Accounting H5
Retailers zijn bedrijven die goederen verkopen aan consumenten. Wholesalers zijn bedrijven die aan
retailers verkopen. Een merchandising bedrijf heeft 2 soorten kostenposten: Inkoopprijs verkopen en
operating expenses.
Income measurement merchandise company: Sales revenue- inkoopprijs verkopen= Gross profit.
Gross profit- Operating expenses= net income/loss
Bij een Perpetual inventory system stelt een bedrijf de inkoopprijs verkopen vast elke keer dat er een
verkoop plaatsvindt.
Bij een Periodic inventory system stelt een bedrijf de inkoopprijs verkopen vast aan het einde van de
accounting periode. De volgende stappen moeten hierbij gevolgd worden:
1. Stel de inkoopprijs goederen vast van het begin van de periode
2. Voeg de inkoopprijs van de ingekochte goederen toe
3. Haal de inkoopprijs goederen van het eind van de accounting period hiervan af
Perpetual inventory system recording
Freight costs zijn vervoerskosten. Als er op een factuur FOB shipping point (free on board shipping
point) betekent dat dat de koper de vervoerskosten betaalt. FOB destination (free on board
destination) betekent dat de verkoper de vervoerskosten betaalt. Bij FOB shipping point worden de
vervoerskosten gezien als onderdeel van de inkoopprijs goederen (debiteer inventory). Bij FOB
destination worden de vervoerskosten gezien als operating expense gezien voor de verkoper
(debiteer Freight-out).
Purchase return: product wordt geruild bij ontevredenheid over het product.
Purchase allowance: Korting op de verkoopprijs bij ontevredenheid over het product.
Purchase discount: Korting bij snelle betaling. Credit terms zijn de voorwaarden waaraan een betaling
moet doen voor de koper een purchase discount krijgt. Hierin staat hoeveel de purchase discount zal
bedragen en in welk tijdsbestek de betaling voltooid moet worden.
2/10, n/30 betekent dat je 2% korting krijgt als je binnen 10 dagen betaalt. Het betalingstermijn
(met of zonder korting) is 30 dagen. Het niet gebruiken van de korting wordt gezien als een paying
interest voor het gebruik van het geld. Je ‘betaalt’ voor het langer kunnen gebruiken van het bedrag
wat je schuldig bent. Als 2/10 en n/30 voor een koopsom van 400 euro dan is dat het equivalent van
een jaarlijks interest rate van (2% x 365/20) 36,5%.
Multiple-step income statement bestaat uit operating en nonoperating activities. De multiple-step
income statement begint bij sales revenue. Hier haal je de contra revenue accounts vanaf. Dan krijg je
net sales. Net sales – cost of goods sold= Gross profit. Gross profit/net sales= Gross profit rate. Van
de gross profit trek je de operating expenses af. Dan krijg je het net income.
Nonoperating activities bestaat uit verschillende kosten en revenues die opgelopen zijn
ongerelateerd aan de line of operations van een bedrijf.
Single-step income statement hier worden alle kosten van alle winst afgehaald.
Retailers zijn bedrijven die goederen verkopen aan consumenten. Wholesalers zijn bedrijven die aan
retailers verkopen. Een merchandising bedrijf heeft 2 soorten kostenposten: Inkoopprijs verkopen en
operating expenses.
Income measurement merchandise company: Sales revenue- inkoopprijs verkopen= Gross profit.
Gross profit- Operating expenses= net income/loss
Bij een Perpetual inventory system stelt een bedrijf de inkoopprijs verkopen vast elke keer dat er een
verkoop plaatsvindt.
Bij een Periodic inventory system stelt een bedrijf de inkoopprijs verkopen vast aan het einde van de
accounting periode. De volgende stappen moeten hierbij gevolgd worden:
1. Stel de inkoopprijs goederen vast van het begin van de periode
2. Voeg de inkoopprijs van de ingekochte goederen toe
3. Haal de inkoopprijs goederen van het eind van de accounting period hiervan af
Perpetual inventory system recording
Freight costs zijn vervoerskosten. Als er op een factuur FOB shipping point (free on board shipping
point) betekent dat dat de koper de vervoerskosten betaalt. FOB destination (free on board
destination) betekent dat de verkoper de vervoerskosten betaalt. Bij FOB shipping point worden de
vervoerskosten gezien als onderdeel van de inkoopprijs goederen (debiteer inventory). Bij FOB
destination worden de vervoerskosten gezien als operating expense gezien voor de verkoper
(debiteer Freight-out).
Purchase return: product wordt geruild bij ontevredenheid over het product.
Purchase allowance: Korting op de verkoopprijs bij ontevredenheid over het product.
Purchase discount: Korting bij snelle betaling. Credit terms zijn de voorwaarden waaraan een betaling
moet doen voor de koper een purchase discount krijgt. Hierin staat hoeveel de purchase discount zal
bedragen en in welk tijdsbestek de betaling voltooid moet worden.
2/10, n/30 betekent dat je 2% korting krijgt als je binnen 10 dagen betaalt. Het betalingstermijn
(met of zonder korting) is 30 dagen. Het niet gebruiken van de korting wordt gezien als een paying
interest voor het gebruik van het geld. Je ‘betaalt’ voor het langer kunnen gebruiken van het bedrag
wat je schuldig bent. Als 2/10 en n/30 voor een koopsom van 400 euro dan is dat het equivalent van
een jaarlijks interest rate van (2% x 365/20) 36,5%.
Multiple-step income statement bestaat uit operating en nonoperating activities. De multiple-step
income statement begint bij sales revenue. Hier haal je de contra revenue accounts vanaf. Dan krijg je
net sales. Net sales – cost of goods sold= Gross profit. Gross profit/net sales= Gross profit rate. Van
de gross profit trek je de operating expenses af. Dan krijg je het net income.
Nonoperating activities bestaat uit verschillende kosten en revenues die opgelopen zijn
ongerelateerd aan de line of operations van een bedrijf.
Single-step income statement hier worden alle kosten van alle winst afgehaald.