Deel 2.1: fonetiek en fonologie
1)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de tanden:
[ð] (father) fricatief, stemhebbend; [θ] (thin) fricatief, stemloos
Dit zijn de dentalen; ze worden gearticuleerd door de tongpunt tegen de boventanden te brengen
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de lippen:
[f] (fijn) fricatief, stemloos; [v] (gevaar) fricatief, stemhebbend; [ɱ] (om vier uur) nasaal; [b] (bijl)
plofklank, stemhebbend; [p] (pot) plofklank, stemloos; [m] (manier) nasaal
[f]; [v] en [ɱ] zijn labiodentalen: de onderlip articuleert met de boventanden
[b]; [p] en [m] zijn bilabialen: de onderlip articuleert met de bovenlip
- definieer de kenmerken die je gebruikt:
Fricatief: ook wel wrijfklank => alle medeklinkers die worden gevormd door tussen de articulatoren
een kleine opening te laten waar de lucht doorheen stroomt
Stemhebbend: de stembanden trillen
Stemloos: de stembanden trillen niet
Nasaal: de lucht ontsnapt ook door de neus terwijl de klanken gevormd worden
Plofklank: ook wel plosief of occlusief genoemd => alle medeklinkers aan te duiden die gevormd
worden door het spraakkanaal helemaal af te sluiten en de lucht vervolgens in een keer terug te
laten ontsnappen
2)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de alveolen:
[ʒ] (Franse jeu; loge) fricatief, stemhebbend ; [ʃ] (dimanche) fricatief, stemloos ; [z] (zonder, neuzen)
fricatief, stemhebbend; [s] (sap, lassen) fricatief, stemloos; [d] (dier, adder) plofklank, stemhebbend;
[t] (tak, meten) plofklank, stemloos; [n] (neus, manier, pan) nasaal; [dʒ] (Engels jump, religion)
affricaat, stemhebbend; [tʃ] (Engels cheers, watch) affricaat, stemloos
- kenmerken waardoor ze gedefinieerd worden:
[ʒ] en [ʃ]: dit zijn alveo-palatalen/prepalatalen of post-alveolairen => net voor het harde gehemelte
De andere medeklinkers: uitgesproken aan de rand vooraan in het harde gehemelte
- definieer de kenmerken die je gebruikt:
Fricatief, stemhebbend, stemloos, nasaal, plofklank => zie hierboven
Affricaat: complexe klanken, bestaande uit een occlusief en een fricatief met dezelfde plaats van
articulatie als de occlusief -> de occlusief wordt geleidelijk gelost & de lucht stroomt door nauwe
opening
3)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van het harde gehemelte:
[ɲ] (oranje)
-> klank ter hoogte van harde gehemelte of palatum = palataal
-> deze klank ontstaat vaak door assimilatie (= d.w.z. doordat een klank zich enigszins aan de
uitspraak van een buurklank aanpast, zoals in ben je)
Staat voor de rest niets bij…
,4)
- medeklinkers ter hoogte van zachte gehemelte:
[g] (Frans goût, digue) plofklank, stemhebbend; [k] (kaak, articulatie) plofklank, stemloos; [γ] (gaan,
geef) fricatief, stemhebbend; [x] (zacht, hoog) fricatief, stemloos; [ŋ] (zingen) nasaal
- kenmerken waardoor ze gedefinieerd worden:
Alle klanken ter hoogte van zachte gehemelte gearticuleerd
IK DENK EIGENLIJK DAT HIER ZO PLOFKLANK, FRICATIEF ENZ MOET STAAN !!!!!!!!!!!!!!!!!!
- definieer de kenmerken die je gebruikt
Zie oefening 1)
5)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de huig
Ter hoogte van de huig/uvula worden de uvulairen gearticuleerd:
[R]; [ʁ]
- kenmerken waardoor de medeklinker gedefinieerd wordt:
[R]: stemhebbend, ratelaar of trilklank (getrilde huig-r)
[ʁ]: fricatieve huig-r
- definieer kenmerken die je gebruikt
Stemhebbend: stembanden trillen
Ratelaar of trilklank: huig en tongrug maken meerdere malen contact
Fricatieve huig-r: huig en tongrug maken niet echt contact, enkel een vernauwing achteraan in de
mondholte
IS DIT DAN HOE HET MOET?
6)
- wat zijn liquidae?
Ook wel een vloeiklank genoemd: de mondholte wordt slechts in geringe mate vernauwd tijdens de
productie van de beide klanken, die daardoor in een aantal opzichten op klinkers lijken
- welke liquidae kent het Ned?
