• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 77 pagina's
Samenvatting

GESLAAGD: Volledige Samenvatting ITR - Nieuwe editie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 77 pagina's

Deze volledige samenvatting vervat de (zelf af te printen) cursus, alle powerpoints (inclusief 'de verbintenis') en notities van het vak Inleiding tot het Recht. Het werd dit jaar door een andere prof gegeven dan andere jaren, vandaar dat zowel de leerstof als de cursus dit academiejaar anders is. Veel succes!

Voorbeeld van de inhoud

1 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




INLEIDING TOT HET RECHT
DEEL I: HET RECHT EN ZIJN BRONNEN (P G. 1 – 5 )


ALGEMENE INLEIDING – WAT IS RECHT?

 Oorsprong: Latijns ‘directum’ = Leiding
 Recht is evolutief: Deels tijds- en plaatsgebonden
o Centrale elementen in het begrip ‘recht’
 Een geheel van bindende regels1
 Doel van het recht is de samenleving ordenen en in stand houden 2
 Het recht vereist gezag3

HET RECHT IS EEN GEHEEL VAN BINDENDE REGELS 1
Recht is een geheel van regels (jaarlijkse belastingaangifte, leeftijd auto rijden, dat
diefstal verboden is, …) waaraan iedereen zich moet houden. Deze regels worden
onderverdeeld in verschillende soorten:

GEBODS-, VERBODS-, EN VERLOFBEPALINGEN + BELOVENDE REGELS
 Gebodsbepalingen: Iets dat aan ons wordt opgelegd.
o Positief: U moet zoiets doen (Bv. Art. 43 §1 BW)
o Negatief: U mag zoiets niet doen (Bv. Art. 422bis Sw.)
 Verbodsbepalingen
 Verlofbepalingen: Iets dat je mag doen
 Belovende regels: De overheid die ons iets belooft in de Grondwet.
o Bv. Art. 23 Gw.; Directe werking (rechtstreeks naar rechter) is er niet voor dit
artikel.
(Uitzondering: Kinderbijslag, want specifiek)
o Standstill-verplichting: Je kan niet naar de rechter gaan en vragen om een
woning, maar het is wel zeggen tegen de rechter en de wetgever dat de
nieuwe wetgeving niet slechter mag zijn dan de originele regelgeving die la
bestond op dat vlak. Je mag wel stilstaan: Niet minder bescherming geven,
maar meer bescherming geven mag wel.


REGELS TOEPASBAAR NA KEUZE
Sommige regels zijn slechts van toepassing als een individu de keuze maakt tussen
verschillende vormen van gedrag.

 Bv. Wij zijn nu student dus die regels passen we toe, later veranderd dit in arbeidsrecht.


WILSAANVULLENDE OF SUPPLETIEVE REGELS
Van kracht indien de partijen geen eigen regeling hebben, een soort opvangnet.
 Bv. Een gewone gemeenrechtelijke erfrecht ipv een testament.

ONDERSTEUNENDE REGELS EN HANDHAVINGSREGELS

,2 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




Geen eigenlijke gedragsregels; Bieden ondersteuning aan gedragsvoorschriften door
instellingen te organiseren, werking van gedragsschriften omschrijven en de handhaving
van gedragsregels te regelen.

Bv. Dit is niet altijd zo: Bv. Art. 1583; U toont een fiets aan de aula en zegt ‘350eu’ en een ander
gaat akkoord, zo is er een overeenkomst over het voorwerp en de prijs dus de koop is voltrokken,
er staat niets op papier, maar toch is de koop gesloten. Wij wijken hier vaak vanaf omdat wij meer
bevestiging willen dmv een handtekening bv. Dus we kunnen hier opnieuw vanaf wijken.


TECHNISCHE REGELS EN FORMALISMEN IN HET RECHT
Termijnen, akten, procedures, voorschriften etc.

 Procedures hoe je bv. een beroep aantekent tov RvS.


