechten mogelijk te
maken: we gaan beleid erop maken dat men hun fundamentele
rechten kan uitoefenen. Dat onderscheidt een rechtsstaat van een
dictatuur
 bv boeren hebben alle recht om te gaan protesteren.
Dictatuur zou zeggen ‘niet betogen’ - rechtsstaat mag je
fundamentele rechten niet aantasten dus je moet kunnen
betogen op vreedzame manier - ook een tegenbetoging mag

 bv. voetbalmatch

 De politie moet voor orde zorgen om je fundamentele rechten mogelijk te
maken
 WPA 1992: wet op het politieambt

, o art. 1, 2 en 3 WPA - je politiediensten moeten
waken over de naleving van de individuele
rechten en vrijheden + ze moeten bijdragen aan
de bescherming van deze rechten en vrijheden
+ u moet als politiedienst bijdragen aan de
democratische ontwikkeling van onze
maatschappij



 WPG 1998: wet op geïntegreerde politiedienst
o Art. 123 WPG - iets concreter: betekent ook dat
je als politie altijd je medeburgers moet
beschermen en altijd bijstand moet verlenen
aan je medeburgers

2) Operationele benadering: kijkt meer vanuit de praktijk
a. Wat betekent dit nu concreet ‘operationeel’? RORON
i. Wat bedoeld men hiermee? 5 aspecten van die functie
1. R=Raadgevende functie: richting de bevolking maar ook richting
de minister, overheden,...
a. bv wat moet u doen als u fishing mails ontvangt? Mail van
‘ik ben heel rijk als jij me helpt krijg je 6 miljoen euro’ - dan
geeft de politie algemene raad van ‘ga hier niet op in als je
zo een mail ontvangt’
2. O=Ontradende functie: je wil iets ontraden namelijk
ordeverstoringen en criminaliteit proberen ontraden, proberen
voorkomen (preventie)!
3. R=Regulerende functie: bij regulering is er al een probleem, je
ontraden heeft niet gewerkt
a. Er is al een veiligheidsprobleem, bv cafés met bepaalde
jongeren en dan ga je gericht werken, gericht ingrijpen en
bv gericht cameras installeren
b. Is geen preventiemaatregel
c. Dit wijzigt in de tijd
4. O=Onderzoekende functie: dit is de gerechtelijke opdracht van de
politie - als er een strafrechtelijk feit gepleegd is moet je dit
onderzoeken: is dit een strafbaar feit? Wie heeft het gepleegd? Is
onderzoekende functie van de recherche
a. Bv een jongedame die van fuif terugkomt en te laat thuis is
en is verkracht - gaat naar politie en politie is dan verplicht
om te onderzoeken, ookal weten we niet of dit waar is

, b. Doel: bewijzen vinden en daders vatten
5. N=Nazorg: de juiste zorg bieden aan slachtoffers maar kan ook
over bv getuigen gaan die een zeer traumatische ervaring hebben
meegemaakt
a. Politie moet zorgen dat de slachtoffers in contact kunnen
komen met hulpverleners/zorgdiensten
b. Psychische hulpverlening aan slachtoffer, technopreventief
advies, materiële hulp,...

3) Geweldsmonopolie
 Maar wat maakt de politie zo bijzonder?
 Politie heeft geweldsmonopolie - wat betekent ‘geweldsmonopolie’?
 Dit wil zeggen dat alleen de politie rechtmatig geweld kan gebruiken
 Politie heeft enkel geweldsmonopolie in vredestijd
 Vredestijd= een situatie waar er geen oorlog is in ons land (sinds WOII altijd
dus) is de politie de enige in ons land die op rechtmatige wijze geweld mag
uitoefenen (tot en met dodelijk geweld als het moet)
 We gaan ons dus moeten afvragen wanneer de politie dit geweld mag
gebruiken
o De politie heeft dus een unieke machtspositie in een democratische
staat
 Leger kan dus geen geweld gebruiken tijdens vredestijd maar
mag wel de politie bijstaan
o Je kan het dus ook zien als de politie dat een gevaarlijke organisatie is
want hebben de middelen etc. ervoor dus moeten ervoor zorgen dat
ze dit geweld niet onrechtmatig gaan gebruiken
 Politie kan geweld enkel toepassen onder het gezag van een
bestuurlijke/gerechtelijke overheid, anders is er sprake van een
politiestaat (=niet democratish)
 Er zijn 3 soorten opdrachten voor de politie:

