Vorming van een covalente binding:
De elektronen worden gedeeld, met het gevolg dat er
nooit ionen ontstaan.
Het overlappingsgebied met de 2 gemeenschappelijke
elektronen noemen we de covalente binding.
Doordat ze een elektron delen, hebben ze het idee dat
ze 8 valentie elektronen hebben.
Een covalente binding wordt gevormd als 2 atoom orbitalen
met elkaar gaan overlappen. Minstens 1 van de 2 orbitalen, die gaan overlappen, zijn
dus niet volledig.
Het nieuwe moleculaire orbitaal heeft 2 gedeelde elektronen, dit is het
orbitaal van de nieuwe molecule.
Het nieuwe moleculaire orbitaal (= versmelting van atomaire orbitalen) is de 3D-
ruimte waarin je elektronen zal aantreffen voor de molecule zelf.
De verschillende moleculaire orbitalen:
Door overlapping van twee atoomorbitalen ontstaat een molecuulorbitaal die dan
een elektronenpaar bevat. Hoe kleiner de energie van het molecuulorbitaal, hoe
sterker en stabieler de binding.
1 overlappingsgebied => sigma binding:
2 s-orbitalen: S en p-orbitaal (horizontaal):
2 p-orbitalen (horizontaal):
2 overlappingsgebieden => π -binding:
2 p-orbitalen (verticaal): p en d-orbitaal:
, Chemie: de chemische binding: covalente binding
Soorten covalente bindingen:
- Normale covalente binding: het gemeenschappelijk elektronenpaar bestaat uit
1 elektron van elk atoom dat deelneemt aan de covalente binding.
In de Lewis structuur weergegeven met een streepje.
- Datief covalente binding: het elektronenpaar wordt geleverd door 1 van de 2
atomen die deelnemen aan de chemische binding. De ‘donor’ is het element in
het PSE met de laagste EN-waarde.
In de Lewis structuur weergegeven met een pijltje.
De voorstelling van een covalente binding met de Lewis
structuur:
Een eenvoudige grafische weergave van moleculen.
Het is een onnauwkeurige manier.
De enige info die je hieruit kan halen is welke atomen een binding met elkaar
aan gaan.
Regels om na te gaan of de Lewis structuur correct is of niet:
- Octetstructuur: atomen moeten rond zich 4 ‘streepjes’ hebben. Deze streepjes
kunnen vrije elektronen of bindingen zijn.
Waterstof (H) en boor (B) zijn een uitzondering op deze regel.
- Formele lading: bepaal de formele lading van elke atoom in je molecule
afzonderlijk. De som van alle formele ladingen in je moleculen moet gelijk zijn
aan de totale lading van je molecule.
FL= aantal valentie elektronen – 1* aantal bindingen – 2* aantal vrije
elektronen.
- H en O in de brutoformule: als H en O in de brutoformule voor komen,
probeer deze dan eerst te groeperen als O-H.
Bij een ionbinding worden geen streepjes getekend tussen de ionen, maar
worden deze geladen deeltjes naast elkaar gelegd.
Andere methode voor het tekenen van de Lewis structuur:
1. Bereken het totaal van het aantal valentie elektronen. Je neemt hiervoor voor
elk atoom zijn aantal valentie elektronen. Deze kan je gemakkelijk aflezen in de
verticale kolommen van je PSE. => N v
2. Bereken hoeveel keer je de octetstructuur moet bekomen (=> 8 elektronen op
de buitenste schil). => N o
Voor H en B zijn dit er maar 2!.
3. Doe N o −N v => hiermee heb je het aantal gemeenschappelijke elektronen
berekend. Als je dit getal deelt door 2 bekom je het aantal streepjes die tellen
als binding.
4. Vul de rest op je Lewis structuur aan met vrije elektronen.
Bv: C 2 H 2 => N v =2. 4 +2 .1=10 (2X4 valentie e−¿¿ voor C en 2X1 voor H).
=> N o =2. 8+2 . 2=20