Socialezekerheidsrecht
Hoofdstuk 10: Socialezekerheidsbijdragen
Het gescheiden financieel beheer der socialeverzekeringssystemen
Het is niet zo dat alle geldmiddelen voor de sociale zekerheid in één grote pot worden gelegd,
waar de sociale verzekeringen hun geldmiddelen uithalen. Historisch gezien is het zo dat alle
verschillende sociale verzekeringen hun eigen financieel beheer kennen. In het begin had elke
regeling inzake sociale zekerheid eigen regels omtrent de bijdragebetaling.
Mettertijd heeft men geporbeerd om binnen het sociaal statuut een zekere harmonisatie tot stand
te brengen. In 1994 voorziet men in een uniforme regeling inzake bijdragebetaling voor het stelsel
van de werknemers en het stelsel van de zelfstandigen (één regeling per sociaal stelsel). Hieruit
ontstaan 2 globale beheren: Globaal beheer van werknemers en Globaal beheer van
zelfstandigen.
De instellingen die zijn belast met het globaal beheer zijn de RSZ en de RSVZ. Deze Rijksdienst
moet kijken of alle geinde bijdragen daadwerkelijk zijn geïnd, of de begroting in evenwicht blijft
enz… Hierbij wordt zij bijgestaan en staan onder toezicht van de commissie van financiële
problemen.
Er moet wel worden opgemerkt dat er een blijvende onderscheid is in het systeem voor
werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. Dit komt tot uiting in de regeling van berekening en
inning van bijdragen, de instellingen die belast zijn met de inning en er is in principe geen
vermenging van financiële middelen.
Berekening van de bijdragen
We moeten een onderscheid maken tussen de „bijdragebasis” en „bijdragevoet”.
De bijdragebasis is het bedrag waarop de bijdrage gaat berekend worden. Dit is gelijk aan het
beroepsinkomen, maar per stelsel wordt er alleen een bijdrage geheven op gekwalificeerde
beroepsinkomsten:
Werknemer: Loon
Het loonbegrip in de werknemersregeling wordt omschreven in de RSZ-wet en de Wet Algemene
Beginselen. Om het loon te definiëren verwijzen deze wetten naar de Loonbeschermingswet. Zij
definieert loon „als zowel het loon in geld als de in geld waardeerbare voordelen waarop de
werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever”.
Let hierbij wel op dat het loon hier NIET begrensd is. De bijdrage wordt dus berekend op het loon,
ongeacht het bedrag.
Om te spreken van loon moeten er dus 4 constitutieve bestanddelen worden aangetoond
- Voordeel in geld of in geld waardeerbaar: Prestaties die de werkgever in natura geeft, ter
compensatie van het arbeid van de werknemer valt ook onder het loon.
- Toegekend ingevolge de dienstbetrekking: Dit is ruimer dan alleen de arbeid. Het kan zijn dat je
in het kader van de arbeidsovereenkomst voor uw getrouwheid een soort van opslag krijgt voor
uw loon. In principe houdt dit geen verband met de arbeid die je verricht.
- Werknemer heeft recht op het voordeel: Het gaat om een subjectief recht, waarbij ook de
werkgever de plicht heeft om het voordeel te verstrekken.
- Voordeel komt ten laste van de werkgever: Als iemand anders de ultieme kost draagt, valt het
voordeel niet onder het loonsbegrip.
Pagina 1 van 5