100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Psychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
30
Geüpload op
24-05-2022
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting Psychologie











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
24 mei 2022
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Psychologie
Psychologie: een palet vol theorieën
Wat is psychologie?
Het studie onderwerp of object van de psychologie
Onenigheid over de definitie
Er is zowel intern als extern geen eenduidigheid over het object.
‣ Intern
‣ Verschillende theoretische stromingen die verschillende in keuze van object (gedrag, cognities, onbewuste) wat op zijn beurt leidt
tot verschillende methoden van kennisverwerving
‣ Extern
‣ Niet goed afgebakend van andere (mens) wetenschappen
‣ Bijna alle psychologische onderwerpen worden ook in andere wetenschappen bestudeerd


Deze interne en externe onduidelijkheden hebben tot gevolg dat zowel binnen de psychologie als tussen psychologie en andere
wetenschappen er rivaliserende beschrijvingen en verklaringen zijn over hetzelfde onderwerp
Bv. depressie:
Psycholoog → Invloed uit partner/gezinsrelatiesysteem
Arts → chemische huishouding (neurotransmitters)
Socioloog → andere waarden en normen


Poging tot definiëring
Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen bestudeert wordt als de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren
van hun gedrag en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt. - Ritger

In de psychologie zijn de beschrijving en verklaring van het object op individueel niveau
‣ meer aandacht voor beleving en waardering van gedrag van de persoon zelf + directe omgeving dan biologen
↔ sociologie: maatschappelijke of groepsverbanden
↔ medische wetenschap: biologische bepaaldheid van het gedrag

Typeren van een wetenschap aan de hand van drie factoren
A. De soorten vragen en problemen (object)
B. De methoden en theorieën
‣ Dynamisch spel tussen de twee factoren waardoor de grenzen tussen de wetenschappen niet vastliggen
C. Maatschappelijk draagvlak van een wetenschap
‣ De weerstand die een wetenschap vindt in de maatschappij
‣ Af te leiden uit hoe sterk persoonlijke theorieën gekleurd worden door wetenschappelijke kennis
‣ Ervaringen worden mede bepaald door psychologische theorieën, in de tijd verschoven naar een grotere invloed van
biologische en medische theorieën (genetisch onderzoek + toenemende acceptatie psychofarmaca)

WESTERSE WERELD: PSYCHOLOGIE HEEL POPULAIR → GEPSYCHOLOGISEERDE WERELD


Theorieën
‣ Typeren als referentiekaders van waaruit psychologen te werk gaan
‣ Bieden interpretaties waarmee verschijnselen bekeken en verhelderd worden
‣ Geen theoretische overeenstemming
‣ Met als gevolg dat één verschijnsel vanuit meerdere theorieën verschillend beschreven en verklaard wordt


Functies van theorieën
‣ Systematische/ ordende functie
Niveau van beschrijving: systematisch weergeven van wat er wordt waargenomen

‣ Wetenschappelijke kennisverwerving: volgens expliciete regels
‣ Duidelijk, controleerbaar, herhaalbaar
‣ Rapporteren in de vorm van helder geformuleerde verbanden of wetten
‣ ↔ dagelijks leven: kennis gekleurd en weinig systematisch (behoeften, emoties, kennis)


‣ Wetenschappers kennen geen objectieve waarneming, hun waarnemen is altijd theorie-geladen
‣ Hun referentiekader bepaalt wat ze zien verklaringen voor hetzelfde verschijnsel
‣ Hier rekening mee houden, anders gevaar voor dogma

EXPERIMENT VAN MILGRAM - PG 24-25

‣ Verklarende en voorspellende functie
Verklaren van resultaten omdat ze in specifieke omstandigheden bereikt worden.
‣ Heuristische functie
Op grond van inzichten opgeleverd uit 1 theorie nieuwe voorspellingen doen
‣ Een theorie is nooit af, ze levert weer nieuwe ideeën op




1



,Kenmerken van psychologische stromingen
Van Kalmthout: stromingen verduidelijken aan de hand van geschiedenis politieke partijen
1889 - Eerste Internationale Congres voor de Psychologie, discussie tussen