De [r] en de [l]
- alle kenmerken & definiëring
[r]: apicale of tongpunt-r => de tongpunt maakt meerdere malen contact met de tandkassen of
bovenste snijtanden
=> is dus een alveolaire ratelaar (= huig en tongrug maken meerdere malen contact) en stemhebbend
(= stembanden trillen)
[l]: alveolair + wordt ook lateraal genoemd -> bij productie [l] lucht langs één of beide kanten van de
tong ontsnapt
=> dus alveolair, lateraal en stemhebbend (trillen stembanden)
(alveolen verwijst naar rand vooraan in harde gehemelte)
7)
- definiëring verschil tussen medeklinkers en klinkers:
Bij productie medeklinkers: spraakkanaal (de weg die de uitgeademde lucht moet volgen om vanuit
de longen uit de mond te geraken) in hoge mate vernauwd & uitgeademde luchtstroom belemmerd
Bij productie klinkers: geen echte vernauwing & luchtstroom nauwelijks verhinderd -> versch.
klanken geproduceerd door mondstand te veranderen -> vrijwel altijd sprake van trilling stembanden
- definieer kenmerken die gebruikt worden om klinkers te beschrijven:
Geen echte vernauwing: de luchtstroom wordt niet echt vernauwd
, Trilling stembanden: er is een zeer smalle spleet tussen de stembanden, die aan hoog tempo open en
dicht gaat
- definieer (kardinale) klinkers:
Om klinkers te definiëren gebruikt men het cardinal vowel system, wat de mondruimte indeelt m.b.t.
de positie van de tong in het spraakkanaal en de openingsgraad van de mond
=> mogelijkheid om posities te definiëren die corresponderen met kardinale klinkers = klinkers die als
referentiepunt kunnen dienen voor uitspraak van versch. klinkers
Zo kunnen ze worden gedefinieerd o.b.v. versch. elementen die de vorm v/d mondholte bepalen:
1) Positie van tong in spraakkanaal (voorklinker, achterklinker, mediaal)
2) Stand van de lippen (voorklinkers (uitz.: [y] en [ø]) niet gerond, achterklinkers wel gerond)
3) Openingsgraad mond
8)
- wat zijn halfklinkers & approximanten:
= klinkers waarbij de tong het gehemelte zo dicht nadert dat er net geen sprake meer is van
volkomen ongehinderde luchtstroom
-> samen met liquidae [r] en [l] ook wel approximanten genoemd = klanken waarbij 2 articulatoren
elkaar wel naderen, maar slechts een zeer geringe belemmering vormen voor de uitstromende lucht
-> ze zijn stemhebbend, net zoals de klinkers
-> meest gebruikte zijn [j], [w], maar verder onderscheidt men ook de [ч] en [Ʋ]
- kenmerken:
[j]: semi-klinker, palataal, stemhebbend
[w]: semi-klinker, bilabiaal, stemhebbend
[ч]: semi-klinker, niet-syllabische [y] (FR nuit)
[Ʋ]: semi-klinker, labio-dentaal, stemhebbend (zoals zwart)
Definieer volgende begrippen in max. 200 woorden:
- fonetiek/fonologie:
Fonetiek: bestudeert hoe we de klanken produceren met onze spraakorganen, wat de fysische,
akoestische eigenschappen van die klanken zijn, en hoe we die waarnemen
houdt zich bezig met fysische eigenschappen, productie en perceptie v/spraakklanken
Fonologie: bestudeert klanksysteem eigen aan elke taal en analyseert klanken voor zover ze
linguïstisch relevant zijn
- foneem (+ voorbeeld):
= een discreet (kan duidelijk van elkaar onderscheiden worden) en constant (vorm blijft gehandhaafd
ondanks uiterlijke omstandigheden) linguïstisch element, dat een betekenisonderscheidende functie
heeft, en dat daadwerkelijk kan voorkomen in verschillende varianten of allofonen
= fonemen als eenheden die corresponderen aan klanken die voor de taal relevant zijn omdat zij
betekenisverschillen kunnen veroorzaken
Vb.: /p/ en /k/ en /t/ kunnen als 3 verschillende fonemen beschouwd worden -> veroorzaken
betekenisverschil in woorden zoals paal, kaal en taal
- articulatorische fonetiek:
= bestudeerd hoe we onze spraakklanken voortbrengen, welke spraakorganen daarbij gebruikt
worden, en hoe we de verschillende spraakklanken kunnen definiëren door te beschrijven welke
spraakorganen daarbij ingezet worden en hoe ze gebruikt worden