FORMALISME IN HET RECHT

 Formalisme van de wilsuiting
= Bewijs van de wil is moeilijk te bewijzen: Vergemakkelijken dmv …
 Formalisme van de publiciteit
o Bekendmaking van de feiten
Bv. Aankoop van een huis: Anderen moeten hier ook door gebonden zijn =
Hypotheken
 Formalisme van juridische akten en rechtspleging
o Formele vereisten voor de opmaak van akten en voeren van rechtspleging
 Authentieke akten: Tussenkomst van openbare macht vereist bij
opmaak.
 Onderhandse akten: Rechtssubjecten stellen het zelf op.
o Rechtspleging: Rekening houden met rechtsregels van vormelijke aard.
 Formalisme van bescherming
o Bv. Bescherming van minderjarigen.
o Bv. Ontslag om dringende redenen (Bv. Porno kijken op je laptop van werk)
 Formalisme van bewijsvoering
= Je moet zaken bewijzen met de uitdrukkelijk voorgeschreven middelen.



DOEL VAN RECHT IS DE SAMENLEVING ORDENEN EN IN STAND HOUDEN 2
Recht en maatschappelijke orde
Recht is een maatschappelijk verschijnsel en rechtsregels beogen om bepaalde morele
regels te doen naleven. Er zijn bepaalde kwaliteitsvereisten dat het recht moet aan
voldoen:
 Rechtszekerheid – Recht is kenbaar en voorspelbaar
 Rechtvaardigheid – Hangt af van msp tot msp en van tijd tot tijd
 Doeltreffendheid
Recht als beleidsinstrument
Het recht wordt gebruikt om een bepaalde visie te verdedigen. Het staat nooit los van
bepaalde sociale en politieke filosofie van economische belangen.
Recht formaliseert en bekrachtigd bestaande verhoudingen maar schept ook nieuwe
toestanden.
Recht als evolutief fenomeen
Het recht is geen geheel: er is grote interne verscheidenheid, want diverse rechtstakken.
 Er is toenemende internationalisering

,3 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




 Er is ook een juridisering van de maatschappij die toeneemt = Toename van
rechtsregels
o Inflatie van het recht; Het volk wilt een deregulering.



HET RECHT VEREIST GEZAG 3
Het recht wordt door de overheid opgelegd
Recht door de overheid opgelegd, verkozen via vrije verkiezingen, maar ook lokale
besturen maken recht. Constante gedragingen ook, toch is de betrokkenheid van De
Staat hierbij vereist voor de erkenning ervan.




Rechtsregels gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag
 Rechtsregels moeten ook worden nageleefd: Zo zijn er maatregelen getroffen om de
naleving te verzekeren.
 Handhaving door
o Wetgevende macht die sanctioneert de overtreding van een rechtsregel
o Uitvoerende macht gaat uitvoeringsmaatregelen van de regel uitvaardigen.
De bindende kracht en naleving van de rechtsregel
De wijze van totstandkoming van het recht is bepalend of een wet rechtsgeldig
is; anders kan die niet toegepast worden of wordt deze vernietigd. Er moet
rekening gehouden worden met:

 Hiërarchie van de normen
 Bevoegdheidsregels
 Procedureregels


EFFECTIVITEIT VAN DE RECHTSREGEL

 Morele effectiviteit: Een rechtsregel wordt effectief als hij door een brede
maatschappelijke consensus wordt aanvaard.
o Rechtsbewustzijn is cruciaal: dit houdt in dat men begrijpt dat naleving van
rechtsregels noodzakelijk is voor het functioneren van de samenleving.
o Rechtsbewustzijn en rechtsregels evolueren, maar er is altijd risico op
normvervaging.
 Materiële effectiviteit: Een rechtsregel is effectief als hij leidt tot concrete
gevolgen of feitelijke resultaten.
 Onderscheid:
o Onmiddellijke rechtsgevolgen: spontaan naleven door rechtssubjecten
o Middellijke rechtsgevolgen: naleving door het bestaan van sancties.

Sancties zijn essentieel om naleving te waarborgen en kennen verschillende vormen,
zoals intimidatie (vrijheidsberoving, boetes) en nietigheid (ongeldigheid van
handelingen).


RECHT EN ANDERE NORMATIEVE SYSTEMEN

RECHT EN GODSDIENST

,4 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




Godsdiensten bieden regels voor eigen leven en met anderen leven, gebaseerd op
goddelijke oorsprong (bv. de Tien Geboden), terwijl rechtsregels door de overheid worden
opgelegd.

 Niet-geseculariseerde samenlevingen: Kennen GEEN scheiding tussen
rechtsregels en religieuze regels.
 Geseculariseerde samenlevingen: Wel een scheiding van Kerk en Staat, al is die
niet absoluut (bv. erkenning en financiering van erediensten).

