Belgisch publiekrecht
DE RECHTSBESCHERMING TEGEN DE OVERHEID
1. HIËRARCHIE VAN DE NORMEN
- Rechtmatigheidsbeginsel leidt ertoe dat er een hiërarchie van rechtsnormen is:
A) Overeenstemming van lagere normen met hogere normen
B) Verwerven in de volledige rechtsorde
Soms uitdrukkelijk in de Grondwet
C) Conflicterende normen van dezelfde rang?
Lex specialis: ene norm werkt een specifieke regeling uit die afwijkt van de ander.
Specifieke regeling krijgt voorrang
Lex posterior: normgever gaat met de meest recente regeling de oudere regeling
willen opheffen.
Voorrang aan latere regeling
- Rechtmatigheidsbeginsel leidt ook tot overeenstemming van beschikkende bestuurlijke
rechtshandelingen met alle toepasselijke normen
Van hogere (en zelfs lagere) overheden
Door bestuur zelf uitgevaardigde
, 2. RECHTSTREEKSE RECHTSBESCHERMING
2.1. RECHTSBESCHERMING TEGEN HET FEDERALE NIVEAU
Rechtsbescherming tegen een wetgever:
A) Door elke rechter
B) Door Grondwettelijk Hof
A) DOOR ELKE RECHTER
- Probleem: de wet was in ons land lang onschendbaar
Waardoor de rechter verplicht was om wet toe te passen ook al was die niet in
overeenstemming met de Grondwet of andere hogere normen.
Rechter kon daardoor recht niet sanctioneren
- Vormen van rechtsbescherming bieden tegen de wetgevende macht onder impuls van de
rechtspraak van het Hof van Cassatie gaat over:
1) De grondwetsconforme interpretatie van de wet: Waleffe
2) Toetsing van de wet aan het internationaal recht met rechtstreekse werking: Le Ski
1) DE GRONDWETSCONFORME INTERPRETATIE VAN DE WET
= wanneer de wet op verschillende manieren kan worden uitgelegd en minstens 1
interpretatie in overeenstemming is met de Grondwet en andere niet, hij of zij aan die
interpretatie de voorkeur moet geven
Vermoeden dat wetgever niet met opzet de Grondwet geschonden.
Arrest-Waleffe: Hof van Cassatie oordeelde dat een bijzonderemachtenwet niet zo
kon worden uitgelegd dat die de Koning toeliet om het pensioenbedrag van een
magistraat te beperken in vergelijking met zijn actieve wedde.
2) TOETSING VAN DE WET AAN HET INTERNATIONAAL RECHT MET
RECHTSTREEKSE WERKING
= wanneer de interpretatie van de wet niets aan de verbeelding overlaat, dan kan elke
rechter beslissen om de wet buiten toepassing te laten als hij van oordeel is dat de
wet niet in overeenstemming is met een internationaalrechtelijke norm met
rechtstreekse werking.
Arrest-Le Ski: een Belgische importeur van kaas had een invoerheffing moeten
betalen op zuivelproducten. Die heffing bleek in strijd met het Europees recht maar de
Belgische wet verhinderde dat hij de betaalde sommen kon terugvorderen van de
overheid.
Rechter kan dus zelf in actie schieten wanneer de wet het internationaal recht met
rechtstreekse werking schendt.
DE RECHTSBESCHERMING TEGEN DE OVERHEID
1. HIËRARCHIE VAN DE NORMEN
- Rechtmatigheidsbeginsel leidt ertoe dat er een hiërarchie van rechtsnormen is:
A) Overeenstemming van lagere normen met hogere normen
B) Verwerven in de volledige rechtsorde
Soms uitdrukkelijk in de Grondwet
C) Conflicterende normen van dezelfde rang?
Lex specialis: ene norm werkt een specifieke regeling uit die afwijkt van de ander.
Specifieke regeling krijgt voorrang
Lex posterior: normgever gaat met de meest recente regeling de oudere regeling
willen opheffen.
Voorrang aan latere regeling
- Rechtmatigheidsbeginsel leidt ook tot overeenstemming van beschikkende bestuurlijke
rechtshandelingen met alle toepasselijke normen
Van hogere (en zelfs lagere) overheden
Door bestuur zelf uitgevaardigde
, 2. RECHTSTREEKSE RECHTSBESCHERMING
2.1. RECHTSBESCHERMING TEGEN HET FEDERALE NIVEAU
Rechtsbescherming tegen een wetgever:
A) Door elke rechter
B) Door Grondwettelijk Hof
A) DOOR ELKE RECHTER
- Probleem: de wet was in ons land lang onschendbaar
Waardoor de rechter verplicht was om wet toe te passen ook al was die niet in
overeenstemming met de Grondwet of andere hogere normen.
Rechter kon daardoor recht niet sanctioneren
- Vormen van rechtsbescherming bieden tegen de wetgevende macht onder impuls van de
rechtspraak van het Hof van Cassatie gaat over:
1) De grondwetsconforme interpretatie van de wet: Waleffe
2) Toetsing van de wet aan het internationaal recht met rechtstreekse werking: Le Ski
1) DE GRONDWETSCONFORME INTERPRETATIE VAN DE WET
= wanneer de wet op verschillende manieren kan worden uitgelegd en minstens 1
interpretatie in overeenstemming is met de Grondwet en andere niet, hij of zij aan die
interpretatie de voorkeur moet geven
Vermoeden dat wetgever niet met opzet de Grondwet geschonden.
Arrest-Waleffe: Hof van Cassatie oordeelde dat een bijzonderemachtenwet niet zo
kon worden uitgelegd dat die de Koning toeliet om het pensioenbedrag van een
magistraat te beperken in vergelijking met zijn actieve wedde.
2) TOETSING VAN DE WET AAN HET INTERNATIONAAL RECHT MET
RECHTSTREEKSE WERKING
= wanneer de interpretatie van de wet niets aan de verbeelding overlaat, dan kan elke
rechter beslissen om de wet buiten toepassing te laten als hij van oordeel is dat de
wet niet in overeenstemming is met een internationaalrechtelijke norm met
rechtstreekse werking.
Arrest-Le Ski: een Belgische importeur van kaas had een invoerheffing moeten
betalen op zuivelproducten. Die heffing bleek in strijd met het Europees recht maar de
Belgische wet verhinderde dat hij de betaalde sommen kon terugvorderen van de
overheid.
Rechter kan dus zelf in actie schieten wanneer de wet het internationaal recht met
rechtstreekse werking schendt.