Bijeenkomst 3: De verpleegkundige en bijzondere categorieën patiënten
Inleiding
Verpleegkundigen werken met patiënten die soms in een kwetsbare positie verkeren. Denk
bijvoorbeeld aan kinderen, mensen met een verstandelijke beperking en aan ouderen. In het recht
worden deze bijzondere categorieën patiënten extra beschermd. Verpleegkundige handelingen
verdienen in deze context extra aandacht vanuit juridisch perspectief. Dit speelt wanneer
bijvoorbeeld de volgende twee vragen worden gesteld: • een ouder van een 17-jarig meisje vraagt
inzage in het dossier. • de zus van een wilsonbekwame patiënt vraagt jou in je rol van
verpleegkundige om informatie over het verloop van de operatie. Ook bij een vrijheidsbeperkende
maatregel als het instellen van bedhekken, dringt zich de vraag op of deze handeling wel juridisch
toelaatbaar is. Bijvoorbeeld wanneer een bejaarde vrouw na de operatie erg onrustig is en het team
besluit om voor de nacht een onrustband te gebruiken om te voorkomen dat ze uit bed valt. In dit
college wordt ingegaan op de juridische positie van zorgvragers die door hun leeftijd, psychische of
mentale gesteldheid niet goed voor hun rechten inzake gezondheid op kunnen komen.
Doelen De student kan:
1. beschrijven wanneer patiënten en cliënten wilsbekwaam zijn en wanneer de toestemming van
een wettelijk vertegenwoordiger vereist is;
Jonger dan 12 -> ouders beslissen
Tussen 12 en 16 -> ouders en kind beslissen allebei, wil kind het wel maar 1 van de ouders niet kan er
alsnog voor de mening van het kind gekozen worden als ernstig nadeel voor de jongeren dan beperkt
kan blijven of als het kind het weloverwogen blijft wensen.
Ouder dan 16 -> kind beslist zelf
Behalve als er door een verstandelijke beperking of psychische aandoening niet zelf beslist kan
worden dan doen de ouders dit.
Dringend noodzakelijke behandeling van een kind tot 12 jr
Als ouders een behandeling weigeren, maar deze behandeling is wel nodig om het leven van het kind
te redden dan kan een rechter de ouders tijdelijk het gezag afnemen en bijv. een voogd of curator
toewijzen om een beslissing te nemen. Als dit te veel tijd kost mag de zorgverlener alsnog de
behandeling uitvoeren zonder toestemming van de ouders, als het dus gaat om een
levensbedreigende situatie. Dit geld ook in situaties wanneer er geen tijd is om toestemming te
vragen zoals bij een verkeersongeluk.
De informatieplicht van de zorgverlener blijft bestaan richting de patiënt of deze nu wilsbekwaam is
of niet.
Toestemming van beide ouders voor de behandeling
Niet bij elke behandeling hoeft de zorgverlener precies te gaan uitzoeken of beide ouders gezag
hebben en akkoord gaan, als vader akkoord geeft mag zorgverlener er van uit gaan dat vader ook
voor moeder spreekt, er zijn een paar uitzonderingen. Er moet aan beide ouders akkoord worden
gevraagd als:
- Als er veel risico’s of langdurige gevolgen aan de behandeling vast zitten of als er een keuze moet
worden gemaakt tussen verschillende behandelingen.
- bijv. therapie over relatie tussen ouder en kind of als het gaat over een mogelijke erfelijke
aandoening
- Als 1 van de gezag hebbende ouders de zorgverlener heeft laten weten dat hij niet akkoord gaat. Of
als er signalen zijn dat je er misschien vna uit kunt gaan dat andere ouder niet akkoord is.
Inleiding
Verpleegkundigen werken met patiënten die soms in een kwetsbare positie verkeren. Denk
bijvoorbeeld aan kinderen, mensen met een verstandelijke beperking en aan ouderen. In het recht
worden deze bijzondere categorieën patiënten extra beschermd. Verpleegkundige handelingen
verdienen in deze context extra aandacht vanuit juridisch perspectief. Dit speelt wanneer
bijvoorbeeld de volgende twee vragen worden gesteld: • een ouder van een 17-jarig meisje vraagt
inzage in het dossier. • de zus van een wilsonbekwame patiënt vraagt jou in je rol van
verpleegkundige om informatie over het verloop van de operatie. Ook bij een vrijheidsbeperkende
maatregel als het instellen van bedhekken, dringt zich de vraag op of deze handeling wel juridisch
toelaatbaar is. Bijvoorbeeld wanneer een bejaarde vrouw na de operatie erg onrustig is en het team
besluit om voor de nacht een onrustband te gebruiken om te voorkomen dat ze uit bed valt. In dit
college wordt ingegaan op de juridische positie van zorgvragers die door hun leeftijd, psychische of
mentale gesteldheid niet goed voor hun rechten inzake gezondheid op kunnen komen.
Doelen De student kan:
1. beschrijven wanneer patiënten en cliënten wilsbekwaam zijn en wanneer de toestemming van
een wettelijk vertegenwoordiger vereist is;
Jonger dan 12 -> ouders beslissen
Tussen 12 en 16 -> ouders en kind beslissen allebei, wil kind het wel maar 1 van de ouders niet kan er
alsnog voor de mening van het kind gekozen worden als ernstig nadeel voor de jongeren dan beperkt
kan blijven of als het kind het weloverwogen blijft wensen.
Ouder dan 16 -> kind beslist zelf
Behalve als er door een verstandelijke beperking of psychische aandoening niet zelf beslist kan
worden dan doen de ouders dit.
Dringend noodzakelijke behandeling van een kind tot 12 jr
Als ouders een behandeling weigeren, maar deze behandeling is wel nodig om het leven van het kind
te redden dan kan een rechter de ouders tijdelijk het gezag afnemen en bijv. een voogd of curator
toewijzen om een beslissing te nemen. Als dit te veel tijd kost mag de zorgverlener alsnog de
behandeling uitvoeren zonder toestemming van de ouders, als het dus gaat om een
levensbedreigende situatie. Dit geld ook in situaties wanneer er geen tijd is om toestemming te
vragen zoals bij een verkeersongeluk.
De informatieplicht van de zorgverlener blijft bestaan richting de patiënt of deze nu wilsbekwaam is
of niet.
Toestemming van beide ouders voor de behandeling
Niet bij elke behandeling hoeft de zorgverlener precies te gaan uitzoeken of beide ouders gezag
hebben en akkoord gaan, als vader akkoord geeft mag zorgverlener er van uit gaan dat vader ook
voor moeder spreekt, er zijn een paar uitzonderingen. Er moet aan beide ouders akkoord worden
gevraagd als:
- Als er veel risico’s of langdurige gevolgen aan de behandeling vast zitten of als er een keuze moet
worden gemaakt tussen verschillende behandelingen.
- bijv. therapie over relatie tussen ouder en kind of als het gaat over een mogelijke erfelijke
aandoening
- Als 1 van de gezag hebbende ouders de zorgverlener heeft laten weten dat hij niet akkoord gaat. Of
als er signalen zijn dat je er misschien vna uit kunt gaan dat andere ouder niet akkoord is.