TEN PRINCIPLES OF ECONOMICS
ECONOMISCHE PROBLEEM
ONEINDIGE BEHOEFTES > BEPERKTE MIDDELEN (schaarste)
benodigdheden wil (comfort )
o ARBEID (L) = menselijke inspanning
o KAPITAAL (K) = uitrusting & structuren
o NATUUR (N) = alle natuurlijke bronnen
KIEZEN
Wat
Hoe
Voor wie
ECONOMIE = wetenschap dat menselijk gedrag bestudeerd als relatie tussen
doelen & schaarse middelen dat andere gebruiksmogelijkheden hebben
ECONOMIE ONDERZOEKT
M
hoe mensen beslissingen nemen I MICRO-ECONOMIE =manier van
C denken rond individueel
R menselijk gedrag in algemeen
O
hoe mensen omgaan met elkaar
M
A MACRO-ECONOMIE = bestudeert
C fenomenen die gehele economie
invloeden op economie als geheel
R bestrijken
O
, 10 PRINCIPES
1. mensen moeten keuzes maken
2. kosten van iets bepalen door wat opgeven om te krijgen
hoe beslissingen nemen
3. rationele mensen denken in marge
4. mensen reageren op prikkels
5. handel kan in ieders belang zijn
6. markten = vaak goede manier om EA te organiseren
hoe omgaan met elkaar
7. overheden kunnen resultaten markt soms verbeteren
8. levensstandaard land afh mate waarin
land goederen & diensten kan produceren
9. prijzen stijgen als overheid teveel geld drukt
Invloeden economie als geheel
10. samenleving staat voor afweging
op KT tussen inflatie & werkloosheid
,1. mensen moeten keuzes maken
TRADE-OFF = verlies van voordelen bij het opofferen van een optie afgewogen tegen de
voordelen van de gemaakte keuze
MARGINALE BATEN MARGINALE KOSTEN
3. rationele mensen denken in de marge
baten maximaliseren & kosten minimaliseren
baten > kosten = keuze is het waard
MARGINALE BATEN MARGINALE KOSTEN
28 ?
15 ?
32 ?
2. kosten bepaald door datgene wat we opgeven
MARGINALE BATEN MARGINALE KOSTEN
EXPLICIETE KOST IMPLICIETE KOST
= te betalen geld indien je activiteit kiest = waarde beste alternatief dat je niet doet
OPPORTUNITEITSKOST = opgeofferde voordelen
= expliciete kost + impliciete kost
– 0 = 28
– 0 = 15
– 10 = 22
, IMPLICIETE KOST
OPTIE 1 = 22
OPTIE 2 = 28
OPTIE 3 = 28
1. mensen moeten keuzes maken
MARGINALE KOSTEN
22 6
28 -13
28 -6
4. mensen reageren op prikkels (= incentives)
rationele agenten veranderen als kosten of baten (voldoende) veranderen
31 -3
31 -16
1 3