Europa: alomvattende theorie psychisch functioneren → praktische toepassingen
VS: kennis dienstbaar aan concrete maatschappelijke doelstellingen
→ schoolvorming (vergelijkbaar met liberalisme-socialisme-christendom-islam):
Gebeurde niet in de eerste helft 20e eeuw (bestrijden van elkaar, andere belevingen waren irrelevant, accenten)
Nu: toenemende samenwerking tussen scholen

Partijen: als ze een belangrijk maatschappelijk probleem verwaarlozen → nieuwe partij die hier wel bij stilstaat
= hetzelfde bij psychologische stromingen

BEHAVIRORISME (VERWAARLOOSDE COGNITIEVE EIG. MENS) → COGNITIEVE PSYCHOLOGIE


‣ Evidence based
Hulpverleningsmethoden → van toenemend belang dat ze bewezen zijn als effectief/ werkzaam
Minder nadruk op theoretische uitgangspunten en meer op praktisch nut
‣ Afkomstig uit de medische wetenschap
‣ Wetenschappelijk bewijs
‣ Bewijsmateriaal uit systematisch kwantitatief en kwalitatief onderzoek


Een mensbeeld
‘hoe’ de mens opgevat wordt
‣ Beschrijving van de kenmerkende eigenschappen (boden van menselijk bestaan)
Bv. verschillen tussen dieren en mensen/ volwassenen en kinderen
‣ Verwijzing hoe mensen behoren te zijn (doelbeeld)

MENSBEELDEN WORDEN BEÏNVLOED DOOR HISTORISCHE, CULTURELE EN RELIGIEUZE INVLOEDEN

‣ Mechanisch mensbeeld
Mens als machine
‣ Samengesteld uit afzonderlijke delen
Mechanieken van mensen voortbewegen door externe kracht
‣ delen zelfstandig bestuderen los van sociale/materiële omgeving waarin ze functioneren
BEHAVIORISME


4 implicaties:
‣ Geen principieel onderscheid gemaakt tussen mensen en dieren
‣ Beiden zijn machines.
‣ Verklaringsmodel is lineair causaal
‣ A veroorzaakt B
‣ Er wordt veronderstelt dat we elk onderdeel kennen
‣ Mensen en onderdelen van mensen kunnen zelfstandig bestudeerd worden daarbij rekening te houden met de omgeving waarin zij
verkeren. Het geheel is gelijk aan de som van de delen


‣ Organisch mensbeeld
Mensen opgevat als groeiende organismen, als één geheel (geen opdeling)
‣ Interne dynamiek: de onderdelen beïnvloeden elkaar en zijn niet los van elkaar te zien
‣ Als het organisme groeit verandert het kwantitatief: nieuwe vermogens
‣ Externe dynamiek: organisme in wisselwerking met omgeving
‣ Beïnvloed door en beïnvloed zelf omgeving (rekening houden met sociale en materiële omgeving)
GEZINSINTERACTIESYSTEEM + OMGEVINGSPSYCHOLOGIE + COGNITIEVE PSYCHOLOGIE + BIOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
4 implicaties:
‣ Er worden ook vergelijkingen getrokken tussen mensen en dieren
‣ Er wordt veel uitgegaan van één verschil → mensen hebben een sociale/culturele omgeving
‣ Circulair causaal
‣ Wisselwerking A en B
‣ Geheel is meer dan de som der delen
‣ Organisme is meer dan optelsom van spieren, zenuwbanen, organen,...
‣ Mensen zijn niet los van hun omgeving te bestuderen + delen van mensen zijn niet los van het geheel te bestuderen


‣ Personalistisch mensbeeld
Unieke karakter van de mens binnen de levende natuur
‣ niet enkel biologisch maar ook cultureel leven → beïnvloeding + zelf scheppen (zin/ betekenis verlenen aan de wereld)
Benadrukken van verschil tussen mens en dieren: taal, muziek, creativiteit, religie
Doelgericht handelen staat centraal: nadenken over verleden-heden-toekomst
Psychoanalyse + humanistisch denken

3 implicaties:
‣ Mensen moeten als mens bestudeerd worden
‣ kennis van dierenexperimenten wordt als ontoereikend gezien
‣ Mensen in één geheel zien (zoals bij organisatorische)
‣ Mensen handelen doelgericht
‣ hun gedrag heeft ‘zin’ en die zingeving moet bestudeerd worden




2

≠ ≠

, Algemene systeemtheorie (AST)
Biedt een overkoepelend kader voor alle verschillende wetenschappen en de uiteenlopende inzichten
‣ AST wordt een metatheorie genoemd
‣ Een theorie over theorieën
‣ Belangrijk kenmerk is het dynamisch denken.