Meeste principes inzake de scheiding tussen Kerk en Staat: Vervat in de Grondwet.

 Art. 19, 21, 20, 181 Gw.

België erkent zes erediensten en de niet-confessionele levensbeschouwing; erkenning
van het boeddhisme is in ontwikkeling.




RECHT EN MORAAL
 Recht is heteronoom (opgelegd door een externe macht), moraal is autonoom
(gebaseerd op het geweten).
 Recht kijkt naar naleving, moraal hecht belang aan intentie.
o Sancties verschillen: recht handhaaft naleving, moraal straft via
gewetenswroeging.


VERHOUDING TUSSEN RECHT EN MORAAL
 Vaak niet problematisch:
o Amorele regels (Bv. Art. 520 BW inzake onroerende goederen): Geen morele
regels.
o Regels in overeenstemming met moraal (Bv. Art. 1134 BW – Ter goeder
trouw).
o Niet-bestraffing van bepaalde morele overtredingen door recht (Bv. Diefstal ts
echtgenoten).
 Soms problematisch:
o Recht strookt niet altijd met ieders moraal (bv. IVF wordt toegestaan).
o Recht kan in strijd zijn met persoonlijke morele overtuigingen (bv. Belastingen
voor wapenfinanciering).

De wetgever houdt soms rekening met gewetensbezwaren (bv. abortus), n-altijd (bv.
belastingplicht). Rechtszekerheid kan regels rechtvaardigen die mogelijk immoreel zijn
(bv. verjaring van strafbare feiten).


BASISCONCEPTEN VAN HET RECHT


OBJECTIEF RECHT – SUBJECTIEF RECHT
 Objectief recht: Het geheel van algemene, abstracte regels die in de samenleving
gelden en de rechten en plichten van rechtssubjecten bepalen (Bv. Art. 544 BW over
eigendom).

,5 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




 Subjectief recht: Het concrete recht van een individu of entiteit om iets te vragen,
eisen of doen, gebaseerd op het objectieve recht (Bv. Recht ve eigenaar om rustig
van zijn eigendom te genieten).
Voorbeeld: De minderjarige heeft niet het recht (S) om met de auto te rijden, het recht
(O) laat dat niet toe.
Objectief recht is algemeen, terwijl subjectief recht concreet en verbonden is met een
individu.


POSITIEF RECHT – NATUURRECHT
 Positief recht: Recht door de mens gesteld dat geldt op een bepaald tijdstip in een
bepaalde sml.
 Natuurrecht of wenselijk recht:
o Volgens filosofen: Enkel als dit recht in overeenstemming is met een aantal
rechtsethische beginselen.
Bv. UVRM



GEMEEN RECHT – UITZONDERINGSRECHT
 Gemeen recht
= Recht dat geldt in normale omstandigheden, bv. het burgerlijk recht
 Uitzonderingsrecht
= Recht in bijzondere gevallen of voor bijzondere categorie van personen, bv. het
ondernemingsrecht.




VERMOEDENS EN FICTIES
 Vermoedens = Gevolgen die de wet of rechter afleidt uit een bekend feit.
o Vermoedens juris tantum = Weerlegbare vermoedens
o Vermoedens juris et de jure = Onweerlegbare vermoedens
 Ficties
= Regels waarbij de wetgever doet alsof iets dat niet waar is, toch als waar wordt
aangenomen. = Kunstmatige aannames die niet met de
werkelijkheid overeenstemmen, maar als waarheid worden behandeld.


DEEL II: BRONNEN VAN HET RECHT (P G. 5 )


ALGEMEEN

‘Rechtsbron’ kan zowel verwijzen naar de inhoud (materiële rechtsbronnen) als
naar de vorm (formele bronnen van het recht):
 Materiële bronnen van het recht verwijzen naar de factoren die de
inhoud en vorming van het recht beïnvloeden.
= Le donné (het gegeven) Deze omvatten:


o Historische bronnen

, 6 Samenvatting ITR – Febe Geldhof




Het Belgisch recht is historisch beïnvloed door middeleeuwse
gewoontes, Romeins recht, canoniek recht, de Verlichting, en Franse
codificaties uit de 19e eeuw.


o Politieke bronnen
Politieke instellingen (bv. parlement, regering) en externe
machtsgroepen (zoals Greenpeace of vakbonden) beïnvloeden het
recht.