- auditieve fonetiek:
= bestudeert de perceptie van spraakklanken
- akoestische fonetiek:
1)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de tanden:
[ð] (father) fricatief, stemhebbend; [θ] (thin) fricatief, stemloos
Dit zijn de dentalen; ze worden gearticuleerd door de tongpunt tegen de boventanden te brengen
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de lippen:
[f] (fijn) fricatief, stemloos; [v] (gevaar) fricatief, stemhebbend; [ɱ] (om vier uur) nasaal; [b] (bijl)
plofklank, stemhebbend; [p] (pot) plofklank, stemloos; [m] (manier) nasaal
[f]; [v] en [ɱ] zijn labiodentalen: de onderlip articuleert met de boventanden
[b]; [p] en [m] zijn bilabialen: de onderlip articuleert met de bovenlip
- definieer de kenmerken die je gebruikt:
Fricatief: ook wel wrijfklank => alle medeklinkers die worden gevormd door tussen de articulatoren
een kleine opening te laten waar de lucht doorheen stroomt
Stemhebbend: de stembanden trillen
Stemloos: de stembanden trillen niet
Nasaal: de lucht ontsnapt ook door de neus terwijl de klanken gevormd worden
Plofklank: ook wel plosief of occlusief genoemd => alle medeklinkers aan te duiden die gevormd
worden door het spraakkanaal helemaal af te sluiten en de lucht vervolgens in een keer terug te
laten ontsnappen
2)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de alveolen:
[ʒ] (Franse jeu; loge) fricatief, stemhebbend ; [ʃ] (dimanche) fricatief, stemloos ; [z] (zonder, neuzen)
fricatief, stemhebbend; [s] (sap, lassen) fricatief, stemloos; [d] (dier, adder) plofklank, stemhebbend;
[t] (tak, meten) plofklank, stemloos; [n] (neus, manier, pan) nasaal; [dʒ] (Engels jump, religion)
affricaat, stemhebbend; [tʃ] (Engels cheers, watch) affricaat, stemloos
- kenmerken waardoor ze gedefinieerd worden:
[ʒ] en [ʃ]: dit zijn alveo-palatalen/prepalatalen of post-alveolairen => net voor het harde gehemelte
De andere medeklinkers: uitgesproken aan de rand vooraan in het harde gehemelte
- definieer de kenmerken die je gebruikt:
Fricatief, stemhebbend, stemloos, nasaal, plofklank => zie hierboven
Affricaat: complexe klanken, bestaande uit een occlusief en een fricatief met dezelfde plaats van
articulatie als de occlusief -> de occlusief wordt geleidelijk gelost & de lucht stroomt door nauwe
opening
3)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van het harde gehemelte:
[ɲ] (oranje)
-> klank ter hoogte van harde gehemelte of palatum = palataal
-> deze klank ontstaat vaak door assimilatie (= d.w.z. doordat een klank zich enigszins aan de
uitspraak van een buurklank aanpast, zoals in ben je)
Staat voor de rest niets bij…
,4)
- medeklinkers ter hoogte van zachte gehemelte:
[g] (Frans goût, digue) plofklank, stemhebbend; [k] (kaak, articulatie) plofklank, stemloos; [γ] (gaan,
geef) fricatief, stemhebbend; [x] (zacht, hoog) fricatief, stemloos; [ŋ] (zingen) nasaal
- kenmerken waardoor ze gedefinieerd worden:
Alle klanken ter hoogte van zachte gehemelte gearticuleerd
IK DENK EIGENLIJK DAT HIER ZO PLOFKLANK, FRICATIEF ENZ MOET STAAN !!!!!!!!!!!!!!!!!!
- definieer de kenmerken die je gebruikt
Zie oefening 1)
5)
- medeklinkers gearticuleerd ter hoogte van de huig
Ter hoogte van de huig/uvula worden de uvulairen gearticuleerd:
[R]; [ʁ]
- kenmerken waardoor de medeklinker gedefinieerd wordt:
[R]: stemhebbend, ratelaar of trilklank (getrilde huig-r)
[ʁ]: fricatieve huig-r
- definieer kenmerken die je gebruikt
Stemhebbend: stembanden trillen
Ratelaar of trilklank: huig en tongrug maken meerdere malen contact
Fricatieve huig-r: huig en tongrug maken niet echt contact, enkel een vernauwing achteraan in de
mondholte
IS DIT DAN HOE HET MOET?
6)
- wat zijn liquidae?
Ook wel een vloeiklank genoemd: de mondholte wordt slechts in geringe mate vernauwd tijdens de
productie van de beide klanken, die daardoor in een aantal opzichten op klinkers lijken
- welke liquidae kent het Ned?