1) Opdrachten bestuurlijke politie (art 14 WPA)
a. Altijd denken aan 2 woorden: ‘openbare orde’ - vermijden van
ordeverstoring
b. Mag optreden bij gevallen om openbare orde te beschermen maar ZONDER
dat er een misdrijf is bv presidentbezoek begeleiden, overleg met
fakbareigenaars, ordehandhaving in Werchter
2) Opdrachten gerechtelijke politie (art 15 WPA en art 8 Sv.)
a. 1 trefwoord ‘misdrijven’, onderzoek van misdrijven, strafbare feiten
b. Bv ordehandhaving op RW is bestuurlijke opdracht maar als er iets gebeurt
(dronken gevecht bv) dan gaat bestuurlijke politie over in gerechtelijke politie

, c. Bv alcohol-controles in het verkeer: als iedereen blaast en niemand is
positief, dan blijft het bestuurlijk maar als iemand opeens wel positief blaast
dan gerechtelijke politie
d. Bv je moet iemand gaan arresteren in een wijk, dan kan het dat de
gerechtelijke opdracht ontaard in orde-verstoring
3) Sterke armverlening
a. Verwijst naar geweldsmonopolie: als u de enige bent die geweld mag
gebruiken, betekent het dat andere dit niet kunnen maar zou kunnen dat
andere beroepsgroepen in situaties terechtkomen waar ze nood hebben aan
bescherming van geweld
b. Politie kan u de sterke arm verlenen zodat alles veilig verloopt
c. Bv iemand die controles moet gaan doen over zwartwerk bij bepaalde
bedrijven - in veel gevallen kan inspectie dit aan maar bepaalde bouwwerven
in handen van criminelen - zou perfect kunnen dat inspecteur zegt ‘sorry
maar die bouwwerf kan ik niet zonder risico binnengaan’ dan kan politie u
sterke arm verlenen
d. Bv gescheiden ouders waar politie sterke arm verleend, politie geeft bijstand
omdat zij geweldsmonopolie hebben

POLITIEBESTEL

Politiebestel verwijst naar 3 dingen: politieambtenaren, politieapparaat en politieoverheden
(die vormen samen politie)

1) Politieapparaat: bestaat uit verschillende diensten:

 Reguliere politiediensten: wat bedoeld men daarmee? De gewone
politiediensten op vlak van ordehandhaving en gerechtelijke dossiers

o Voor 1998: rijkswacht, de gemeentepolitie en de gerechtelijke politie
o Sinds 1998: lokale en federale politie

 Bijzondere politiediensten (bestaat nu niet meer)
o Voor 1998: hadden 3 bijzondere politiediensten die allemaal te maken
hadden met verkeer
o Sinds 1998: Bestaan nog altijd maar niet meer als aparte diensten, ze zijn
geïntegreerd in de federale politie: ook zijn ze uitgekleed, er zit minder
volk dan vroeger

 Federale politiedienst
o 3 bijzondere politiediensten die geïntegreerd zijn tot 1 federaal
overkoepelende dienst

