Samenvatting IPV OP1.1
Vakgebied: IPV
Onderwerpen:
- Feedback
- Waarnemen en interpreteren
Vragen: 8
Leeswijzer IPV OP1.1
- Hoofdstuk 1 (Waarnemen) van Elementaire Vaardigheden
- Hoofdstuk 9 (Feedback) van Elementaire Vaardigheden
Hoofdstuk 1 (Waarnemen)
Samenvatting
Wanneer je met iemand in contact komt, is het onvermijdelijk dat je je een ‘eerste indruk’
van de ander vormt. Hij lijkt je bijvoorbeeld sympathiek, eigenwijs, wel aardig, onzeker,
nerveus, afstandelijk of joviaal. Je realiseert je vaak niet dat het daarbij gaat om
kwalificaties die je niet zintuiglijk kunt waarnemen, maar die je baseert op wat je aan de
ander denkt te zien of uit zijn gedrag opmaakt. Het zijn interpretaties. Je reageert dus
niet op de ander zoals die is, maar op basis van je eigen interpretaties. We interpreteren
de werkelijkheid om ons heen, en we stemmen ons gedrag af op die interpretatie.
Belangrijk is dat je leert om in de omgang met anderen je interpretatie als voorlopig te
beschouwen, namelijk tot je de situatie voldoende hebt verkend om er zeker van te zijn
dat jouw interpretatie juist is.
Je zou een ontmoeting met een ander aan de hand van het volgende kunnen weergeven:
- Kenmerken en gedrag van de ander
- Jouw waarneming van die kenmerken of van dat gedrag
- Jouw interpretatie van je waarnemingen
- Jouw reactie op je eigen interpretatie
- De waarneming van jouw reactie door de ander
- De interpretatie van de ander van zijn waarnemingen
- De reactie van de ander op zijn interpretatie
- Jouw waarneming van die reactie
- Enzovoorts
Vakgebied: IPV
Onderwerpen:
- Feedback
- Waarnemen en interpreteren
Vragen: 8
Leeswijzer IPV OP1.1
- Hoofdstuk 1 (Waarnemen) van Elementaire Vaardigheden
- Hoofdstuk 9 (Feedback) van Elementaire Vaardigheden
Hoofdstuk 1 (Waarnemen)
Samenvatting
Wanneer je met iemand in contact komt, is het onvermijdelijk dat je je een ‘eerste indruk’
van de ander vormt. Hij lijkt je bijvoorbeeld sympathiek, eigenwijs, wel aardig, onzeker,
nerveus, afstandelijk of joviaal. Je realiseert je vaak niet dat het daarbij gaat om
kwalificaties die je niet zintuiglijk kunt waarnemen, maar die je baseert op wat je aan de
ander denkt te zien of uit zijn gedrag opmaakt. Het zijn interpretaties. Je reageert dus
niet op de ander zoals die is, maar op basis van je eigen interpretaties. We interpreteren
de werkelijkheid om ons heen, en we stemmen ons gedrag af op die interpretatie.
Belangrijk is dat je leert om in de omgang met anderen je interpretatie als voorlopig te
beschouwen, namelijk tot je de situatie voldoende hebt verkend om er zeker van te zijn
dat jouw interpretatie juist is.
Je zou een ontmoeting met een ander aan de hand van het volgende kunnen weergeven:
- Kenmerken en gedrag van de ander
- Jouw waarneming van die kenmerken of van dat gedrag
- Jouw interpretatie van je waarnemingen
- Jouw reactie op je eigen interpretatie
- De waarneming van jouw reactie door de ander
- De interpretatie van de ander van zijn waarnemingen
- De reactie van de ander op zijn interpretatie
- Jouw waarneming van die reactie
- Enzovoorts