Methodiek en vaardigheden neonaat: HT1: toedienen van flesvoeding:
Omschrijving:
- Orale toediening van voeding met behulp van een flesje aan een pasgeborene.
Indicatie:
- Perorale voedseltoediening.
Contra-indicatie:
- Slokdarmatresie = afgesloten slokdarm.
- Anatomische afwijkingen:
Trachea-oesofagale fistel.
Complicaties:
- Slikstoornissen.
- Braken.
- Verteringsproblemen.
- Darmproblemen.
- Saturatiedaling, bradycardie, apnoe’s bij het drinken.
1. Werkwijze:
1. Voorbereiding:
Neonaat Vroedvrouw Materiaal
- Observatie en inschatting - Info geven. - Flessen.
van situatie. - Eventueel uitvoeren in - Spenen.
- Warme ruimte zonder combinatie met andere zorg. - Water en melkpoeder of
tocht. moedermelk.
- Goede lichtbron - Materiaal voor luierwissel.
- Thermometer.
- Bepalen van maagretentie indien
maagsonde aanwezig.
2. Werkwijze:
Toediening:
- Bereiding van melk gebeurt in een centrale keuken of er wordt kant-en-klare voeding
gebruikt.
- Moedermelk op correcte manier bewaart in koelkast.
Steriel en op correcte wijze overgegoten in een steriele fles.
- Hoeveelheid voeding afhankelijk van:
Gewicht.
Leeftijd.
Medisch voorschrift.
- Eventueel BMF (= breast milk fortifier) bij moedermelk.
1
,Toediening van voeding:
- Controle op tempartuur.
- Baby eerst verversen.
- Goed rechtop zetten van de baby:
Linkerhand ondersteund hoofd en schouders.
Baby goed observeren: kleur, ademhaling en drinkgedrag.
- Eerst over wangen en lipjes strijken en dan de fles zachtjes aanbieden:
Speen op de tong plaatsen en de speen goed vullen met melk.
- Tussenin laten opboeren.
- Aandacht gericht op de baby!
Wat mag je nooit doen:
- Het zuigen forceren door te draaien en bewegen met de fles.
- Prematuren: ééngatsspeen (0,1 – 0,5 mm) voeding is korter en ze zuigen veel effectiever
en ze zullen ook de voeding beter tolereren.
- Neonaat: kruisopening (0,2 – 1,5mm).
Nazorg bij voeding:
- Baby opnieuw verversen bij stoelgang of mictie.
- Observaties neerschrijven:
Drinkpatroon: vlot, traag, veel morsen.
Hoeveelheid: …
Pamper: …
- Fles:
Melkresten weggieten en fles reinigen.
Aandachtspunten:
- Voldoende hoeveelheid aanbieden.
- Indien problemen: wijziging van soort voeding?
- SAT, HF, kleur, AH, vermoeidheid, braken, kokhalzen, …
- Indien medicatie moet toegediend worden best voor de voeding.
- Observatie van parameters, drinkgedrag, evaluatie (stoelgang, gewicht, opname), braken na
voeding!
- Frequentie: 6 tot 8 voedingen per 24h:
6 voedingen: op basis van gewicht vaak bij meer dan 3kg.
7 voedingen: bij afbouw op basis van gewicht (vanaf 2,2 kg), drinkgedrag of bij
overschakelen van ppematurenvoeding naar opvolgmelk.
8 voedingen: afhankelijk van gewicht (< 2kg en > 4kg) en prematuriteit.
- Zuurstofbehoefte eventueel aanpassen tijdens voeding.
- Temperatuur van voeding benadert zoveel mogelijk de lichaamstemperatuur minder
energie steken om de lichaamstemperatuur op peil te houden.
Haberman-speen:
= speen met regelbare toevoer die luchtbelvorming voorkomt en de kans op
verslikken verkleint.
- Voor kindjes met schisis, lip-kaakspleet, … kunnen niet krachtig genoeg
zuigen.
- Zeker geen BV.
Door de spleet happen zij meer lucht dan normaal waardoor zij vaker zullen moeten
opboeren!
2
, Methodiek en vaardigheden: HT2: monitoring:
Algemeen:
- Alle neonaten op neonatologie worden nauwlettend gemonitord afgebouwd naargelang
ontslag.
Soms gaat baby met monitor mee naar huis (MR10 of MR20).