o Feiten of omstandigheden die materiële bronnen van het recht zijn
Natuurlijke, demografische, economische, geografische, en
technologische factoren spelen een rol, zoals klimaatwetgeving en
technologische ontwikkelingen in telecommunicatie.µ


o Rechtsfilosofische bronnen
Filosofische reflecties over rechtvaardigheid, binding en
maatschappelijke verbetering.


o Ideologische bronnen
Invloeden van godsdienst, filosofie, moraal, en politiek op de vorming
van recht.


o Rechtsleer – Rechtsgeschiedenis – Rechtsvergelijking:
De studie van het huidige recht, historische rechtssystemen, en
vergelijkingen met buitenlandse rechtsstelsels.


 Formele bronnen van het recht verwijzen naar de wijze waarop het recht
wordt gevormd. Dit soort rechtsregels hebben verschillende bindende kracht en
normatieve waarde.
= Le construit (de constructie van regels obv de materiële bronnen van het
recht)

AARD EN FORMULERING VAN DE RECHTSREGEL
 Oude rechtsregels: Inductieve methode (geen samenhang, etc.)
 Hedendaagse rechtsregels: Deductieve methode (algemeen, abstract, etc.)
 Opbouw van de rechtsregel:
o Hypothese – Oplossing – Sanctie (Regelmatig)


DEEL III: NADERE BESPREKING VAN DE RECHTSBRONNEN ( PG . 6 – 4 6 )


DE WET SENSU LATO (DE WET IN DE RUIME ZIN VAN HET WOORD)


ALGEMENE BEGINSELEN

HISTORISCHE BESCHOUWINGEN
In ons rechtssysteem neemt de wet een centrale plaats in. Dit is niet altijd zo geweest en
dit is niet overal zo. De evolutie van de wet:

Inhoudsopgave

  1. 01 Deel I: het recht en zijn bronnen (pg. 1 – 5) 1
    1. algemene inleiding – wat is recht? 1
    2. Effectiviteit van de rechtsregel 3
    3. Recht en andere normatieve systemen 3
    4. Basisconcepten van het recht 4
  2. 02 deel ii: BRONNEN VAN HET RECHT (pg. 5) 5
    1. ALGEMEEN 5
  3. 03 deel iii: Nadere bespreking van de rechtsbronnen (pg. 6 – 46) 6
    1. De wet sensu lato (de wet in de ruime zin van het woord) 6
    2. De gewoonte 29
    3. Algemene rechtsbeginselen 31
    4. Billijkheid 32
    5. De overeenkomst 33
    6. De handhaving van de hiërarchie der rechtsnormen 33
    7. Grondwettelijke vs. Wetskrachtige Normen: GwH 35
    8. Hogere Rechtsnorm vs. Besluit 37
    9. rechtspraak 40
    10. rechtspraak als formele bron 49
    11. rechtsleer 51
  4. 04 Deel iv: Subjectieve rechten (pg. 46 -47) 51
    1. Indeling van subjectieve rechten 51
  5. 05 Deel V – Rechtssubjecten (pg. 48-49) 53
    1. Natuurlijke Personen 54
    2. Feitelijke Verenigingen – verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid 54
    3. Rechtspersonen: 54
    4. Elementen van rechtspersoonlijkheid 54
    5. Het Begrip “Rechtsobject”: 55
  6. 06 Hoofdstuk VI: De instellingen (pg. 49 – 61) 55
    1. De voornaamste kenmerken van de belgische staat 55
    2. Het belgisch grondgebied 58
    3. De federale machten 59
    4. De gemeenschappen en de gewesten 65
  7. 07 Deel VII – De indeling van het recht (pg. 61 – 63) 69
    1. Belang van de indeling in rechtstakken 69
    2. Onderscheid publiekrecht en privaatrecht 69
    3. Onderscheid in nuancering 70
  8. 08 Deel VIII – De verbintenis (kort samengevat) (pg. 63 -67) 71
    1. De verbintenis 71
    2. Het contract 72
    3. Buitencontractuele aansprakelijkheid 75

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
20 december 2024
Aantal pagina's
77
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€13,99
Gekocht door 37 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fdg05
4,9
(7)
Verkocht
72
Volgers
1
Items
4
Laatst verkocht
1 maand geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen