Onderzoeksmethodologie in de revalidatiewetenschappen
Prof. Dr. Eva D'hondt en Prof. Dr. David Bekwee
HOOFDSTUK 3 : BESCHRIJVEND ONDERZOEK
Als onderzoeker (vaststellen en beschrijven) kom je nergens tussen.
Experimenteel onderzoek : onderzoeker komt wel tussen (manipuleren).
I. SOORTEN beschrijvend onderzoek
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
= “observationeel onderzoek”
= onderzoek waarbij de data verzameld worden in hun natuurlijke contact, zonder enige vorm van manipulatie (niet gelijk
aan observatie)
• Verklarend of relationeel onderzoek
– Correlationeel onderzoek (= relaties tussen 2 zaken vaststellen)
– Predictief onderzoek (=voorspellen/verklaren (oorzaak-gevolg) → meerdere meet momenten)
• Methodologisch onderzoek (= validiteit en betrouwbaarheid van metingen aantonen)
– Validiteit en betrouwbaarheid
• Puur beschrijvend onderzoek
– Onwikkelingsonderzoek (natuurlijke evolutie)
– Normatief onderzoek (opstellen van populatienormen)
– Case study / series
II. DESIGNS beschrijvend onderzoek
4 BASISDESIGNS :
A. Cross-sectioneel design
– Slechts 1 steekproef (= cross-sectie van populatie)
– Slechts 1 meetmoment (= geen herhaalde metingen)
– Om vergelijkingen te maken tussen subgroepen
– Om verbanden tussen variabelen te (onder)zoeken
– Vb : Case-control studie
Personen met bepaald kenmerk (=cases) worden vergeleken met personen zonder kenmerk (=controls) met doel
risicofactoren van dat kenmerk te bepalen.
Voordelen : vrij goedkoop, hoge response rate, snelle dataverzameling
Nadelen : geen oorzaak-effect relatie mogelijk en effect van moment van dataverzameling
B. Time series design
– Een reeks cross-sectionele onderzoeken op verschillende momenten met zelfde onderzoeksdesign en instrumenten
– Per onderzoek een nieuwe / andere steekproef (=cohorte)
, Voordeel : mogelijkheid om effect van moment van metingen na te gaan (vb : verschil in mate van sportbeoefening
naargelang seizoen)
Nadelen :
– Duurder door verschillende steekproeven van voldoende grote omvang
– Cohorte-effecten : te wijten aan verschillen tussen de verschillende steekproeven
– Moment- en cohorte-effecten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden
C. Ligitudinaal design
– Een en dezelfde steekproef op verschillende momenten meten
– Aantal herhalingen van metingen in onbeperkt
– Vb : cohort studie
Grope “gezonde” mensen wordt opgevolgd in de tijd, waarbij optreden van bepaald kenmerk wordt gemeten alsook
mogelijke determinanten (follow-up studie)
Voordelen :
– Geen cohorte-effecten want 1 steekproef
– Leeftijdsgerelateerde veranderingen kunnen bestudeerd worden : (leef)tijdseffect
– Oorzaak-effect relatie kunnen bestudeerd worden
Vb : “Wat is de link tussen de mate van sportbeoefening en de ontwikkeling van bepaalde sportblessures?”
D. Longitudinaal cohort sequentieel design
– Combinatie van 3 vorige designs
– Sommige cohortes worden longitudinaal opgevolgd , terwijl andere cohortes op latere tijdstippen worden
toegevoegd :
– Laat toe om ZUIVERE HOOFDEFFECTEN te bestuderen :
Zuiver leeftijds-effect : vergelijken evolutie D16-D17 en E16-E17 : is die dezelfde, onafhankelijk van cohorte en
moment ?
Zuiver cohorte-effect : blijft het verschil tussen d(16) en C(17) constant over de (leef)tijd en is daar dus onafhankelijk
van?
Zuiver moment-effect : Wanneer verandering D16-D17 dezelfde is als A19-A20, onafhankelijk van leeftijd en
cohorte.
Voordelen :
– Mogelijkheid om zowel hoofd-effecten als interactie-effecten te bestuderen
→ Hoofdeffect : moment-effect, leeftijdseffect en cohorte-effect
→ Interactie-effecten : is de evolutie in sportbeoefening ngl de leeftijd verschillend afhankelijk van cohorte ? (lt*co)
Nadelen :
– Heel duur en tijdsintensief
– Sample attrition / conditioning : vooral probleem wanneer je nieuwe cohorte wil vergelijken met cohorte die reds
verschillende metingen heeft ondergaan
– Data zijn moeilijk te analyseren door complexe design : complexe statistische technieken nodig
Prof. Dr. Eva D'hondt en Prof. Dr. David Bekwee
HOOFDSTUK 3 : BESCHRIJVEND ONDERZOEK
Als onderzoeker (vaststellen en beschrijven) kom je nergens tussen.
Experimenteel onderzoek : onderzoeker komt wel tussen (manipuleren).
I. SOORTEN beschrijvend onderzoek
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
= “observationeel onderzoek”
= onderzoek waarbij de data verzameld worden in hun natuurlijke contact, zonder enige vorm van manipulatie (niet gelijk
aan observatie)
• Verklarend of relationeel onderzoek
– Correlationeel onderzoek (= relaties tussen 2 zaken vaststellen)
– Predictief onderzoek (=voorspellen/verklaren (oorzaak-gevolg) → meerdere meet momenten)
• Methodologisch onderzoek (= validiteit en betrouwbaarheid van metingen aantonen)
– Validiteit en betrouwbaarheid
• Puur beschrijvend onderzoek
– Onwikkelingsonderzoek (natuurlijke evolutie)
– Normatief onderzoek (opstellen van populatienormen)
– Case study / series
II. DESIGNS beschrijvend onderzoek
4 BASISDESIGNS :
A. Cross-sectioneel design
– Slechts 1 steekproef (= cross-sectie van populatie)
– Slechts 1 meetmoment (= geen herhaalde metingen)
– Om vergelijkingen te maken tussen subgroepen
– Om verbanden tussen variabelen te (onder)zoeken
– Vb : Case-control studie
Personen met bepaald kenmerk (=cases) worden vergeleken met personen zonder kenmerk (=controls) met doel
risicofactoren van dat kenmerk te bepalen.
Voordelen : vrij goedkoop, hoge response rate, snelle dataverzameling
Nadelen : geen oorzaak-effect relatie mogelijk en effect van moment van dataverzameling
B. Time series design
– Een reeks cross-sectionele onderzoeken op verschillende momenten met zelfde onderzoeksdesign en instrumenten
– Per onderzoek een nieuwe / andere steekproef (=cohorte)
, Voordeel : mogelijkheid om effect van moment van metingen na te gaan (vb : verschil in mate van sportbeoefening
naargelang seizoen)
Nadelen :
– Duurder door verschillende steekproeven van voldoende grote omvang
– Cohorte-effecten : te wijten aan verschillen tussen de verschillende steekproeven
– Moment- en cohorte-effecten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden
C. Ligitudinaal design
– Een en dezelfde steekproef op verschillende momenten meten
– Aantal herhalingen van metingen in onbeperkt
– Vb : cohort studie
Grope “gezonde” mensen wordt opgevolgd in de tijd, waarbij optreden van bepaald kenmerk wordt gemeten alsook
mogelijke determinanten (follow-up studie)
Voordelen :
– Geen cohorte-effecten want 1 steekproef
– Leeftijdsgerelateerde veranderingen kunnen bestudeerd worden : (leef)tijdseffect
– Oorzaak-effect relatie kunnen bestudeerd worden
Vb : “Wat is de link tussen de mate van sportbeoefening en de ontwikkeling van bepaalde sportblessures?”
D. Longitudinaal cohort sequentieel design
– Combinatie van 3 vorige designs
– Sommige cohortes worden longitudinaal opgevolgd , terwijl andere cohortes op latere tijdstippen worden
toegevoegd :
– Laat toe om ZUIVERE HOOFDEFFECTEN te bestuderen :
Zuiver leeftijds-effect : vergelijken evolutie D16-D17 en E16-E17 : is die dezelfde, onafhankelijk van cohorte en
moment ?
Zuiver cohorte-effect : blijft het verschil tussen d(16) en C(17) constant over de (leef)tijd en is daar dus onafhankelijk
van?
Zuiver moment-effect : Wanneer verandering D16-D17 dezelfde is als A19-A20, onafhankelijk van leeftijd en
cohorte.
Voordelen :
– Mogelijkheid om zowel hoofd-effecten als interactie-effecten te bestuderen
→ Hoofdeffect : moment-effect, leeftijdseffect en cohorte-effect
→ Interactie-effecten : is de evolutie in sportbeoefening ngl de leeftijd verschillend afhankelijk van cohorte ? (lt*co)
Nadelen :
– Heel duur en tijdsintensief
– Sample attrition / conditioning : vooral probleem wanneer je nieuwe cohorte wil vergelijken met cohorte die reds
verschillende metingen heeft ondergaan
– Data zijn moeilijk te analyseren door complexe design : complexe statistische technieken nodig