Menselijke fysiologie
Bart Roelands
GASUITWISSELING (zelfstudie)
➢ Gasuitwisseling in longen en weefsels
Delen : alveoli/longen – longcirculatie – systemische circulatie – weefsel
Globaal :
Longen : O2 komt er in bloed, CO2 gaat er uit
Overgang alveoli en longcirculatie : O2 in longcirculatie gaat naar hart
in systemische circulatie → rest lichaam/weefsels
In weefsels : O2 wordt gebruikt om E/ATP te creëren → CO2 productie
Vanuit weefsels : CO2 in bloed → hart → longcirculatie → CO2
diffundeert naar buiten/atmosfeer
Toevoeging van partiële drukken :
Partiële drukken zorgen voor drukverschil → beweging en
uitwisseling van gassen!!
In alveoli :
– partiële O2druk = 100 mm Hg
– partiële CO2druk = 40 mm Hg
Partiële drukken blijven behouden wanneer er geen
uitwisseling plaatsvindt.
Thv cellen :
– partiële O2druk = 40 mm Hg
– partiële CO2druk = 46 mm Hg
Terug thv longen : CO2 afgeven en O2 opnemen omwille van
drukgradiënt.
Richtwaarden :
, • Sensoren
→ gaan situatie in steeds 'rapporteren', P O2 en CO2 steeds registreren
2 soorten :
1. Perifere chemoreceptoren
– gelegen thv halsslagader en aorta
– reageren op verschil in O2druk, CO2 druk en pH
2. Centrale chemoreceptoren
– thv medulla
– vooral reageren op veranderingen in pH (CO2 en H+)
Hypercapnie = te veel CO2
Hypoxie = tekort aan zuurstof
Verschillende soorten hypoxie :
Kan ontstaan door op hoogte te gaan.
O2concentratie op zeeniveau en hoogte = 21% lucht in O2
Enkel de druk veranderd naarmate je hoger bent → partiële O2druk zal verlagen → minder O2 opnemen
– Hypoxische hypoxie bij hypoventilatie (= niet diep genoeg inademen), hoge altitude, longen werken
niet goed genoeg..
– Anemische hypoxie (bloedarmoede), door veel bloedverlies = veel capaciteit om O2 te vervoeren,
verliezen
CO vergiftiging
= verbranding waarbij te weinig O2 aanwezig waardoor we komen te zitten met CO (kleur- en geurloos) →
inademen → affiniteit van CO voor het binden met Hb is veel groter dan affiniteit van O2 met Hb → CO
neemt alle plaatsen van O2 op Hb → O2 kan niet meer worden getransporteerd
CO + Hb → HbCO (carboxyhemoglobine) gaat O2 van Hb “afduwen”.
– Ischemische hypoxie komt bij minder bloeddoorstroming door heel lichaam (door hartprobleem) of
heel lokaal (vb : bij trombose/bloedklonter die bloedvat verstopt)
– Histotoxische hypoxie
Vb : cyanide → gaat binden op bepaalde stof → celrespiratie (aanmaak energie in cellen) 'blokkeren'
= O2 wordt wel getransporteerd maar lichaam kan er niets meer mee doen
Bart Roelands
GASUITWISSELING (zelfstudie)
➢ Gasuitwisseling in longen en weefsels
Delen : alveoli/longen – longcirculatie – systemische circulatie – weefsel
Globaal :
Longen : O2 komt er in bloed, CO2 gaat er uit
Overgang alveoli en longcirculatie : O2 in longcirculatie gaat naar hart
in systemische circulatie → rest lichaam/weefsels
In weefsels : O2 wordt gebruikt om E/ATP te creëren → CO2 productie
Vanuit weefsels : CO2 in bloed → hart → longcirculatie → CO2
diffundeert naar buiten/atmosfeer
Toevoeging van partiële drukken :
Partiële drukken zorgen voor drukverschil → beweging en
uitwisseling van gassen!!
In alveoli :
– partiële O2druk = 100 mm Hg
– partiële CO2druk = 40 mm Hg
Partiële drukken blijven behouden wanneer er geen
uitwisseling plaatsvindt.
Thv cellen :
– partiële O2druk = 40 mm Hg
– partiële CO2druk = 46 mm Hg
Terug thv longen : CO2 afgeven en O2 opnemen omwille van
drukgradiënt.
Richtwaarden :
, • Sensoren
→ gaan situatie in steeds 'rapporteren', P O2 en CO2 steeds registreren
2 soorten :
1. Perifere chemoreceptoren
– gelegen thv halsslagader en aorta
– reageren op verschil in O2druk, CO2 druk en pH
2. Centrale chemoreceptoren
– thv medulla
– vooral reageren op veranderingen in pH (CO2 en H+)
Hypercapnie = te veel CO2
Hypoxie = tekort aan zuurstof
Verschillende soorten hypoxie :
Kan ontstaan door op hoogte te gaan.
O2concentratie op zeeniveau en hoogte = 21% lucht in O2
Enkel de druk veranderd naarmate je hoger bent → partiële O2druk zal verlagen → minder O2 opnemen
– Hypoxische hypoxie bij hypoventilatie (= niet diep genoeg inademen), hoge altitude, longen werken
niet goed genoeg..
– Anemische hypoxie (bloedarmoede), door veel bloedverlies = veel capaciteit om O2 te vervoeren,
verliezen
CO vergiftiging
= verbranding waarbij te weinig O2 aanwezig waardoor we komen te zitten met CO (kleur- en geurloos) →
inademen → affiniteit van CO voor het binden met Hb is veel groter dan affiniteit van O2 met Hb → CO
neemt alle plaatsen van O2 op Hb → O2 kan niet meer worden getransporteerd
CO + Hb → HbCO (carboxyhemoglobine) gaat O2 van Hb “afduwen”.
– Ischemische hypoxie komt bij minder bloeddoorstroming door heel lichaam (door hartprobleem) of
heel lokaal (vb : bij trombose/bloedklonter die bloedvat verstopt)
– Histotoxische hypoxie
Vb : cyanide → gaat binden op bepaalde stof → celrespiratie (aanmaak energie in cellen) 'blokkeren'
= O2 wordt wel getransporteerd maar lichaam kan er niets meer mee doen