- BELANGRIJK: de monitor is slechts een hulpmiddel bij het bewaken van de baby de
vroedvrouw haar kritisch oog blijft essentieel!
- Monitor moet juist worden ingesteld van hieruit worden interventies ondernomen.
Trend-recodring = een overzicht van ademhaling en hartfrequentie over een bepaalde tijd.
1. Hartritme en ademhaling:
Algemeen:
- 3 kinderelektroden: rood, geel en zwart:
Rood = rechts ter hoogte van tepel.
Geel = links ter hoogte van tepel.
Zwart = buik registratie van de ademhaling.
- Monitor juist instellen.
- Elektroden tijdig vervangen.
2. Zuurstofsaturatie:
= meten van hoeveelheid geoxygeneerd hemoglobine in het bloed uitgedrukt in SpO2.
- Hartfrequentie op basis van absorptie van rood licht en infrarood licht.
- Bestaat uit 2 sensoren:
Lichtbron met infrarood licht.
Fotosensor: meet verschil in lichthoeveelheid.
- Sensoren moeten zich recht over elkaar bevinden en het wordt vastgemaakt.
Mag niet te hard want anders wordt de bloedtoevoer belemmerd.
Om de 3 à 4h verplaatsen van de probe: verbranding en druknecrose voorkomen
eventueel sneller bij kleinere baby’s of baby’s met een slechte circulatie.
- Alarmgrenzen instellen meestal tussen 100 – 200.
Kan aangepast zijn wanneer bv. zuurstof wordt toegediend.
baby mag niet TE VEEL zuurstof krijgen: CAVE retinopathie!
Verschil in lichthoeveelheid veroorzaakt door de lichtabsorptie van Hb dat is gebonden met
zuurstof en Hb dat geen zuurstof aan zich gebonden heeft.
- De pulsoximeter berekt door dit lichtverschil de zuurstofsaturatie.
Zuurstoftoediening:
- Bij prematuur onder 32 weken: maximum van 96%.
Minimum: 87% + ook bij instabiele kinderen.
- Ouder dan 32 weken: maximum 98%.
Minimum: 85%.
- Bij cardiopatiëntjes: maximum 85%.
3
Omschrijving:
- Orale toediening van voeding met behulp van een flesje aan een pasgeborene.
Indicatie:
- Perorale voedseltoediening.
Contra-indicatie:
- Slokdarmatresie = afgesloten slokdarm.
- Anatomische afwijkingen:
Trachea-oesofagale fistel.
Complicaties:
- Slikstoornissen.
- Braken.
- Verteringsproblemen.
- Darmproblemen.
- Saturatiedaling, bradycardie, apnoe’s bij het drinken.
1. Werkwijze:
1. Voorbereiding:
Neonaat Vroedvrouw Materiaal
- Observatie en inschatting - Info geven. - Flessen.
van situatie. - Eventueel uitvoeren in - Spenen.
- Warme ruimte zonder combinatie met andere zorg. - Water en melkpoeder of
tocht. moedermelk.
- Goede lichtbron - Materiaal voor luierwissel.
- Thermometer.
- Bepalen van maagretentie indien
maagsonde aanwezig.
2. Werkwijze:
Toediening:
- Bereiding van melk gebeurt in een centrale keuken of er wordt kant-en-klare voeding
gebruikt.
- Moedermelk op correcte manier bewaart in koelkast.
Steriel en op correcte wijze overgegoten in een steriele fles.
- Hoeveelheid voeding afhankelijk van:
Gewicht.
Leeftijd.
Medisch voorschrift.
- Eventueel BMF (= breast milk fortifier) bij moedermelk.
1
,Toediening van voeding:
- Controle op tempartuur.
- Baby eerst verversen.
- Goed rechtop zetten van de baby:
Linkerhand ondersteund hoofd en schouders.
Baby goed observeren: kleur, ademhaling en drinkgedrag.
- Eerst over wangen en lipjes strijken en dan de fles zachtjes aanbieden:
Speen op de tong plaatsen en de speen goed vullen met melk.
- Tussenin laten opboeren.
- Aandacht gericht op de baby!
Wat mag je nooit doen:
- Het zuigen forceren door te draaien en bewegen met de fles.