De [r] en de [l]
- alle kenmerken & definiëring
[r]: apicale of tongpunt-r => de tongpunt maakt meerdere malen contact met de tandkassen of
bovenste snijtanden
=> is dus een alveolaire ratelaar (= huig en tongrug maken meerdere malen contact) en stemhebbend
(= stembanden trillen)
[l]: alveolair + wordt ook lateraal genoemd -> bij productie [l] lucht langs één of beide kanten van de
tong ontsnapt
=> dus alveolair, lateraal en stemhebbend (trillen stembanden)
(alveolen verwijst naar rand vooraan in harde gehemelte)
7)
- definiëring verschil tussen medeklinkers en klinkers:
Bij productie medeklinkers: spraakkanaal (de weg die de uitgeademde lucht moet volgen om vanuit
de longen uit de mond te geraken) in hoge mate vernauwd & uitgeademde luchtstroom belemmerd
Bij productie klinkers: geen echte vernauwing & luchtstroom nauwelijks verhinderd -> versch.
klanken geproduceerd door mondstand te veranderen -> vrijwel altijd sprake van trilling stembanden
- definieer kenmerken die gebruikt worden om klinkers te beschrijven:
Geen echte vernauwing: de luchtstroom wordt niet echt vernauwd
, Trilling stembanden: er is een zeer smalle spleet tussen de stembanden, die aan hoog tempo open en
dicht gaat
- definieer (kardinale) klinkers:
Om klinkers te definiëren gebruikt men het cardinal vowel system, wat de mondruimte indeelt m.b.t.
de positie van de tong in het spraakkanaal en de openingsgraad van de mond
=> mogelijkheid om posities te definiëren die corresponderen met kardinale klinkers = klinkers die als
referentiepunt kunnen dienen voor uitspraak van versch. klinkers
Zo kunnen ze worden gedefinieerd o.b.v. versch. elementen die de vorm v/d mondholte bepalen:
1) Positie van tong in spraakkanaal (voorklinker, achterklinker, mediaal)
2) Stand van de lippen (voorklinkers (uitz.: [y] en [ø]) niet gerond, achterklinkers wel gerond)
3) Openingsgraad mond
8)
- wat zijn halfklinkers & approximanten:
= klinkers waarbij de tong het gehemelte zo dicht nadert dat er net geen sprake meer is van
volkomen ongehinderde luchtstroom
-> samen met liquidae [r] en [l] ook wel approximanten genoemd = klanken waarbij 2 articulatoren
elkaar wel naderen, maar slechts een zeer geringe belemmering vormen voor de uitstromende lucht
-> ze zijn stemhebbend, net zoals de klinkers
-> meest gebruikte zijn [j], [w], maar verder onderscheidt men ook de [ч] en [Ʋ]
- kenmerken:
[j]: semi-klinker, palataal, stemhebbend
[w]: semi-klinker, bilabiaal, stemhebbend
[ч]: semi-klinker, niet-syllabische [y] (FR nuit)
[Ʋ]: semi-klinker, labio-dentaal, stemhebbend (zoals zwart)
Definieer volgende begrippen in max. 200 woorden:
- fonetiek/fonologie:
Fonetiek: bestudeert hoe we de klanken produceren met onze spraakorganen, wat de fysische,
akoestische eigenschappen van die klanken zijn, en hoe we die waarnemen
houdt zich bezig met fysische eigenschappen, productie en perceptie v/spraakklanken
Fonologie: bestudeert klanksysteem eigen aan elke taal en analyseert klanken voor zover ze
linguïstisch relevant zijn
- foneem (+ voorbeeld):
= een discreet (kan duidelijk van elkaar onderscheiden worden) en constant (vorm blijft gehandhaafd
ondanks uiterlijke omstandigheden) linguïstisch element, dat een betekenisonderscheidende functie
heeft, en dat daadwerkelijk kan voorkomen in verschillende varianten of allofonen
= fonemen als eenheden die corresponderen aan klanken die voor de taal relevant zijn omdat zij
betekenisverschillen kunnen veroorzaken
Vb.: /p/ en /k/ en /t/ kunnen als 3 verschillende fonemen beschouwd worden -> veroorzaken
betekenisverschil in woorden zoals paal, kaal en taal
- articulatorische fonetiek:
= bestudeerd hoe we onze spraakklanken voortbrengen, welke spraakorganen daarbij gebruikt
worden, en hoe we de verschillende spraakklanken kunnen definiëren door te beschrijven welke
spraakorganen daarbij ingezet worden en hoe ze gebruikt worden
- auditieve fonetiek:
= bestudeert de perceptie van spraakklanken
- akoestische fonetiek: