1. evolutie + basisconcepten
---> quorum sensing =
Min aantal deeltjes (bv auto-inducers/ feromonen) die aanwezig moeten zijn om reactie uit te
lokken
---> bv. bij symbiose = bacteriën maken auto-inducers aan ---> bepaalde hoeveelheid = licht
maken = symbiontisch (= hoge densiteit v feromonen)
---> bv feromonen binden aan luciferase = enzym dat licht produceert
<---> planktonisch = lage densiteit = geen reactie uitlokken
---> verschillende soorten cel-cel communicatie =
1. directe cel-cel communicatie
---> via gap-junctions = connexons + connexines
---> kleine signaal moleculen = Ca2+ + cAMP + glucose + vitamines
---> snelle + synchrone reactie
2. indirecte cel-cel communicatie
= via extracellulaire signaal moleculen --->
1. synthese ligand
2. secretie ligand
3. transport ligand
4. binding ligand-receptor
5. activatie + synthese signaaltransductoren
6. activatie effectoreiwitten
7. a. korte termijn effecten
b. lange termijn effecten = transcriptie beïnvloeden
8. negatieve feedback ---> lam leggen systeem
9. verwijderen ligand
2.1 endocriene cel-cel communicatie
= endocriene signalisatie = met hormonen nr doelwit orgaan ---> effect
---> hormonen = aangemaakt in speciale
klieren
---> transport = via bloedbaan
1
, 2.2 paracriene cel-cel communicatie =
= signalisatie nr cellen in directe omgeving ---> veroorzaakt dr snelle opname + afraak +
immobilisatie
---> liganden binden op nagelegen cellen --->
bv cytokines = bij afweer = werken in op
weefsels om pathologen tegen te gaan
---> synaptische communicatie =
gespecialiseerde + snelle + gerichte vorm v
paracriene signalering
2.3 via plasma-membraan verankerde liganden =
---> cellen moeten tegen elkaar liggen voor
communicatie
= juxacriene signalering
---> belangrijk bij hematopoiese ---> interactie
ts stromale cellen in beenmerg +
hemapoietische stamcellen
2.4 via autocriene cel-cel communicatie =
= vaak bij cellen in weefselkweek ---> meerdere groeifactoren werken op deze wijze --->
autocriene stimulatie kan bijdragen tot celtransformatie
---> bv kankercellen = hebben receptoren voor dit signaal
---> liganden werken in op zelfde cellen waardoor
ze gesecreteerd worden
---> aberrante autocriene signalisatie dr
groeifactoren = vaak in kanker
---> bv. T-cellen = zorgen voor deling v cellen
interleukines ---> klonen T-cellen maken
Bindings- en effector-specialiteit =
- bindingsspecialiteit =
1 ligand kan uitsluitend op 1 receptor binden
---> bv. insuline bindt uitsluitend op glucagon-receptor
---> niet absoluut ---> 1 ligand kan ≠ receptoren hebben + 1 receptor kan
≠ liganden binden
---> acetylcholine = zowel hart als skeletspieren aansporen
- effectorspecialiteit = 2
respons verschilt v cel tot cel voor eenzelfde ligand/receptor ---> bepalen
dr type receptor + dr cel-specifieke intracellulaire signaalmoleculen
, ---> sommige liganden = verschillende receptoren = lokken verschillende reactie uit = andere
signaalcascade
---> bijvoorbeeld = mAchR
= zorgen voor uitrekking bij hartspier
= zorgen voor krimpen bij skeletspiercel
Pleitropie =
= eenzelfde ligand-receptor kan interactie op verschillende cellen
leiden tot verschillende response
redunantie =
meerdere, verschillende ligand/receptor kunnen interacties op eenzelfde cel leiden tot dezelfde
cellulaire respons
---> cellulair gedrag
= wordt bepaald dr integratie v meerdere signalen ---> cel heeft altijd signalen nodig om in leven te
blijven ---> door signalen =
- delen
- overleven
- differentiëren
---> geen signalen = apoptose
Classificatie v liganden =
---> lipofiel intracellulair = door membraan (plamsa + nucleair)
zo intracellulair raken + interageren met receptoren ---> =
invloed op transcriptie regulatie
---> lipofiel membraangebonden = kunnen niet dr membraan +
binden op specifieke membraangebonden receptoren
---> hydrofiel = aan membraan (buitenzijde) = kleine + geladen
moleculen
3