KINDEREN EN ADOLESCENTEN
Prof. Imke Baetens
Dana Ceulemans 2018-2019
1
, INLEIDING
Theoretische achtergrond
Afbakening
Psychopathologie van kinderen en adolescenten = studie van psychische stoornissen
(problemen) bij kinderen en adolescenten
—> Ontwikkelingspsychopathologie: studie van de ontwikkeling van psychische
stoornissen/problemen
—> Ontwikkelingspsychologie: bestuderen van de normale ontwikkeling
Belangrijk:
- Wat normaal is voor een bepaalde levensfase, kan afwijken zijn wanneer het optreedt in
andere levensfasen
- Stoornissen die specifiek zijn voor de levensfasen t.e.m. de adolescentie
- Stoornissen die ook op volwassen leeftijd kunnen voorkomen met eventueel een
specifieke uitingsvorm in kinder- en jeugdjaren
Ontwikkelingspsychologie vs. pathologie
Wanneer spreken we van een psychische stoornis?
- ‘Abnormaal’ verschijnsel: afwijkend van een sociale norm
• Lastig om bij kinderen vast te stellen omdat ze nog in de ontwikkeling zijn
- Veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de betrokkene en/of bij de omgeving
• Een jong kind kan ongemak en verdriet nog niet goed aangeven
- Gedrag past binnen een psychopathologisch begrippenkader
• Kind dat zich ‘raar’ gedraagt nadat hij hard is gevallen of ‘gesnoept’ heeft van de
medicijnen van de ouders moet naar de eerstehulppost en niet naar de psycholoog
Psychopathologie:
- = Sociale consensus
• Veranderd doorheen de jaren
• Afspraak tussen professionals
• DSM-5
2
,Classificerende diagnostiek (leidraad van deze cursus)
- Probleemanalyse: Wat is er aan de hand? Probleem? Stoornis? Opvoedingsprobleem?
- Diagnose is een hypothese (geen vaststaand feit)
- Clustering van symptomen - samenvatten in fenomenen/syndromen
Belang?
- Communicatie
- ‘Etiket’ - verklaring
- Indicatiestelling en verwijzing
- Ruwe handvatten voor interventie
- Algemeen zicht op prognose
- Zicht op prevalentie
Indicatiestelling en verwijzing:
- DSM-5 (categorisch kader) hierbij heel belangrijk
- Indicatiestelling = wat is er aan de hand en hoe kunnen we dat gaan behandelen?
- Verwijzing = bij wie kan je daar het best mee terecht
- Geeft ook algemeen zicht op prognose en prevalentie
Kritiek op categorisch denken:
- Sociaal-culturele bepaaldheid van psychiatrische stoornissen
• Westers bepaald kader, niet alles klopt in bv. Japan
- Comorbiditeit
• Categorisch denken gaat alles opdelen in vakjes, maar in de praktijk zijn mensen
niet zo gemakkelijk in die vakjes op te delen (comorbiditeit + grens?)
- Vage omschrijvingen, wat is grens pathologie/normaliteit
- Labelmaatschappij (bv. “ADHD’ers”)
• Een persoon is veel meer dan zijn/haar label
- Onderliggende transdiagnostische mechanismen
• Onderliggende factoren die elk mens heeft waarbij je hoog of laag kan scoren, die
heel veel van onze psyche bepalen
• Bv: emotieregulatie (= hoe iemand omgaat met emoties)
• 7 categorieën van transdiagnostische mechanismen
3
, Dimensionele classificatie
= Een andere manier van classificeren: vaststellen in welke mate iemand last heeft van
bepaalde symptomen
—> Gebruik maken van vragenlijst om de hoeveelheid en de ernst van de symptomen te
meten (bv: Child Behavior CheckList)
—> De score bij een bepaald kind wordt vergeleken met een normgroep: de gemiddelde
score van kinderen van eenzelfde leeftijd, eenzelfde sekse en uit eenzelfde cultuur
Informanten
Kind zelf: kan valide informatie geven over eigen problemen en persoonlijkheid
Ouders: kijken vaak anders aan tegen de problemen
- Dat is niet per se verkeerd
- Ouders zijn gebiased om problemen toe te schrijven aan externe factoren
- Bij sommige problemen is de informatie van het kind meer valide dan die van de ouder:
zoals het gebruik van middelen en internet
Leerkrachten: natuurlijk meer gericht op schoolse vaardigheden
- School is vaak de eerste ‘vindplek’ bij stoornissen als dyslexie of ADHD
- Leerkrachten gaan hogere prevalentie geven van gedragsproblemen en
aandachtsproblemen (minder zicht op internaliserende problemen)
Artsen: ‘kijken’ vaak ‘anders’
- Omdat ze zich ook op lichamelijke klachten richten
- Dat kan een ander beeld opleveren. En dat is nuttig
Tweedeling in probleemgedrag
Bij het vaststellen van probleemgedrag wordt vaak onderscheid gemaakt tussen twee
categorieën:
- Internaliserend:
• Letterlijk: naar binnen gericht
• Vooral de persoon zelf heeft er last van
• Voorbeelden: angst, depressie, somatische klachten
• Meer bij meisjes
- Externaliserend:
• Letterlijk: naar buiten gericht
• Vooral de omgeving heeft er last van
4