H4 KANSREKENEN
4.1 EXPERIMENTELE EN THEORETISCHE KANS
4.1.1 ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES
Absolute frequency het aantal keer dat een uitkomst voorkomt
hoe bereken je relatieve frequentie absolute frequentie van die uitkomst
Totaal aantaluitkomsten
frequentietabel een tabel met absolute en/ of relatieve
frequenties
de som van de absolute frequenties het totaal aantal uitkomsten
de som van de relatieve frequenties 100%
4.1.2 EXPERIMENTELE VERSUS THEORETISCHE KANS
Toevals- of kans experiment een experiment waarvan de uitkomst door het
toeval wordt bepaald
de theoretische kans van sommige uitkomsten kunnen we de kans
echt zak bepalen door te redeneren
experimentele kans bij het herhaaldelijk het voeren van een kans
experiment geeft de relatieve frequentie van
een bepaalde uitkomst je inschatting van de
kans op die uitkomst.
de wet van de grote aantallen wanneer je een kans experiment vaak en vaker
uitvoert zal de relatieve frequentie van een
uitkomst steeds dichter bij een bepaalde
waarde komen te liggen. deze waarde komt
overeen met de theoretische kans, indien deze
voor dit experiment berekend kan worden.
4.1.3 KANSEXPERIMENT SIMULEREN
simuleren het nabootsen van een kans experiment door
een ander kansexperiment
hoe doe je dit in je rekenmachine Math, kans, randInt(min, max, hoeveel keer)
sto-> 2nd, stat, L1
randInt(min, max, hoeveel keer) sto-> 2nd, stat,
L2
stat, L1 + stat, L2 sto-> stat, L3
2nd, stat, wisk, som(stat, L3 math = getal tussen
min max)
4.2 THEORETISCHE KANSEEN MET DE FORMULE VAN LAPLACE
uitkomstenverzameling de verzameling van alle uitkomsten van een
kans experiment
hoe noteren we dit U
aantal elementen van U : notatie #U
gebeurtenis een verzameling van één of meerdere
uitkomsten
Notatie G
notatie alle elementen van G #G