Inhoudsopgave

  1. 01 Juridische en gedragswetenschappelijke aspecten van politie 1
    1. INLEIDING: DE POLITIEFUNCTIE, HET POLITIEBESTEL EN HET POLITIERECHT 1
    2. Politiebestel 4
    3. Politierecht 6
  2. 02 DEEL I. DE HISTORISCHE ACHTERGRONDEN VAN HET HUIDIGE BELGISCHE POLITIEBESTEL 6
    1. I.1. De Franse oorsprong van de “Belgische” politie 6
    2. I.2. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 9
    3. II.1. De uitbouw van de rijkswacht 10
    4. II.2. Het (dis)functioneren van de gemeentepolitie en de landelijke politie 12
    5. II.3. 1919: de oprichting van de gerechtelijke politie bij de parketten 14
    6. II.4. De ontwikkelingen in de periode 1919-1940 15
    7. III.1. De Militärverwaltung 16
    8. Hervormingen van de duitsrs in België (militair bestuur) 17
    9. IV.1. Het herstel van het vooroorlogse politiebestel 18
    10. IV.2. De stelselmatige uitbouw en versterking van de rijkswacht 19
    11. IV.3. Het status quo inzake de gemeentepolitie 20
    12. IV.4. Punctuele ingrepen in de organisatie van de gerechtelijke politie 21
    13. IV.5. De zaak-François 22
    14. V.1. Groeiende onrust over het Belgische politiebestel: het Heizeldrama, de C.C.C. en de Bende van Nijvel 25
    15. V.2. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie Bende van Nijvel (1990) 27
    16. V.3. Het Pinksterplan van de regering Martens VIII (1990) 31
    17. V.4. De verhouding tussen de rijkswacht en de gemeentepolitie 35
    18. V.5. De verhouding tussen de rijkswacht en de gerechtelijke politie 37
    19. VI.1. Het regeerakkoord van de regering Dehaene II (examen)! 37
    20. VI.2. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie Dutroux (1997) 41
    21. VI.3. De reactie van de regering Dehaene II 44
    22. VI.4. Het Octopus-akkoord (1998) 46
  3. 03 DEEL II. DE GEÏNTEGREERDE POLITIEDIENST, GESTRUCTUREERD OP TWEE NIVEAUS 49
    1. VIII.1. Het lokale niveau in de politie-organisatie 51
    2. VIII.2. De opdrachten van de lokale politie 52
    3. VIII.3. De interne organisatie van de lokale politie 64
    4. VIII.4. De externe organisatie van de lokale politie 67
    5. IX.1. Het federale niveau in de politie-organisatie 82
    6. IX.2. De opdrachten van de federale politie 85
    7. IX.3. De interne organisatie van de federale politie 89
    8. IX.4. De externe organisatie van de federale politie 100
    9. X.1. De evaluatie van (de implementatie van) de politiehervorming 105
    10. X.2. “Een politie in verbinding: een visie voor de politie in 2025” 106
    11. X.3. De parlementaire onderzoekscommissie naar de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 106
    12. X.4. De Staten-Generaal van de politie (2021-2023) 112
  4. 04 DEEL III. OPDRACHTEN VAN BESTUURLIJKE POLITIE VERSUS OPDRACHTEN VAN GERECHTErLIJKE POLITIE 112
    1. BOEK 113
    2. XI.1. Begrip en ratio legis 113
    3. XI.2. Openbare orde: een abstract, evolutief, ruim en dynamisch concept 114
    4. XI.3. Concretisering van het toezicht op de handhaving van de openbare orde 117
    5. XIII.1. Algemeen 130
    6. XIII.2. De bestuurlijke aanpak van (georganiseerde) criminaliteit 130
  5. 05 DEEL IV. DE BESTUURLIJKE EN GERECHTELIJKE POLITIONELE BEVOEGDHEDEN 146
    1. XIV.1. Het betreden van plaatsen 147
    2. XIV.2. Het doorzoeken van plaatsen 149
    3. XV.1. Het begrip en de ratio legis 152
    4. XV.2. De toepassingsvoorwaarden 152
    5. XV.3. De procedure 154
    6. XVI.1. Het begrip en de ratio legis 155
    7. XVI.2. De toepassingsvoorwaarden 156
    8. XVI.3. De procedure 157
    9. XVII.1. Het begrip en de ratio legis 157
    10. XVII.2. De toepassingsvoorwaarden 158
    11. XVIII.1. Het begrip en de ratio legis 162
    12. XVIII.2. De drie klassieke vormen van fouillering 164
    13. XVIII.3. De specifieke regeling van de fouillering met volledige ontkleding 168
    14. XIX.1. De bestuurlijke arrestatie 169
    15. XIX.2. De gerechtelijke arrestatie 173
    16. XX.1. Het begrip en de ratio legis 177
    17. XX.2. De toepassingsvoorwaarden 178
    18. Tekst polygraaf 181
    19. XX.3. De procedure 186
    20. XX.3.2. Het vertrouwelijk voorafgaand overleg met een advocaat 188
    21. XX.3.3. Het verloop van het verhoor 194
    22. XX.3.4. De schriftelijke verklaring van de rechten 195
    23. XX.3.5. De wijziging van hoedanigheid 195
    24. XX.3.6. Het proces-verbaal van het verhoor 196
    25. XX.3.7. De sancties 197
    26. XXI.1. Het begrip en de ratio legis 198
    27. XXI.2. De toepassingsvoorwaarden 199
    28. XXI.3. De procedure 202
    29. XXII.1. Het intern toezicht: de Algemene Inspectie 204
    30. XXIII.1. De strafrechtelijke aansprakelijkheid 214
    31. XXIII.2. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid 214
    32. XXIII.3. De tuchtrechtelijke aansprakelijkheid 218
    33. XXIV.1. Het openbaar ministerie op arrondissementeel niveau 221
    34. XXIV.2. De parketten-generaal 222
    35. XXIV.3. Het college van procureurs-generaal 224
    36. XXIV.4. Het federaal parket 224
  6. 06 Tekst reader: het Belgische OM in transitie 233
    1. 1. INLEIDING 233
    2. 2. HET OM EN HET STRAFRECHTELIJK BELEID 234
    3. 3. HET COLLEGE VAN HET OM 236
    4. XXV.1. De informatieplicht van de politie 240
    5. XXV.2. Het aanwijzings- en vorderingsrecht van het openbaar ministerie 240
    6. XXV.3. Het capaciteitsvraagstuk 241
    7. XXV.4. De richtlijnen inzake gerechtelijke politie 242
    8. XXV.5. De coördinatie tussen het openbaar ministerie en de politie 242

Documentinformatie

Geüpload op
1 maart 2025
Aantal pagina's
243
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€12,86

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittvde
4,1
(32)
Verkocht
250
Volgers
64
Items
20
Laatst verkocht
4 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen