Elektrische cel = Zet chemische energie om in elektrische energie als gevolg v/e
potentiaalverschil gecreëerd door 2 elektrodes die zijn gemaakt van verschillende
metalen, die zijn ondergedompeld in een oplossing of pasta die een elektrolyt
wordt genoemd.
Batterij = Bron v/e nagenoeg constant potentiaalverschil als gevolg van meerdere
elektrische cellen. (Geen constante stroom!)
Elektrische stroom 𝑰 = De stroomsnelheid van elektrische lading (de hoeveelheid
lading die per tijdseenheid op een bepaalde plaats passeert).
𝐶
Eenheid = 1 Ampère = 1𝐴 = 1 𝑠 (conversiefactor).
∆𝑄
Gemiddelde stroom 𝑰̅ = ∆𝑡 .
𝑑𝑄
Momentane stroom 𝑰 = .
𝑑𝑡
Voorwaarden voor elektrische stroom:
- Een stroom kan alleen in een schakeling stromen als er een continu
geleidende baan is. Zo’n continue geleidende baan noemen we een gesloten
schakeling.
- Stroom als gevolg van verplaatsing van lading kan enkel ontstaan in
aanwezigheid v/e potentiaalverschil.
Conventionele stroom = Stroom waarvan de richting diegene is waarin de
positieve lading stroomt. Positieve conventionele stroom loopt altijd v/e hoge
potentiaal naar een lage potentiaal. (Geen vector maar wel een zin!)
In een draad zijn het in feite de negatief geladen elektronen die stromen en dus
stromen die in een richting die tegengesteld is aan die v/d conventionele stroom.
Een stroming van positieve lading in een bepaalde richting is nagenoeg altijd
gelijkwaardig aan een stroming van negatieve lading in de tegengestelde
richting.
Weerstand 𝑹 = Gedefinieerd door de relatie 𝑉 = 𝐼𝑅.
𝑉
Eenheid = 1 ohm = 1Ω = 1 𝐴 (conversiefactor).
De wet van Ohm = Voor materialen/geleiders zoals metalen is 𝑅 een constante
die onafhankelijk is van 𝑉 (dus 𝐼 ∝ 𝑉).
Uitzonderingen: Niet-ohmse materialen.
De stroom 𝐼 afkomstig v/e batterij met een potentiaalverschil 𝑉 is afhankelijk v/d
𝑉
weerstand 𝑅 v/d schakeling die erop is aangesloten. → 𝐼 = 𝑅.
1