Menselijke fysiologie
Bart Roelands
BLOEDDRUK
➢ Bloedvaten
ARTERIËN + VENEN
Altijd blijvende drijvende druk → bloed blijft bewegen.
Arteriën en venen kunnen uitzetten → behoud van druk !
Drukreservoir in aorta en arteriën.
Arteriolen : grote regelaars van weerstand van systeem.
→ vasodilatatie en vasoconstrictie
Regelen waar er wanneer bloedtoevoer moet zijn.
Thv weefsels/capillairen : stofuitwisseling.
Druk thv venen : redelijk laag, druk eerder bijhouden
Volumereservoir in venen.
Structuur van verschillende bloedvaten
Arteriën : diameter van 4mm, 1mm wand (redelijk
dik/stevig voor functie van drukreservoir, elastisch weefsel
+ glad spierweefsel)
Microcirculatie = arteriolen + capillairen + venulen
Veel smaller (micrometer) met dunne wand
Venen : diameter van 5mm, 0.5 mm wand
Arteriën → arteriolen (door arterioveneuze bypass) – capillairen
→ venulen → venen
Kringspieren (sphincters) thv capillairen zorgen voor
een goed bloedverdeling. Vb : bij inspanning heb je op
sommige plaatsen meer bloed nodig dan op anderen.
, Normale toestand (bloed in alle capillairen) :
Sphincters trekken samen (bloed vloeit maar
door 1 weg, minder uitwisseling) :
Uitwisseling thv de capillairen
2 verschillende soorten capillairen :
– continue capillairen
– gevensterde capillairen
Plaats waar veel O2/nutriënten nodig zijn : vaak aanwezigheid van veel capillairen.
Voorbeeld : spier
Plaats waar minder nutriënten nodig zijn : minder/weinig capillairen.
Voorbeeld : kraakbeen
Capillairen = aaneenschakeling van endotheelcellen, 1 cellaag dik, samengehouden door basaal membraan
Continue capillairen Gevensterde capillairen
Bart Roelands
BLOEDDRUK
➢ Bloedvaten
ARTERIËN + VENEN
Altijd blijvende drijvende druk → bloed blijft bewegen.
Arteriën en venen kunnen uitzetten → behoud van druk !
Drukreservoir in aorta en arteriën.
Arteriolen : grote regelaars van weerstand van systeem.
→ vasodilatatie en vasoconstrictie
Regelen waar er wanneer bloedtoevoer moet zijn.
Thv weefsels/capillairen : stofuitwisseling.
Druk thv venen : redelijk laag, druk eerder bijhouden
Volumereservoir in venen.
Structuur van verschillende bloedvaten
Arteriën : diameter van 4mm, 1mm wand (redelijk
dik/stevig voor functie van drukreservoir, elastisch weefsel
+ glad spierweefsel)
Microcirculatie = arteriolen + capillairen + venulen
Veel smaller (micrometer) met dunne wand
Venen : diameter van 5mm, 0.5 mm wand
Arteriën → arteriolen (door arterioveneuze bypass) – capillairen
→ venulen → venen
Kringspieren (sphincters) thv capillairen zorgen voor
een goed bloedverdeling. Vb : bij inspanning heb je op
sommige plaatsen meer bloed nodig dan op anderen.
, Normale toestand (bloed in alle capillairen) :
Sphincters trekken samen (bloed vloeit maar
door 1 weg, minder uitwisseling) :
Uitwisseling thv de capillairen
2 verschillende soorten capillairen :
– continue capillairen
– gevensterde capillairen
Plaats waar veel O2/nutriënten nodig zijn : vaak aanwezigheid van veel capillairen.
Voorbeeld : spier
Plaats waar minder nutriënten nodig zijn : minder/weinig capillairen.
Voorbeeld : kraakbeen
Capillairen = aaneenschakeling van endotheelcellen, 1 cellaag dik, samengehouden door basaal membraan
Continue capillairen Gevensterde capillairen