kinderen en
adolescenten
3e BA psychologie VUB
,Frustratie-agressie model (=reactief) Belangrijke begrippen Sociale informatieverwerkingstheorie, Dodge
Reactieve agressie = als reactie op prikkel 1. Decodering van cues 6. Gedragsbep
= verdediging / frustratie > reageren minder op cues Denken bet
Proactieve agressie = intentioneel & doelmatig > reageren vijandiger op cues agressieve r
= pesten / manipulatie
2. Interpretatie van cues dan andere
Oppositioneel-opstandig = verzet tegen instructie, Vijandige interpretatie adhv (zelf)evaluatie, 7. Peer evalua
overtuiging van negatieve intenties en het
correctie of verbod leggen van imaginaire causale verbanden
3. Opheldering van doelen
Voorkomen, prognose & co-morbiditeit Normoverschrijdend = rechten van anderen, = gevoel & arousalregulatie
Voorkomen = ♂ > ♀ normen en regels worden 4. Toegankelijke respons
♀ : meer relationele agressie geschonden. > minder oplossingen
♂: meer agressief gedrag > meer negatieve responsen
Covert-gedrag= liegen, vandalisme, brandstichting, 5. Responskeuze Alles in intera
Co-morbide: fraude etc.
- ADHD (40-60%) - Middelenmisbruik Overt-gedrag= pesterijen & fysieke agressie Kiezen vaker een agressieve respons =geheugen, s
- Angst (20-50%) - Taal en leerproblemen Gedragsstoornissen want (1) er zijn minder keuze opties
- Depressie (12-25%) en (2) de outcome is hiervan bekend
Etiologie / Risicofactoren Vierfasemodel van aversieve patronen, Patterson Behandeling
1. Pre- en perinatale factoren 1. Kleutertijd 1. Psycho-educatie
= negatieve invloed op prefrontale cortex, bijv. door - Kind ontwikkelt coërcief gedragspatroon (= weigeren, eisen, Toelichting van ziektebeeld, etiologie, beh
zuurstofgebrek bij geboorte / roken tijdens de zwangerschap trianiseren etc.) (gedragsstoornis hoeft niet te leiden tot d
2. Temperament - Ouderlijk gezag wordt uitgehold (= inconsequent en 2. Oudertraining
= Bepaalt door genen en omgeving overmatig straffen & vermindering van regels) Gericht op positieve bekrachtiging, discip
= negatieve affectiviteit & en lage effort control 2. Lagere school etc.
3. Interactie van genen en omgeving - Dubbele mislukking: schools & sociaal -> emotionele issues 3. Farmacologie
= genetische kwetsbaarheid (als voorwaarde) kan getriggerd - Ouders verliezen gezag Voor 12 GEEN medicatie, maar nadruk op
worden door de omgeving (bijv. inadequate opvoeding) 3. Adolescentie 4. Cognitieve probleemoplossingsvaardighei
4. Neurobiologisch - Ouders verwerpen kind -> monitoring van kind door ouders = PSST = focus op interpersoonlijke & soci
- Verminderde angstconditionering valt weg aspecten van CD
- Verminderd onderscheid tussen beloning en straf - Aansluiting bij deviante leeftijdsgenoten: 5. Combi van PSST &PMT
- Verminderde cognitieve controle (“rem”) antisociale attitude, middelengebruik & laag eigenwaarde / = PSST & Psychomotorische therapie
- Belemmering in sociaal leren (Dodge) depressie 6. Systeemtherapie
- Laag IQ & vertraagde taalontwikkeling 4. Volwassenheid Vanaf 13jaar, alleen voor zeer ernstige ge
- Beperkte sociale integratie Zoals voor MOF’s
5. Opvoeding bijv. ontoereikende opvoedingsskills - Contact met gerecht
6. Familiale invloeden bijv. veel ruzie tussen ouders - Contact met hulpverlening
, Vicieuze cirkel, Abramowitz, Deacon & Belangrijke begrippen Ontwikkelingsmodel, Vasey & Dadds
Whiteside Vrees=
Angst voor concreet onmiddellijk gevaar
Angst / anxiety=
Voorbereiding op plausibel gevaar / angst Bijv. genen
Piekeren / rumineren=
Cognitieve component van angst, gedachten over mogelijk negatieve
uitkomsten
Epidemiologie
- Angststoornissen = meest voorkomende psychische stoornis bij kind
en jeugd (15-20%)
- Genetische invloed = 30-40%
- Algemene populatie = ♂ < ♀ , maar in klinische populatie gelijk
Psychologische factor: temperament Bijv. vermijding B
Temperament volgens Rothbart: o
- Reactiviteit = negatieve (NA) / positieve affectiviteit (PA) Angststoornissen
- Regulatie = effort control (EC) mbt reactiviteit
Preciperende factoren aanwezig
Tripartitiemodel, Clark & Watson: Behandeling - Direct / indirect : bijv. Trauma meemaken / m
1. Fysiologische hyperarousal (FH) -> angst 1. Psycho-educatie - Operante conditionering : bijv. straffen
2. Hoge NA -> angst & depressie Voor kind en ouder: Wat is angst? Hoe angst overwinnen? - Non-contingente exposure aan stresserende g
3. Lage PA -> depressie 2. CBT bijv. separatieangst na schoolwisseling
gedachten : cognitieve herstructurering
-> Gecombineerd met een lage EC van Rothbart draagt het bij tot het gevoel : signaal herkenning & ontspanning Zonder precipterende factoren
ontstaan en aanhouden van angststoornissen gedrag : exposure om vermijdingsgedrag te verminderen Balans van de predisponerende en beschermen
3. Ouderbegeleiding door naar de risicofactoren
Biologische factoren = emotiecoachingsvaardigheden aanleren
Verstoring van het angstcircuit: = van accomoderende/antagonerende ouder naar
- HPA-as = gedereguleerd ondersteunende ouder
- Amygdala = overactief 4. Farmacologie
= SSRI’s, enkel bij ernstige therapieresistente angststoornissen
of bij ernstige co-morbiditeit
Omgevingsfactoren
- Pre-, peri- en postnataal (bijv. stress / vroeggeboorte)
- Psychosociaal (bijv. scheiding)
- School & leeftijdsgenoten
- Gezin = bi-directioneel indien ouder antagonerend/accomoderend