- Prematuren: ééngatsspeen (0,1 – 0,5 mm) voeding is korter en ze zuigen veel effectiever
en ze zullen ook de voeding beter tolereren.
- Neonaat: kruisopening (0,2 – 1,5mm).
Nazorg bij voeding:
- Baby opnieuw verversen bij stoelgang of mictie.
- Observaties neerschrijven:
Drinkpatroon: vlot, traag, veel morsen.
Hoeveelheid: …
Pamper: …
- Fles:
Melkresten weggieten en fles reinigen.
Aandachtspunten:
- Voldoende hoeveelheid aanbieden.
- Indien problemen: wijziging van soort voeding?
- SAT, HF, kleur, AH, vermoeidheid, braken, kokhalzen, …
- Indien medicatie moet toegediend worden best voor de voeding.
- Observatie van parameters, drinkgedrag, evaluatie (stoelgang, gewicht, opname), braken na
voeding!
- Frequentie: 6 tot 8 voedingen per 24h:
6 voedingen: op basis van gewicht vaak bij meer dan 3kg.
7 voedingen: bij afbouw op basis van gewicht (vanaf 2,2 kg), drinkgedrag of bij
overschakelen van ppematurenvoeding naar opvolgmelk.
8 voedingen: afhankelijk van gewicht (< 2kg en > 4kg) en prematuriteit.
- Zuurstofbehoefte eventueel aanpassen tijdens voeding.
- Temperatuur van voeding benadert zoveel mogelijk de lichaamstemperatuur minder
energie steken om de lichaamstemperatuur op peil te houden.
Haberman-speen:
= speen met regelbare toevoer die luchtbelvorming voorkomt en de kans op
verslikken verkleint.
- Voor kindjes met schisis, lip-kaakspleet, … kunnen niet krachtig genoeg
zuigen.
- Zeker geen BV.
Door de spleet happen zij meer lucht dan normaal waardoor zij vaker zullen moeten
opboeren!
2
, Methodiek en vaardigheden: HT2: monitoring:
Algemeen:
- Alle neonaten op neonatologie worden nauwlettend gemonitord afgebouwd naargelang
ontslag.
Soms gaat baby met monitor mee naar huis (MR10 of MR20).
- BELANGRIJK: de monitor is slechts een hulpmiddel bij het bewaken van de baby de
vroedvrouw haar kritisch oog blijft essentieel!
- Monitor moet juist worden ingesteld van hieruit worden interventies ondernomen.
Trend-recodring = een overzicht van ademhaling en hartfrequentie over een bepaalde tijd.
1. Hartritme en ademhaling:
Algemeen:
- 3 kinderelektroden: rood, geel en zwart:
Rood = rechts ter hoogte van tepel.
Geel = links ter hoogte van tepel.
Zwart = buik registratie van de ademhaling.
- Monitor juist instellen.
- Elektroden tijdig vervangen.
2. Zuurstofsaturatie:
= meten van hoeveelheid geoxygeneerd hemoglobine in het bloed uitgedrukt in SpO2.
- Hartfrequentie op basis van absorptie van rood licht en infrarood licht.
- Bestaat uit 2 sensoren:
Lichtbron met infrarood licht.
Fotosensor: meet verschil in lichthoeveelheid.
- Sensoren moeten zich recht over elkaar bevinden en het wordt vastgemaakt.
Mag niet te hard want anders wordt de bloedtoevoer belemmerd.
Om de 3 à 4h verplaatsen van de probe: verbranding en druknecrose voorkomen
eventueel sneller bij kleinere baby’s of baby’s met een slechte circulatie.
- Alarmgrenzen instellen meestal tussen 100 – 200.
Kan aangepast zijn wanneer bv. zuurstof wordt toegediend.
baby mag niet TE VEEL zuurstof krijgen: CAVE retinopathie!
Verschil in lichthoeveelheid veroorzaakt door de lichtabsorptie van Hb dat is gebonden met
zuurstof en Hb dat geen zuurstof aan zich gebonden heeft.
- De pulsoximeter berekt door dit lichtverschil de zuurstofsaturatie.
Zuurstoftoediening:
- Bij prematuur onder 32 weken: maximum van 96%.
Minimum: 87% + ook bij instabiele kinderen.
- Ouder dan 32 weken: maximum 98%.
Minimum: 85%.
- Bij cardiopatiëntjes: maximum 85%.
3