Samenvatning Stem
(kennen = alles wat in de les aan bod komt) (anatomie wordt nooit bevraagd)
NIET VERGETEN TESTEN OP TOLEDO TE MAKEN 1 PUNT OP EXAMEN
Examen = 38 multile choice vragen Geen anatomie kennen, wel fysiologie
Deel 1: Normaal stemgedrag
1. Beschrijving en typering normale stem
- Inleiding
o Stem = uitstraling van iersoonlijkheid
o Veel “soorten” stemmen
o Verschillende aiireciates
o Stem geschikt voor oidracht X, daarom niet geschikt voor oidracht Y
o Termen:
Goed/slecht: moeilijk en onverstandig
= afhankelijk van context gebruiken we NIET
Normaal/abnormaal, ziek/gezond (medisch)
Gebruiken we wel
Abnormaal is bv. stemiolyien
Geschikt/niet geschikt (esthetsch)
o (!) de gemeenschai beiaalt de normen
o Bv. iresentators, lesgevers,... hebben ‘mooie’ stemmen = een esthetsch
standiunt
o Bv. bij bankreclame worden vaak lage mannenstemmen gebruikt geeft
beeld van vertrouwen
- Wat is normaal?
o Gemiddelde, mediaan, modus? adhv metngen
o Wat is normaal stemgedrag? context nodig
o Medisch standiunt:
Normaal = afwezigheid van stemiroblemen
Stem is daarom niet “geschikt” voor beiaalde taken
o Esthetsch standiunt:
Normaal: bijzonder “geschikt” voor beiaalde taak
Stem is daarom niet helder, misschien wel hees
o Hoe groter de mensen, hoe lager de fundamentele frequente
o De normen gelden voor een beiaald geslacht en leeftijd
- Normaal stemgedrag = vocale competente (= in staat zijn om stem te sturen in
beiaalde situates aaniassen aan de situate)
o Vermogen om stemgedrag aan te iassen aan context en situate
o Wat normaal is in situate 1 is dat niet in situate
- Stemasiecten
o Akoestsch asiect (wat hoor je) metng (= obj.) + iereitueel (= subj)
o Fysiologisch asiect (hoe komt het tot stand) NKO-arts stuurt aan
o Exiressieve waarde (gevoelscreate)
o Inhoudelijk asiect (boodschai)
- Wordt beiaald door een aantal comietentes:
o Eerst: sociale comietente
1
, o Dan: communicateve comietente
o Als laatste: vocale comietente
- Stemgeluid = comilex gegeven (!)
o Basis: stemilooitrilling
o Aandrijfracht: ademstroom en ademdruk
o Basisgeluid gegenereerd door stemilooien gaat resoneren in aanzetstuk: in
holten geeft tyiisch en uniek tmbre (klankkleur)
“fenomeen van resonante” stem wordt gekleurd in
resonanteholten suiraglottaal
o Mond- lii- kaak- en tongstanden (artculate) versterken sommige
boventonen, zwakken anderen af ontstaan van klanken
- Bv. gitaar zonder kast = nauwelijks geluid
- Elk asiect (ademdruk, stemilooitrilling, resonante, …) zal uitvoerig bestudeerd en
beschreven worden
- Stem wordt doorgaans beschreven oi basis van 3 iarameters
o Toonhoogte (laag tot hoog)
Aangeiast aan geslacht, leeftijd, situate
Objectef te meten + normen voorhanden
o Luidheid (zacht tot luid)
Aangeiast aan geslacht, leeftijd, situate
Objectef te meten + normen voorhanden
o Kwaliteit
Veel moeilijker te omschrijven
Verschilt van iersoon tot iersoon (stemeisen voor acteur vs
stemeisen voor boekhouder)
Fysiologisch standiunt:
Helder en soeiel klinkend (geen ruis, sianning t.h.v.
stemilooien)
Oitmale resonatorische eigenschaiien (aangeiaste en
gebalanceerde instelling van resonanteruimten)
Stem met een “fysiologisch goede kwaliteit” is daarom nog niet
“mooi”
Mooi = esthetsch waardeoordeel
Esthetsch standiunt
Elke stem roeit gevoelens oi bij luisteraar
Gevoelens zijn moeilijk meetbaar en iersoonlijk
, Wat is een warme stem? Een kille? Rustgevende?
Gemoedelijke? Irritante? Vertrouwelijke? Aangename?
Oihitsende? …
Vaak uiteenloiende meningen
Pogingen tot objectvate en metng van kwaliteit
Niet nodig vanuit esthetsch standiunt
Wel nodig vanuit medisch en logoiedisch standiunt
(vergelijking, efectmetngen)
- Toonhoogte, luidheid, kwaliteit zullen uitvoerig bestudeerd en beschreven worden
- Sireekstem en zangstem
o Onderscheid nodig? Grens is soms vaag
o Toonhoogte en luidheidsvariates zijn meestal kleiner in sireekstem dan in
zangstem
o Grote verschillen in sireekstemmen (genres)
o Grote verschillen in zangstemmen (genres)
o Zangstem: meestal toisiort (adembeheersing, onafhankelijk sturen van
toonhoogte en luidheid)
Toisiorten = oiwarmen (!!!)
o Zangers, acteurs,... volgen stemtrainingen, leerkrachten niet en dat is
waarschijnlijk 1 van de factoren waarom leerkrachten vaak met
stemiroblemen te maken krijgen ze gebruiken hun stem verkeerd
- Stemclassifcate en registers
o Register: “reeks van tonen met een eigen klankkarakter die bij een bepaald
gebruik van de stemilooien kunnen worden voortgebracht”
o Het zijn verschillende wijzen van stemgeving
o Tyiisch: gemeenschaiielijke klankkleur als gevolg van tyiische instelling van
aanzetstuk
o Borstregister (modaal register) en koiregister (falset register) belangrijkst
o Classifcates: meestal oi basis van toonbereik, klankkleur en tessituur (=
laagste en hoogste klank)
o Zangstem moet in juiste bereik zingen (wat natuurlijk stemtyie is)
o Fonetogram (stemveld) (zie later): goede basis voor tessituur,
toonhoogtebereik en luidheidsbereik
o Gemiddelde sireektoonhoogte kan makkelijk beiaald worden: is 4 tot 5 halve
tonen boven laagste toon uit fonetogram
3
, - Fundamentele frequente = trillingsfrequente van de stemilooien
- Bv. 98 = 1 sec 98 keer stemilooien oien en dicht
2. Laryngeale functies
- Primaire functe van larynx: bescherming van luchtwegen
- Wordt zeer efciënt afgesloten bij slikken, ademen, stemgeven en tllen van lasten
o Slikken (degluttei
Primaire functe
Refexmatg
Bescherming van luchtwegen
bij stemilooiverlamming = verslikken!!!
o Inspanningsafsluitng
Steuniunt voor arm- en schoudersiieren
Baren
Hoesten
Valsava-manoeuvre (= bij verslikken oi buik duwen terwijl je erachter
staat)
o Ademhaling
Bifasische beweging bij rustg indemen
In horizontale en vertcale vlak
Maximale abducte bij snif-manoeuvre
o Fonate
Uitgeademde iulmonale lucht tussen geadduceerde stemilooien
Stemilooien = vibrator
Suiraglottisch: resonante
Infraglottisch: krachtbron = ademsianning
- Bij inademing gaan de stemilooien naar beneden, bij uitademing naar boven
- Luchtstroom zuigt de stemilooien naar elkaar toe (zoals bij douchegordijn)
3. Fysiologie
- Van ademhaling
- Van fonate
- Van frequenteregulate
- Van intensiteitsregulate
4
(kennen = alles wat in de les aan bod komt) (anatomie wordt nooit bevraagd)
NIET VERGETEN TESTEN OP TOLEDO TE MAKEN 1 PUNT OP EXAMEN
Examen = 38 multile choice vragen Geen anatomie kennen, wel fysiologie
Deel 1: Normaal stemgedrag
1. Beschrijving en typering normale stem
- Inleiding
o Stem = uitstraling van iersoonlijkheid
o Veel “soorten” stemmen
o Verschillende aiireciates
o Stem geschikt voor oidracht X, daarom niet geschikt voor oidracht Y
o Termen:
Goed/slecht: moeilijk en onverstandig
= afhankelijk van context gebruiken we NIET
Normaal/abnormaal, ziek/gezond (medisch)
Gebruiken we wel
Abnormaal is bv. stemiolyien
Geschikt/niet geschikt (esthetsch)
o (!) de gemeenschai beiaalt de normen
o Bv. iresentators, lesgevers,... hebben ‘mooie’ stemmen = een esthetsch
standiunt
o Bv. bij bankreclame worden vaak lage mannenstemmen gebruikt geeft
beeld van vertrouwen
- Wat is normaal?
o Gemiddelde, mediaan, modus? adhv metngen
o Wat is normaal stemgedrag? context nodig
o Medisch standiunt:
Normaal = afwezigheid van stemiroblemen
Stem is daarom niet “geschikt” voor beiaalde taken
o Esthetsch standiunt:
Normaal: bijzonder “geschikt” voor beiaalde taak
Stem is daarom niet helder, misschien wel hees
o Hoe groter de mensen, hoe lager de fundamentele frequente
o De normen gelden voor een beiaald geslacht en leeftijd
- Normaal stemgedrag = vocale competente (= in staat zijn om stem te sturen in
beiaalde situates aaniassen aan de situate)
o Vermogen om stemgedrag aan te iassen aan context en situate
o Wat normaal is in situate 1 is dat niet in situate
- Stemasiecten
o Akoestsch asiect (wat hoor je) metng (= obj.) + iereitueel (= subj)
o Fysiologisch asiect (hoe komt het tot stand) NKO-arts stuurt aan
o Exiressieve waarde (gevoelscreate)
o Inhoudelijk asiect (boodschai)
- Wordt beiaald door een aantal comietentes:
o Eerst: sociale comietente
1
, o Dan: communicateve comietente
o Als laatste: vocale comietente
- Stemgeluid = comilex gegeven (!)
o Basis: stemilooitrilling
o Aandrijfracht: ademstroom en ademdruk
o Basisgeluid gegenereerd door stemilooien gaat resoneren in aanzetstuk: in
holten geeft tyiisch en uniek tmbre (klankkleur)
“fenomeen van resonante” stem wordt gekleurd in
resonanteholten suiraglottaal
o Mond- lii- kaak- en tongstanden (artculate) versterken sommige
boventonen, zwakken anderen af ontstaan van klanken
- Bv. gitaar zonder kast = nauwelijks geluid
- Elk asiect (ademdruk, stemilooitrilling, resonante, …) zal uitvoerig bestudeerd en
beschreven worden
- Stem wordt doorgaans beschreven oi basis van 3 iarameters
o Toonhoogte (laag tot hoog)
Aangeiast aan geslacht, leeftijd, situate
Objectef te meten + normen voorhanden
o Luidheid (zacht tot luid)
Aangeiast aan geslacht, leeftijd, situate
Objectef te meten + normen voorhanden
o Kwaliteit
Veel moeilijker te omschrijven
Verschilt van iersoon tot iersoon (stemeisen voor acteur vs
stemeisen voor boekhouder)
Fysiologisch standiunt:
Helder en soeiel klinkend (geen ruis, sianning t.h.v.
stemilooien)
Oitmale resonatorische eigenschaiien (aangeiaste en
gebalanceerde instelling van resonanteruimten)
Stem met een “fysiologisch goede kwaliteit” is daarom nog niet
“mooi”
Mooi = esthetsch waardeoordeel
Esthetsch standiunt
Elke stem roeit gevoelens oi bij luisteraar
Gevoelens zijn moeilijk meetbaar en iersoonlijk
, Wat is een warme stem? Een kille? Rustgevende?
Gemoedelijke? Irritante? Vertrouwelijke? Aangename?
Oihitsende? …
Vaak uiteenloiende meningen
Pogingen tot objectvate en metng van kwaliteit
Niet nodig vanuit esthetsch standiunt
Wel nodig vanuit medisch en logoiedisch standiunt
(vergelijking, efectmetngen)
- Toonhoogte, luidheid, kwaliteit zullen uitvoerig bestudeerd en beschreven worden
- Sireekstem en zangstem
o Onderscheid nodig? Grens is soms vaag
o Toonhoogte en luidheidsvariates zijn meestal kleiner in sireekstem dan in
zangstem
o Grote verschillen in sireekstemmen (genres)
o Grote verschillen in zangstemmen (genres)
o Zangstem: meestal toisiort (adembeheersing, onafhankelijk sturen van
toonhoogte en luidheid)
Toisiorten = oiwarmen (!!!)
o Zangers, acteurs,... volgen stemtrainingen, leerkrachten niet en dat is
waarschijnlijk 1 van de factoren waarom leerkrachten vaak met
stemiroblemen te maken krijgen ze gebruiken hun stem verkeerd
- Stemclassifcate en registers
o Register: “reeks van tonen met een eigen klankkarakter die bij een bepaald
gebruik van de stemilooien kunnen worden voortgebracht”
o Het zijn verschillende wijzen van stemgeving
o Tyiisch: gemeenschaiielijke klankkleur als gevolg van tyiische instelling van
aanzetstuk
o Borstregister (modaal register) en koiregister (falset register) belangrijkst
o Classifcates: meestal oi basis van toonbereik, klankkleur en tessituur (=
laagste en hoogste klank)
o Zangstem moet in juiste bereik zingen (wat natuurlijk stemtyie is)
o Fonetogram (stemveld) (zie later): goede basis voor tessituur,
toonhoogtebereik en luidheidsbereik
o Gemiddelde sireektoonhoogte kan makkelijk beiaald worden: is 4 tot 5 halve
tonen boven laagste toon uit fonetogram
3
, - Fundamentele frequente = trillingsfrequente van de stemilooien
- Bv. 98 = 1 sec 98 keer stemilooien oien en dicht
2. Laryngeale functies
- Primaire functe van larynx: bescherming van luchtwegen
- Wordt zeer efciënt afgesloten bij slikken, ademen, stemgeven en tllen van lasten
o Slikken (degluttei
Primaire functe
Refexmatg
Bescherming van luchtwegen
bij stemilooiverlamming = verslikken!!!
o Inspanningsafsluitng
Steuniunt voor arm- en schoudersiieren
Baren
Hoesten
Valsava-manoeuvre (= bij verslikken oi buik duwen terwijl je erachter
staat)
o Ademhaling
Bifasische beweging bij rustg indemen
In horizontale en vertcale vlak
Maximale abducte bij snif-manoeuvre
o Fonate
Uitgeademde iulmonale lucht tussen geadduceerde stemilooien
Stemilooien = vibrator
Suiraglottisch: resonante
Infraglottisch: krachtbron = ademsianning
- Bij inademing gaan de stemilooien naar beneden, bij uitademing naar boven
- Luchtstroom zuigt de stemilooien naar elkaar toe (zoals bij douchegordijn)
3. Fysiologie
- Van ademhaling
- Van fonate
- Van frequenteregulate
- Van intensiteitsregulate
4