Uitgangspunten
1. De werkelijkheid is op te delen in verschillende hiërarchische niveaus
2. Elk niveau functioneert als een open systeem
‣ Interne en externe evenwicht handhaven
3. Toenemende complexiteit bij stijgende hiërarchie
4. Geen enkel niveau is te herleiden tot een ander niveau maar wordt er wel door beïnvloed
5. Een mens is het hoogste niveau van de biologische hiërarchie en het laagste van de sociale hiërarchie

Dynamisch denken
Systeemdenken is te illustreren door de kenmerken van een ‘open systeem’ te vergelijken met de
kenmerken van een ‘ding’. - Van Peursen

‣ We praten over mensen alsof het dingen zijn. Een persoon is vaak ‘die’. ‘Die is gestoord of die is hard.’
We zeggen niet snel ‘Robbert toont zich agressief.’ Dit is echter wel de juiste manier volgens het AST
(algemeen systeem theoretisch denken).
‣ Verandering in gedrag treed op als de persoon openstaat voor zijn omgeving. (het kan zich nooit
volledig afsluiten).
Voorbeeld: ding (statisch) denken hij is agressief.
Voorbeeld: open systeem (dynamisch denken); hij toon agressief gedrag

Werken met AST
‣ De AST wordt vereenvoudigd weergegeven in het biopsychosociale ‘model’
‣ Ga bij het verklaren van gedrag op zoek naar sociale, psychische en biologische invloeden op het gedrag
‣ Elk van deze drie niveaus heeft invloed op al ons gedrag, maar meestal niet evenredig
‣ Voorbeeld van een verkeerde toepassing binnen bepaalde vormen van holistisch denken


Biopsychosociale ’model' (BPS)
‣ Gebaseerd op de systeemtheorie van Ludwig von Bertalanffy BELANGRIJK
‣ George Engel was een internist en psychiater
‣ 'Model' ontwikkeld als middel voor een betere zorg aan patiënten binnen de context van de
psychiatrie
‣ Als reactie op het medisch biologisch model (reductionistisch denken)
‣ Het is geen echt wetenschappelijk model maar een benaderingswijze
‣ In de context van de klinische behandeling van mensen
‣ Biologische, psychologische en sociale factoren vertonen een dynamisch verband met elkaar
‣ Deze interacties beïnvloeden zowel het proces als de uitkomst van een behandeling


Uitgangspunten
‣ Complexe eenheden zijn gesuperponeerd op minder complexe
‣ Elk niveau in de hiërarchie representeert een georganiseerd dynamisch geheel of systeem
‣ Ieder afzonderlijk systeem heeft zijn eigen beschrijvende relaties en eigenschappen die typerend zijn
voor dat niveau van organisatie
‣ Ieder niveau wordt beïnvloed door de andere systemen waarmee het verbonden is
‣ Door de unieke eigenschappen van elk systeem kan ieder niveau tot op zekere hoogte beschreven worden in termen
van het eronder liggende niveau, maar nooit helemaal
‣ Ieder hoger gelegen niveau in dit systeem is dus ten dele een emergente eigenschap van onderliggende
BELANGRIJK
systemen
‣ Een nieuwe eigenschap die optreedt of wordt waargenomen wanneer men van niveau verandert / die op elk
hoger niveau verschijnt
‣ Een emergente eigenschap kan niet verklaard worden uit de samenstellende componenten
‣ Mentale eigenschappen zijn geconceptualiseerd als emergente eigenschappen




3
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
chelslb

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
chelslb Hogeschool Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
3 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen