H1: WAT IS PSYCHOLOGIE?
Psychologie heeft een lang verleden, maar korte geschiedenis
- Wortels in de filosofie en in de evolutietheorie van Darwin
- Nadenken over de menselijke geest
Ebbinghauw (19 E)
e
- Officiële start 1879: oprichting 1e psychologisch labo
(Wundt)
- Immateriële ziel naar studieobject
Universum geschapen voor de mens
Geocentrisme (Pt)
- Aarde plaatsen we in het middelpunt van het universum
- De aarde is centrum van de wereld en wij mens zijn hier
heerser van: mens is uniek!
-
Ptolemaus en Plato (15e E)
Dualisme (P)
- Opsplitsing geest en lichaam
- Geest en lichaam 2 verschillende entiteiten, los van elkaar
- Geest kan lichaam beïnvloeden, omgekeerd niet.
- Geest is onaantastbaar.
- Ware kennis product van de geest/rede
Wetenschappelijke revolutie
Katalysator (C)
- Helicentrisme: de zon staat ccentraal in het universum
en wij draaien rond de zon
- Nieuwe bron van kennis = wetenschappelijke studie
(observatie en experimeteren)
Dualisme (D)
- Lichaam en geest 2 entiteiten die elkaar beïnvloeden
(Pijnappelklier)
- Lichaam: als soort machine die wetenschappelijk kan
onderzocht worden (beperkt, stoffelijk en tijdelijk)
- Geest: het centrum van de vrije wil en rede die niet kan
Copernicus en Descartes
onderzocht worden (vrij, onstoffelijk en eeuwig)
(16 & & 17e E)
Rationalisme(D)
- Rede: ik denk dus ik besta
- Je kan aan alles twijfelen, maar daardoor weet je dat je
bestaat.
- Twijfelen veronderstelt een denken.
Nativisme (D)
- Deel van de kennis is aangeboren
- Van nature in de mens aanwezig (dus niet door
denkspanning of ervaring)
Empirisme
- De kennis kom tot stand via zintuigelijke ervaringen
Hobbes, Locke, Hume - Geest = tabula rasa = onbeschreven blad
(17 -18e E) - Kennis door observatie: door associaties (2 zaken aan
elkaar te koppelen)
- Kennis is product van ervaring
- Tegenstroming rationalisme
1
, Evolutietheorie
- Succesvolle voortplanting bij kenmerken aangepast aan de
omgeving
- Degene die het best aangepast zijn aan de omgeving
Darwin (19e E)
hebben een grotere kans om te overleven en zich voort te
planten.
- Als mens product zijn van de evolutie kan men hun gedrag
bestuderen op een wetenschappelijke manier net zoals bij
dieren.
Introspectieve methode
- Grondlegger academische psychologie (1879 1e
psychologisch Labo)
- Wetenschappelijk onderzoek van de menselijke geest
Wundt (experimenten op proefpersnen)
- Onderzocht het bewustzijn
- Introspectieve methode: geeft toegang tot het bewustzijn
via prikkels
= kijken naar je bewustzijn door objectieve nauwkeurige
rapportering van gevoelens, gedachten, herinneringen.
Structuralisme
- School door aanleiding van introspectie
- Gingen onderzoeken wat de structuur van het bewustzijn
is
- Via de introspectieve methode nagaan wat de
Titchener en Kulpe
verschillende deelelementenzijn van een ervaring
MAAR kritiek:
- Introspectieve methode subjectief en onbetrouwbaar
- Reproduceerbaarheid: bewustzijn is verschillend per dag
- Het nut was te beperkt
Functionalisme - Stream of consciousness
- School tegen het structuralisme
- Pragmatische benadering
- Onderzoekt de functie van het bewustzijn
William James
- Geïnspireerd door evolutietheorie (Darwin): best
aangepaste overleven
- De studie van de menselijke geest moet nuttig zijn
- Intelligentie kan verbeterd worden door
omgevingsinvloeden
Gestalpsychologie
- Heeft kritiek op het structuralisme
- Focus op perceptie, want het stuurt het gedrag
Wertheimer, Kler & Koffka - Geheel (gestalt) is meer dan som der delen = perceptie op
delen is zinloos
- Ondersteuning via visuele illusies
• Hering-illusie (indruk gebogen lijnen)
• Zollner-illusdie (indruk schuine lijnen)
•
Behaviorisme (in methoden en leerprincipes vandaag)
- Zichtbaar gedrag, wat we zien in de omgeving
- Onderzoek bewustzijn = tijdverlies
Watson - Enkel gedrag kan objectief gemeten worden (wetenschap)
- Objectieve observaties gedrag in gecontroleerde setting
2
, - Blackbox psychologie/ S-R psychologie
(hoe lokt stimulus respons uit?)
• Strimulus= prikkel = persoon/voorwerp/situatie
• Respons = reactie= gedrag
Wat er in ons hoofd afspeelt kan je niet registreren, maar je kan
wel het gedrag/de reactie die ontstaat door de prikkel registreren.
- Interesse in hoe de stimulus effect heeft op het gedrag
- Blackbox = hoofd (over stimulus geen uitspraak)
- S lokt R uit: behavioristen verklaren dit door middel van
leerprincipes (conditionering)
MAAR kritiek:
+ Zeer wetenschappelijke benadering
_ veel te starre mevhanische/ slaafse visie op de mens
Psychoanalyse (bestaat nog, maar kent veel kritiek)
- Onbewuste ervaringen en impulsen sturen emoties,
gedachten en gedragingen
- Inzicht in onbewuste processen via droomanalyse:
onbewuste impulsen naar de oppervlakte laten komen
Freud
MAAR kritiek:
- Eerste totaalbeeld van de mens, maar het was niet
gebasseerd op wetenschappelijk onderzoek maar op
Freuds persoonlijke interpretaties
3 niveaus van analyse
1. Biologisch niveau
- Hersenen, neurotransmitters, hormonen
• Depressie: tekort aan serotonine (prozac)
- Erfelijkheid
• Bepaalt persoonlijkheid en intelligentie
- Evolutie
• Aspecten evolutie sragen bij tot het individu
2. Psychologisch niveau
Hedendaagse psychologie - Gedrag
• Cognities, emoties, persoonlijkheid
3. Sociaal niveau
- Invloed van de omgeving
- Cultuur en maatschappij
- Familie en vrienden
Biopsychosociale benadering
De hedendaagse psychologie houdt rekening met en benaderd de
mens met de 3 aspecten: biologisch, psychologisch en sociaal
Registeren wat we onderzoeken
Steunt op empirie
Wetenschappelijke methode - Rationalisme (intuïtie ervaring) naar empirisme
- Objectieve waarneming en registratie van feiten
- Gebruik van onderzoekscyclus
(theorie/hypothese/onderzoek/research ondersteund)
3
, Theorie
- Resultaat van jarenlang onderzoek
- Adhv observatie informatie verzamelen
Hypothese
- Je gaat het onderzoek concretiseren
- Concreet voorstel kan getest worden: theorie wordt in een
proef getest
onderzoekscyclus
- Vereist operationalisatie: meetbare variabelen
- Onderzoeker geeft zzn wat hij/zij precies wil onderzoeken
Onderzoek
- Beschrijvend
- Correlationeel
- Experimenteel
Kent 4 onderdelen
1. Naturalistische observatie
- Systematische observatie van het gedrag in een
natuurlijke context
- Nadelen: reactieve gedragingen
- Niet-reactieve technieken gebruiken: als je langer
observeert zal er gewenning optreden of spiegelglaslokalen
2. Survey
- Vragenlijsten, peilingen en interviews
- Voordeel: veel info op korte tijd
- Nadeel
• Sociaal wenselijke antwoorden
Beschrijvend onderzoek
• Eerder perceptie ondervraagd dan realiteit
• Representativiteit
3. Test en gevalstudies
- Psychologische tests (intelligentietest): menselijke
vaardigheden en eigenschappen meten
- Gevalstudies (bv: Phineas Gage)
4. Kwalitatief onderzoek
- Hermeneutische visies
- Wetenschappelijke observaties zijn niet reduceerbaar tot
een getal
- Diepteinterviews, focusgroepen, discussies…
Descriptief onderzoek: accuraat beeld krijgen van wat mensen
doen, inzicht krijgen op verbanden.
- Correlatie: mate waarin 2 variabelen samenhangen
• Geen verband = nulcorrelatie
• Mate 0-1 (hoe sterk de correlatie is)
• Richting + of –
§ + positieve correlatie
Als het ene toe neemt, neemt het andere ook
toe
Correlationeel onderzoek § - negatieve correlatie
Als het ene toe neemt neemt het andere af
- Een correlatie is een statisch verband, maar geen causaal
verband.
Illuoire correlatie
- Mensen denken een verband te zien, terwijl er geen
aanwezig is
4
Psychologie heeft een lang verleden, maar korte geschiedenis
- Wortels in de filosofie en in de evolutietheorie van Darwin
- Nadenken over de menselijke geest
Ebbinghauw (19 E)
e
- Officiële start 1879: oprichting 1e psychologisch labo
(Wundt)
- Immateriële ziel naar studieobject
Universum geschapen voor de mens
Geocentrisme (Pt)
- Aarde plaatsen we in het middelpunt van het universum
- De aarde is centrum van de wereld en wij mens zijn hier
heerser van: mens is uniek!
-
Ptolemaus en Plato (15e E)
Dualisme (P)
- Opsplitsing geest en lichaam
- Geest en lichaam 2 verschillende entiteiten, los van elkaar
- Geest kan lichaam beïnvloeden, omgekeerd niet.
- Geest is onaantastbaar.
- Ware kennis product van de geest/rede
Wetenschappelijke revolutie
Katalysator (C)
- Helicentrisme: de zon staat ccentraal in het universum
en wij draaien rond de zon
- Nieuwe bron van kennis = wetenschappelijke studie
(observatie en experimeteren)
Dualisme (D)
- Lichaam en geest 2 entiteiten die elkaar beïnvloeden
(Pijnappelklier)
- Lichaam: als soort machine die wetenschappelijk kan
onderzocht worden (beperkt, stoffelijk en tijdelijk)
- Geest: het centrum van de vrije wil en rede die niet kan
Copernicus en Descartes
onderzocht worden (vrij, onstoffelijk en eeuwig)
(16 & & 17e E)
Rationalisme(D)
- Rede: ik denk dus ik besta
- Je kan aan alles twijfelen, maar daardoor weet je dat je
bestaat.
- Twijfelen veronderstelt een denken.
Nativisme (D)
- Deel van de kennis is aangeboren
- Van nature in de mens aanwezig (dus niet door
denkspanning of ervaring)
Empirisme
- De kennis kom tot stand via zintuigelijke ervaringen
Hobbes, Locke, Hume - Geest = tabula rasa = onbeschreven blad
(17 -18e E) - Kennis door observatie: door associaties (2 zaken aan
elkaar te koppelen)
- Kennis is product van ervaring
- Tegenstroming rationalisme
1
, Evolutietheorie
- Succesvolle voortplanting bij kenmerken aangepast aan de
omgeving
- Degene die het best aangepast zijn aan de omgeving
Darwin (19e E)
hebben een grotere kans om te overleven en zich voort te
planten.
- Als mens product zijn van de evolutie kan men hun gedrag
bestuderen op een wetenschappelijke manier net zoals bij
dieren.
Introspectieve methode
- Grondlegger academische psychologie (1879 1e
psychologisch Labo)
- Wetenschappelijk onderzoek van de menselijke geest
Wundt (experimenten op proefpersnen)
- Onderzocht het bewustzijn
- Introspectieve methode: geeft toegang tot het bewustzijn
via prikkels
= kijken naar je bewustzijn door objectieve nauwkeurige
rapportering van gevoelens, gedachten, herinneringen.
Structuralisme
- School door aanleiding van introspectie
- Gingen onderzoeken wat de structuur van het bewustzijn
is
- Via de introspectieve methode nagaan wat de
Titchener en Kulpe
verschillende deelelementenzijn van een ervaring
MAAR kritiek:
- Introspectieve methode subjectief en onbetrouwbaar
- Reproduceerbaarheid: bewustzijn is verschillend per dag
- Het nut was te beperkt
Functionalisme - Stream of consciousness
- School tegen het structuralisme
- Pragmatische benadering
- Onderzoekt de functie van het bewustzijn
William James
- Geïnspireerd door evolutietheorie (Darwin): best
aangepaste overleven
- De studie van de menselijke geest moet nuttig zijn
- Intelligentie kan verbeterd worden door
omgevingsinvloeden
Gestalpsychologie
- Heeft kritiek op het structuralisme
- Focus op perceptie, want het stuurt het gedrag
Wertheimer, Kler & Koffka - Geheel (gestalt) is meer dan som der delen = perceptie op
delen is zinloos
- Ondersteuning via visuele illusies
• Hering-illusie (indruk gebogen lijnen)
• Zollner-illusdie (indruk schuine lijnen)
•
Behaviorisme (in methoden en leerprincipes vandaag)
- Zichtbaar gedrag, wat we zien in de omgeving
- Onderzoek bewustzijn = tijdverlies
Watson - Enkel gedrag kan objectief gemeten worden (wetenschap)
- Objectieve observaties gedrag in gecontroleerde setting
2
, - Blackbox psychologie/ S-R psychologie
(hoe lokt stimulus respons uit?)
• Strimulus= prikkel = persoon/voorwerp/situatie
• Respons = reactie= gedrag
Wat er in ons hoofd afspeelt kan je niet registreren, maar je kan
wel het gedrag/de reactie die ontstaat door de prikkel registreren.
- Interesse in hoe de stimulus effect heeft op het gedrag
- Blackbox = hoofd (over stimulus geen uitspraak)
- S lokt R uit: behavioristen verklaren dit door middel van
leerprincipes (conditionering)
MAAR kritiek:
+ Zeer wetenschappelijke benadering
_ veel te starre mevhanische/ slaafse visie op de mens
Psychoanalyse (bestaat nog, maar kent veel kritiek)
- Onbewuste ervaringen en impulsen sturen emoties,
gedachten en gedragingen
- Inzicht in onbewuste processen via droomanalyse:
onbewuste impulsen naar de oppervlakte laten komen
Freud
MAAR kritiek:
- Eerste totaalbeeld van de mens, maar het was niet
gebasseerd op wetenschappelijk onderzoek maar op
Freuds persoonlijke interpretaties
3 niveaus van analyse
1. Biologisch niveau
- Hersenen, neurotransmitters, hormonen
• Depressie: tekort aan serotonine (prozac)
- Erfelijkheid
• Bepaalt persoonlijkheid en intelligentie
- Evolutie
• Aspecten evolutie sragen bij tot het individu
2. Psychologisch niveau
Hedendaagse psychologie - Gedrag
• Cognities, emoties, persoonlijkheid
3. Sociaal niveau
- Invloed van de omgeving
- Cultuur en maatschappij
- Familie en vrienden
Biopsychosociale benadering
De hedendaagse psychologie houdt rekening met en benaderd de
mens met de 3 aspecten: biologisch, psychologisch en sociaal
Registeren wat we onderzoeken
Steunt op empirie
Wetenschappelijke methode - Rationalisme (intuïtie ervaring) naar empirisme
- Objectieve waarneming en registratie van feiten
- Gebruik van onderzoekscyclus
(theorie/hypothese/onderzoek/research ondersteund)
3
, Theorie
- Resultaat van jarenlang onderzoek
- Adhv observatie informatie verzamelen
Hypothese
- Je gaat het onderzoek concretiseren
- Concreet voorstel kan getest worden: theorie wordt in een
proef getest
onderzoekscyclus
- Vereist operationalisatie: meetbare variabelen
- Onderzoeker geeft zzn wat hij/zij precies wil onderzoeken
Onderzoek
- Beschrijvend
- Correlationeel
- Experimenteel
Kent 4 onderdelen
1. Naturalistische observatie
- Systematische observatie van het gedrag in een
natuurlijke context
- Nadelen: reactieve gedragingen
- Niet-reactieve technieken gebruiken: als je langer
observeert zal er gewenning optreden of spiegelglaslokalen
2. Survey
- Vragenlijsten, peilingen en interviews
- Voordeel: veel info op korte tijd
- Nadeel
• Sociaal wenselijke antwoorden
Beschrijvend onderzoek
• Eerder perceptie ondervraagd dan realiteit
• Representativiteit
3. Test en gevalstudies
- Psychologische tests (intelligentietest): menselijke
vaardigheden en eigenschappen meten
- Gevalstudies (bv: Phineas Gage)
4. Kwalitatief onderzoek
- Hermeneutische visies
- Wetenschappelijke observaties zijn niet reduceerbaar tot
een getal
- Diepteinterviews, focusgroepen, discussies…
Descriptief onderzoek: accuraat beeld krijgen van wat mensen
doen, inzicht krijgen op verbanden.
- Correlatie: mate waarin 2 variabelen samenhangen
• Geen verband = nulcorrelatie
• Mate 0-1 (hoe sterk de correlatie is)
• Richting + of –
§ + positieve correlatie
Als het ene toe neemt, neemt het andere ook
toe
Correlationeel onderzoek § - negatieve correlatie
Als het ene toe neemt neemt het andere af
- Een correlatie is een statisch verband, maar geen causaal
verband.
Illuoire correlatie
- Mensen denken een verband te zien, terwijl er geen
aanwezig is
4