Menselijke fysiologie
Bart Roelands
Voorbeeldvragen examen :
SPIJSVERTERINGSSTELSEL/GASTROINTESTINAAL SYSTEEM
Doel : overleven (lichaam heeft E nodig, E halen we uit de voedingsstoffen die we opnemen en verteren)
Vertering = eten (macronutriënten) worden klein gemaakt tot micronutriënten (om opgenomen te worden)
GI systeem :
– 1 lange buis (4,5m)
– extern systeem : in- en uitgang
→ 'altijd' bloodgesteld aan buitenwereld
– Belangrijk : beschermingsfactor !!
Vb : maagzuur gaat veel bacterieën doden !
– klieren in GI systeem : exocriene klieren (naar buitenwereld)
– grote oppervlakt (nodig voor werking zuren/enzymes, absorptie)
– maag : voedsel wordt gemengd (+ maagzuur), verteerd tot
maagbrei
9L innemen per dag :
– drank en voedsel
– lichaamssecreties :
– speeksel
– gal
– maagsecretie
– pancreas secretie..
9L terug verwijderen :
– vooral absorptie (veel in dunne darm, beetje in dikke darm)
– beetje in uitwerpselen
Wat binnenkomt gaat er ook terug uit : balans
,Onderdelen GI systeem:
– mondholte met speekselklieren, tong en tanden
– pharynx met oesophagus / slokdarm
– maag : fundus, corpus, antrum, pylorus met pylorusklep
– dunne darm / small intestine : duodenum (12vingerige),
jejunum (nuchtere), ileum (kronkel)
– dikke darm / large intestine
– rectum
+ pancreas, lever, galblaas
➢ Mondholte
– Speekselklieren (1.5L / dag) = waterige oplossing met enzymen (amylaze belangrijk in afbraak
koolhydraten CHO)
→ voedsel vervochtige om vertering te vergemakkelijken
→ start chemische afbraak voedsel
– Tong en tanden → mechanische afbraak + voelen van voedsel (smaak + temperatuursensoren)
Klieren : zorgen voor speeksel
3 verschillende speekselklieren :
– oorspeekselklier (vocht en enzymes)
– sublinguale klier (mucus)
– submandibulaire klier (mengeling 2)
➢ Pharynx en esophagus
Phanrynx : doorgeven + betrekking bij slikreflex
Esophagus (slokdarm) :
– transport voedsel van mondholte naar maag
– bestaat uit skeletaal spierweefsel en laatste 2/3 uit gladspierweefsel
– 2 sphincters (boven en onder → zodat maagzuur niet terug naar boven komt)
Het slikreflex
1. Tong duwt voedsel naar achter tegen zacht verhemelte → slikreflex activeren
2. Epiglottis legt zich plat = luchtpijp wordt afgesloten, bovenste sphincter slokdarm moet ontspannen
3. Gebeurt via peristaltische beweging (net na bolus trekt het spierweefsel samen) → bolus voortduwen +
hulp van de zwaartekracht
, ➢ Maag
– Tijdelijke opslag (max 2L) van voedsel
– Mechanische afbraak : kneden/mixen voedsel
– Chemische afbraak : (maag)zuur + enzymes
– Productie van intrinsieke factor (belangrijk voor
absorptie van vitamine B12) → B12 kan enkel
geabsorbeerd worden in dunne darm als het
gekoppeld is aan intrinsieke factor
– Chyme = maagbrei
– Bescherming
Rugae = ribbels binnenwand maag
Belangrijk omdat ze de oppervlakte drastisch vergroten + laten toe dat maag een beetje uitzet !
4 grote delen :
1. Mucosa (binnenste deel)
Maagklieren = grote openingen gemaakt door rugae
Delen :
– Eencellige epitheelwand
– Lamina propria (zachte gele BWlaag dat alles vasthoudt)
– Capilarisatie + lymfevaten talrijk aanwezig
– Muscularis mucosa (dun laagje spier, die mucosa afsluit)
2. Submucosa (bw laag) :
– grotere arterien en venen
– submucosale plexus (gaat hele mucosa aansturen)
3. Muscularis externa (spierlaag) :
– oblique / schuine spieren (kneed effect)
– circulaire spieren (verkleinen – vergroten maag)
– longitudinale spieren (beweging bijsturen, verkorten – verlangen)
+ myenterische plexus (tussen spieren)
4. Serrosa (bwlaag) :
→ verbinding met buikvlies/peritoneum
→ typische examenvraag
pH in de maag = +- 2 → ook zeer gevaarlijk voor
epitheelcellen van de maagwand !
Oplossing → zorgen voor mucuslaag/slijmlaag
(zodat maagzuur niet in contact komt met cellen)
+ bicarbonaat loslaten (buffer voor zuur dat eventueel toch doorkomt bufferen)
– Maagsap in lumen van laag : pH2
– Aan randen van laag / celoppervlakte : neutrale pH 7
→ geen zuur milieu op maagwand
Bart Roelands
Voorbeeldvragen examen :
SPIJSVERTERINGSSTELSEL/GASTROINTESTINAAL SYSTEEM
Doel : overleven (lichaam heeft E nodig, E halen we uit de voedingsstoffen die we opnemen en verteren)
Vertering = eten (macronutriënten) worden klein gemaakt tot micronutriënten (om opgenomen te worden)
GI systeem :
– 1 lange buis (4,5m)
– extern systeem : in- en uitgang
→ 'altijd' bloodgesteld aan buitenwereld
– Belangrijk : beschermingsfactor !!
Vb : maagzuur gaat veel bacterieën doden !
– klieren in GI systeem : exocriene klieren (naar buitenwereld)
– grote oppervlakt (nodig voor werking zuren/enzymes, absorptie)
– maag : voedsel wordt gemengd (+ maagzuur), verteerd tot
maagbrei
9L innemen per dag :
– drank en voedsel
– lichaamssecreties :
– speeksel
– gal
– maagsecretie
– pancreas secretie..
9L terug verwijderen :
– vooral absorptie (veel in dunne darm, beetje in dikke darm)
– beetje in uitwerpselen
Wat binnenkomt gaat er ook terug uit : balans
,Onderdelen GI systeem:
– mondholte met speekselklieren, tong en tanden
– pharynx met oesophagus / slokdarm
– maag : fundus, corpus, antrum, pylorus met pylorusklep
– dunne darm / small intestine : duodenum (12vingerige),
jejunum (nuchtere), ileum (kronkel)
– dikke darm / large intestine
– rectum
+ pancreas, lever, galblaas
➢ Mondholte
– Speekselklieren (1.5L / dag) = waterige oplossing met enzymen (amylaze belangrijk in afbraak
koolhydraten CHO)
→ voedsel vervochtige om vertering te vergemakkelijken
→ start chemische afbraak voedsel
– Tong en tanden → mechanische afbraak + voelen van voedsel (smaak + temperatuursensoren)
Klieren : zorgen voor speeksel
3 verschillende speekselklieren :
– oorspeekselklier (vocht en enzymes)
– sublinguale klier (mucus)
– submandibulaire klier (mengeling 2)
➢ Pharynx en esophagus
Phanrynx : doorgeven + betrekking bij slikreflex
Esophagus (slokdarm) :
– transport voedsel van mondholte naar maag
– bestaat uit skeletaal spierweefsel en laatste 2/3 uit gladspierweefsel
– 2 sphincters (boven en onder → zodat maagzuur niet terug naar boven komt)
Het slikreflex
1. Tong duwt voedsel naar achter tegen zacht verhemelte → slikreflex activeren
2. Epiglottis legt zich plat = luchtpijp wordt afgesloten, bovenste sphincter slokdarm moet ontspannen
3. Gebeurt via peristaltische beweging (net na bolus trekt het spierweefsel samen) → bolus voortduwen +
hulp van de zwaartekracht
, ➢ Maag
– Tijdelijke opslag (max 2L) van voedsel
– Mechanische afbraak : kneden/mixen voedsel
– Chemische afbraak : (maag)zuur + enzymes
– Productie van intrinsieke factor (belangrijk voor
absorptie van vitamine B12) → B12 kan enkel
geabsorbeerd worden in dunne darm als het
gekoppeld is aan intrinsieke factor
– Chyme = maagbrei
– Bescherming
Rugae = ribbels binnenwand maag
Belangrijk omdat ze de oppervlakte drastisch vergroten + laten toe dat maag een beetje uitzet !
4 grote delen :
1. Mucosa (binnenste deel)
Maagklieren = grote openingen gemaakt door rugae
Delen :
– Eencellige epitheelwand
– Lamina propria (zachte gele BWlaag dat alles vasthoudt)
– Capilarisatie + lymfevaten talrijk aanwezig
– Muscularis mucosa (dun laagje spier, die mucosa afsluit)
2. Submucosa (bw laag) :
– grotere arterien en venen
– submucosale plexus (gaat hele mucosa aansturen)
3. Muscularis externa (spierlaag) :
– oblique / schuine spieren (kneed effect)
– circulaire spieren (verkleinen – vergroten maag)
– longitudinale spieren (beweging bijsturen, verkorten – verlangen)
+ myenterische plexus (tussen spieren)
4. Serrosa (bwlaag) :
→ verbinding met buikvlies/peritoneum
→ typische examenvraag
pH in de maag = +- 2 → ook zeer gevaarlijk voor
epitheelcellen van de maagwand !
Oplossing → zorgen voor mucuslaag/slijmlaag
(zodat maagzuur niet in contact komt met cellen)
+ bicarbonaat loslaten (buffer voor zuur dat eventueel toch doorkomt bufferen)
– Maagsap in lumen van laag : pH2
– Aan randen van laag / celoppervlakte : neutrale pH 7
→ geen zuur milieu op maagwand