Hoofdstuk 3: evaluatie lichaamsbouw en –samenstelling
ALGEMEEN: ANTROPOMETRIE
1. Definitie en nauwkeurigheid
Antropometrie = metingen van menselijke lichaamsdelen, waarmee men een idee probeert te krijgen v/d:
Lichaamsbouw (lengte en dikte van botten)
EN lichaamssamenstelling (relatieve hoeveelheden van organen, weefsels en vloeistoffen; chemische samenstelling van het
lichaam; verhouding tussen bot-, spier- en vetmassa: verhouding tussen FFM en FM)
Door het meten van bep. lichaamsmaten uitspraak over lichaamssamenstelling (via correlatie met (in)directe
methoden)
Nauwkeurigheid van een methode wordt bepaald door:
Validiteit: de mate waarin hetgeen gemeten wordt overeen komt met de werkelijkheid
Reproduceerbaarheid: de mate van overeenstemming tussen herhaalde metingen met éénzelfde
methode bij dezelfde personen
Dit wordt beïnvloedt door:
Meet- en instellingsfactoren
Biologische variatie binnen personen
Rapporterings- en berekeningsfouten
EEN METHODE IS NAUWKEURIG WANNEER ZOWEL VALIDITEIT ALS REPRODUCEERBAARHEID HOOG
ZIJN
2. Belang binnen de diëtistenpraktijk?
Een deelfacet van de berekeningen van energiebehoefte (zie energiebeperkt dieet en obesitas)
Onderdeel van de diagnostiek van
Ondervoeding
Magerzucht (AN, …)
Overvoeding
Overgewicht/obesitas
Parameter voor het inschatten van risico’s op:
Ziekte (morbiditeit)
Sterfte (mortaliteit)
Belangrijk voor de begeleiding van sporters
LICHAAMSBOUW/SOMATOTYPOLOGIE
1. Indeling o.b.v. 3 types (kunnen onderscheiden)
Oudste indeling = indeling van Kretschmer men onderscheidt:
(1) Habitus asthenicus: lang en smal, weinig ontwikkelde
spieren, lange borstkas, afhangende schouders, …
(2) Habitus athleticus: sterke ontwikkeling van skelet en
spieren, brede schouders, slank bekken, weinig vet, …
(3) Habitus pycnicus: kort en gedrongen lichaamsbouw,
korte nek, grote buikomvang, neiging tot adipositas, …
Meest gebruikte indeling = indeling volgens Sheldon men onderscheidt:
(1) Ectomorf: lange en smalle bouw, tere botten, groot opp. t.o.v. geringe massa ≈ habitus asthenicus
(2) Mesomorf: gespierd, zware botten, overheersing van dwarse maten t.o.v. dieptematen v/h lichaam ≈
habitus athleticus
(3) Endomorf: ronde vormen, kort/gedrongen, relatief klein lichaamsoppervlak ≈ habitus pycnicus
ALGEMEEN: ANTROPOMETRIE
1. Definitie en nauwkeurigheid
Antropometrie = metingen van menselijke lichaamsdelen, waarmee men een idee probeert te krijgen v/d:
Lichaamsbouw (lengte en dikte van botten)
EN lichaamssamenstelling (relatieve hoeveelheden van organen, weefsels en vloeistoffen; chemische samenstelling van het
lichaam; verhouding tussen bot-, spier- en vetmassa: verhouding tussen FFM en FM)
Door het meten van bep. lichaamsmaten uitspraak over lichaamssamenstelling (via correlatie met (in)directe
methoden)
Nauwkeurigheid van een methode wordt bepaald door:
Validiteit: de mate waarin hetgeen gemeten wordt overeen komt met de werkelijkheid
Reproduceerbaarheid: de mate van overeenstemming tussen herhaalde metingen met éénzelfde
methode bij dezelfde personen
Dit wordt beïnvloedt door:
Meet- en instellingsfactoren
Biologische variatie binnen personen
Rapporterings- en berekeningsfouten
EEN METHODE IS NAUWKEURIG WANNEER ZOWEL VALIDITEIT ALS REPRODUCEERBAARHEID HOOG
ZIJN
2. Belang binnen de diëtistenpraktijk?
Een deelfacet van de berekeningen van energiebehoefte (zie energiebeperkt dieet en obesitas)
Onderdeel van de diagnostiek van
Ondervoeding
Magerzucht (AN, …)
Overvoeding
Overgewicht/obesitas
Parameter voor het inschatten van risico’s op:
Ziekte (morbiditeit)
Sterfte (mortaliteit)
Belangrijk voor de begeleiding van sporters
LICHAAMSBOUW/SOMATOTYPOLOGIE
1. Indeling o.b.v. 3 types (kunnen onderscheiden)
Oudste indeling = indeling van Kretschmer men onderscheidt:
(1) Habitus asthenicus: lang en smal, weinig ontwikkelde
spieren, lange borstkas, afhangende schouders, …
(2) Habitus athleticus: sterke ontwikkeling van skelet en
spieren, brede schouders, slank bekken, weinig vet, …
(3) Habitus pycnicus: kort en gedrongen lichaamsbouw,
korte nek, grote buikomvang, neiging tot adipositas, …
Meest gebruikte indeling = indeling volgens Sheldon men onderscheidt:
(1) Ectomorf: lange en smalle bouw, tere botten, groot opp. t.o.v. geringe massa ≈ habitus asthenicus
(2) Mesomorf: gespierd, zware botten, overheersing van dwarse maten t.o.v. dieptematen v/h lichaam ≈
habitus athleticus
(3) Endomorf: ronde vormen, kort/gedrongen, relatief klein lichaamsoppervlak ≈ habitus pycnicus