Immunologie & bindweefselfysiologie toegepast op beweging en revalidatie
m.i.v praktische oefeningen
Prof. Dr. Jo Nijs & Dra. Roselien Pas
1. Fysiologie van hyalien gewrichtskraakbeen
Functie van kraakbeen :
– stabiliteit
– bescherming – opvangen krachten
– beweging
Samenstellende elementen :
– Collageen
– Matrix
– Water (60 – 80%)
– Cellen : chondrocyten en chondroblasten
– Cytokines
Cellen die bouwstenen van kraakbeen aanmaken :
– Chondrocyten : metabolisch minder actief (meer afgeplatte cellen)
– Chondroblasten : meer actieve cellen (meer ronde cellen)
Bouwstenen van kraakbeen : collageen !
Extracellulaire matrix bestaat uit :
centrale hyaluronzuurketen waarop proteoglycanen staan opgesteld (bevatten glycosaminoglycanen)
Synoviale membraan : zeer gevasculariseerd
→ continu aanmaak van vloeistof (= synoviaal vocht)
Synoviaal vocht brengt voedsel naar kraakbeen
Transportroute voor voeding kraakbeen : synoviaal vocht
, Metafoor van de spons :
Water gaat eruit → onderdelen van de matrix liggen dichter bij elkaar → volume is kleiner van kraakbeen → negatieve
ladingen komen vrij (want water – waaraan het gebonden was – is weg) → trekt voedsel vanuit synoviaal vocht naar binnen
Beweging zorgt ervoor dat kraakbeen wordt ingedrukt!
Studie :
1. scanner
2. beweging (squat)
3. scanner
Uitspoelen van de spons (met lichaamsbeweging) = WC doorshassen van van kraakbeen
Afvalstoffen→ lymfatisch systeem (gaat uiteindelijk naar bloed)
Filtering van het synoviaal vocht
2. Immobilisatie versus Artrose : fysiologisch perspectief
Gewrichtsimmobilisatie : gevolgen voor kraakbeen ?
→ biologische activiteit chondroblasten daalt
→ lymfetransport daalt
→ minder verwijdering afvalstoffen uit KB
→ geen toename synoviaal vloeistof
→ (IL-1alfa) daalt
→ (TIMP) daalt
→ (chondroitinesulfaat) daalt
→ (fosfolipase A2) = constant
→ turnover matrixelementen daalt
MMP (matrix metaloproteinase) → in staat om matrixcomponenten kapot te maken
Vb : collagenase (= enzym die collageen kapot maakt)
Remobilisatiefase : risico op beschadiging KB door :
– verzwakt KB
– verminderde proprioceptie
– verminderde motorische controle
– spierzwakte
– verminderde stabiliteit danzij lig – kapsel
→ risico op beslating 'andere' delen articulair KB
→ risico op beschadiging oppervlakkige collageenvezels
Ruimte tussen 2 articulerende botten : kleiner
m.i.v praktische oefeningen
Prof. Dr. Jo Nijs & Dra. Roselien Pas
1. Fysiologie van hyalien gewrichtskraakbeen
Functie van kraakbeen :
– stabiliteit
– bescherming – opvangen krachten
– beweging
Samenstellende elementen :
– Collageen
– Matrix
– Water (60 – 80%)
– Cellen : chondrocyten en chondroblasten
– Cytokines
Cellen die bouwstenen van kraakbeen aanmaken :
– Chondrocyten : metabolisch minder actief (meer afgeplatte cellen)
– Chondroblasten : meer actieve cellen (meer ronde cellen)
Bouwstenen van kraakbeen : collageen !
Extracellulaire matrix bestaat uit :
centrale hyaluronzuurketen waarop proteoglycanen staan opgesteld (bevatten glycosaminoglycanen)
Synoviale membraan : zeer gevasculariseerd
→ continu aanmaak van vloeistof (= synoviaal vocht)
Synoviaal vocht brengt voedsel naar kraakbeen
Transportroute voor voeding kraakbeen : synoviaal vocht
, Metafoor van de spons :
Water gaat eruit → onderdelen van de matrix liggen dichter bij elkaar → volume is kleiner van kraakbeen → negatieve
ladingen komen vrij (want water – waaraan het gebonden was – is weg) → trekt voedsel vanuit synoviaal vocht naar binnen
Beweging zorgt ervoor dat kraakbeen wordt ingedrukt!
Studie :
1. scanner
2. beweging (squat)
3. scanner
Uitspoelen van de spons (met lichaamsbeweging) = WC doorshassen van van kraakbeen
Afvalstoffen→ lymfatisch systeem (gaat uiteindelijk naar bloed)
Filtering van het synoviaal vocht
2. Immobilisatie versus Artrose : fysiologisch perspectief
Gewrichtsimmobilisatie : gevolgen voor kraakbeen ?
→ biologische activiteit chondroblasten daalt
→ lymfetransport daalt
→ minder verwijdering afvalstoffen uit KB
→ geen toename synoviaal vloeistof
→ (IL-1alfa) daalt
→ (TIMP) daalt
→ (chondroitinesulfaat) daalt
→ (fosfolipase A2) = constant
→ turnover matrixelementen daalt
MMP (matrix metaloproteinase) → in staat om matrixcomponenten kapot te maken
Vb : collagenase (= enzym die collageen kapot maakt)
Remobilisatiefase : risico op beschadiging KB door :
– verzwakt KB
– verminderde proprioceptie
– verminderde motorische controle
– spierzwakte
– verminderde stabiliteit danzij lig – kapsel
→ risico op beslating 'andere' delen articulair KB
→ risico op beschadiging oppervlakkige collageenvezels
Ruimte tussen 2 articulerende botten : kleiner