College 1
Inleiding landschappen
Leerdoelen:
➔ Je kent de ligging van de belangrijkste Kwartaire formaties (gesteente- of
afzettingslagen) die in Nederland aan het oppervlak liggen:
o Duin- en strandzand
o Oude zeeklei
o Jonge zeeklei
o Hollandveen, al dan niet bedekt met rivierklei
o Rivierklei
o Dekzand
o IJs- en fluvioglaciale afzettingen (keileem en spoelzandvlaktes)
o Stuwwallen
➔ Je kent de grondsoorten die daarbij horen.
➔ Je kent de belangrijkste reliëfvormen die daarbij horen.
➔ Je weet de belangrijkste kaarten uit de atlas daarbij te vinden.
➔ Geologie: bestudeert processen die zorgen voor de bouw en samenstelling van de
aarde.
➔ Geomorfologie: aandacht voor de vormen van het aardoppervlak (reliëf)
➔ Bodemkunde: bestudeert de veranderingen die optreden in de eerste 1a 2 meter van
de aardkorst als gevolg van bodemkundige processen (fysisch, chemisch en
biologisch)
,Kaart: Basis van de Tertiaire afzettingen
Scheiding tussen het losse
Materiaal (klei, zand en grind) en het hardere gesteente. (Atlas van Nederland)
Veel breuken in de ondergrond Vooral in het zuiden
Bodembewegingen in nederland:
➔ Isostacy
➔ inklinking
Glaciale terugveren
(“Glacial Rebound”) van
de
aardkorst
,