Didactiek tijd
Eindtermen tijd.
Het dagelijks en historisch bewustzijn ontwikkelen en vergroten, is de algemene doelstelling die in
het basisonderwijs in verband met tijd nagestreefd wordt.
Voor het dagelijks leven is het belagnrijk dat kinderen greep krijgen op hun eigen tijd en
gebeurtenissen kunnen situeren en ordenen.
Enkele visies van ontwikkelings- en leerppsychologen op de
ontwikkeling van het tijd- en historisch besef.
`
Visie van Piaget
Piaget concludeerde na onderzoek dat de cognitieve ontwikkeling in een aantal opeenvolgende
ontwikkelingsstadia verloopt. Hij onderscheidde vier ontwikkelingsfasen die gebonden zijn een een
vastgestelde leeftijd
- De senso-motorische fase ( tot 2 jaar)
o Het denken uit het omgeaan met directe werkelijkheid, het denken is gelijk aan het
doen. Het kind maakt geen onderscheid tussen doen en denken.
- De pre-operationele fase ( tot 7 jaar)
o Een begin van begripsvorming.
o Veel fantasie
- De concreet operantionele fase ( tot 12 jaar)
o Het kind kan in zijn gedachten hannedelingen verrichten. Het gaat op zoek naar logische
verbanden.
- De formeel operationele fase ( vanaf 12 jaar)
o Het kind kan met de werkelijkheid bezig zijn
Visie van Lev Vygotsky
Het onderwijs moet op zoek gaan naar de
Zone van naaste ontwikkeling of het gebied waar de leerling al bijna kennis van heeft en waar hij met
de hulp van de onderwijsgevende echt kennis van kan krijgen.
Visie van Jerome Bruner
Hij onderscheidt drie representaties.
1) Motorische representatie: handeld omgaan met tastbare dingen
2) Iconisch representatie: nieuwe info wordt nu ook opgenomen door indirect contect ( foto’s)
3) Symbolische representatie: bestaat uit het leren via taal of door gebruik van symbolen
Het is een spontaan proces dent hij.
, Visie van Galperin
1) Materieel handelen: de lln leren aan de hand van materialen
2) Perceptief handelen: de lln leren door te kijken naar de materialen zonder ze te hanteren
3) Verbale handelen: lln leren door de handeling onder woorden te brengen ( hardop of in
zichzelf)
4) Mentaal handelen: de lln leren door alleen maar te denken.
Deze vier verschillende handleingen mogen gelezen worden van beginnend naar gevorderd leren,
maar niet als een strikte fasenleer.
De visie van Kieran Egan
Hij zij dat de onderwijspraktijk niet zo erg veel heeft aan de resultaten van het ontwikkelings- en
leerpsychologisch onderzoek. Hij ontwikkelde een ONDERWIJSTHEORIE. Zijn theorie is de gedachte
in het onderwijs moet gezocht worden naar aansluiting bij wat kinderen bezighoudt en hoe kinderen
naar de wereld kijken
Hij onderscheidt in een mensenleven vier fasen en in elke fase heeft een persoon een eigen wijze om
de werkelijkheid te benaderen.
De 4 denkfases volgens Egan
`
Eindtermen tijd.
Het dagelijks en historisch bewustzijn ontwikkelen en vergroten, is de algemene doelstelling die in
het basisonderwijs in verband met tijd nagestreefd wordt.
Voor het dagelijks leven is het belagnrijk dat kinderen greep krijgen op hun eigen tijd en
gebeurtenissen kunnen situeren en ordenen.
Enkele visies van ontwikkelings- en leerppsychologen op de
ontwikkeling van het tijd- en historisch besef.
`
Visie van Piaget
Piaget concludeerde na onderzoek dat de cognitieve ontwikkeling in een aantal opeenvolgende
ontwikkelingsstadia verloopt. Hij onderscheidde vier ontwikkelingsfasen die gebonden zijn een een
vastgestelde leeftijd
- De senso-motorische fase ( tot 2 jaar)
o Het denken uit het omgeaan met directe werkelijkheid, het denken is gelijk aan het
doen. Het kind maakt geen onderscheid tussen doen en denken.
- De pre-operationele fase ( tot 7 jaar)
o Een begin van begripsvorming.
o Veel fantasie
- De concreet operantionele fase ( tot 12 jaar)
o Het kind kan in zijn gedachten hannedelingen verrichten. Het gaat op zoek naar logische
verbanden.
- De formeel operationele fase ( vanaf 12 jaar)
o Het kind kan met de werkelijkheid bezig zijn
Visie van Lev Vygotsky
Het onderwijs moet op zoek gaan naar de
Zone van naaste ontwikkeling of het gebied waar de leerling al bijna kennis van heeft en waar hij met
de hulp van de onderwijsgevende echt kennis van kan krijgen.
Visie van Jerome Bruner
Hij onderscheidt drie representaties.
1) Motorische representatie: handeld omgaan met tastbare dingen
2) Iconisch representatie: nieuwe info wordt nu ook opgenomen door indirect contect ( foto’s)
3) Symbolische representatie: bestaat uit het leren via taal of door gebruik van symbolen
Het is een spontaan proces dent hij.
, Visie van Galperin
1) Materieel handelen: de lln leren aan de hand van materialen
2) Perceptief handelen: de lln leren door te kijken naar de materialen zonder ze te hanteren
3) Verbale handelen: lln leren door de handeling onder woorden te brengen ( hardop of in
zichzelf)
4) Mentaal handelen: de lln leren door alleen maar te denken.
Deze vier verschillende handleingen mogen gelezen worden van beginnend naar gevorderd leren,
maar niet als een strikte fasenleer.
De visie van Kieran Egan
Hij zij dat de onderwijspraktijk niet zo erg veel heeft aan de resultaten van het ontwikkelings- en
leerpsychologisch onderzoek. Hij ontwikkelde een ONDERWIJSTHEORIE. Zijn theorie is de gedachte
in het onderwijs moet gezocht worden naar aansluiting bij wat kinderen bezighoudt en hoe kinderen
naar de wereld kijken
Hij onderscheidt in een mensenleven vier fasen en in elke fase heeft een persoon een eigen wijze om
de werkelijkheid te benaderen.
De 4 denkfases volgens Egan
`