Hoofdstuk 1: Financiële Architectuur Ontstaat Niet
Spontaan
1.1 Intro
Waarom is de wereld niet in dezelfde mate “ontwikkeld”?
- Easterlin (1981): Onderwijs
- Sylla (2002) – Goetzman (2017): Het ontstaan van financiële infrastructuur
zou de foto ook andersom kunnen zijn
toeval?
argument: nee, aboriginals waren eig nog jagers, ze hadden geen nood aan verandering en
voelden nood niet
terwijl heel de wereld evolutie doormaakten bleven zij op zelfde niveau (framing)
welke landen waren dominant in welke eeuwen?:
20e E: VS
18e en 19e E: ( in industriële evolutie):GB
17e E: de Nederlanden
dus toeval dat deze landen dominant zijn?
→ nee want dit zijn de landen waar fin structuur meest veranderd is
=> fin systeem = noodzakelijk
Financieel system
= “the connected universe of financial instruments, financial institutions and financial markets
operating in a given place at a given time, that is, the financial superstructure of the
economy.” (Goldsmith 1987, 1)
Financiele architectuur omvat
- Instrumenten
- Markten
- Instituties
- Toezicht
1.2 Schuld en ruil liggen aan de wieg van onze beschaving
Jager-verzamelaars hadden
- een «sharing economy » = men deelde in leefgemeenschap wat men vond
(geen « subsistence economy » = geen overlevingseconomie, relatief gezien
kwamen ze niet veel tekort)
- een (relatieve) « affluent society » = betekent niet per se rijkdom zoals wij dat nu
zien, maar dat de basisbehoeften relatief gemakkelijk en overvloedig vervuld kunnen
worden.
1
,Financiële Concepten
- Schuld
- Interest
- Ruil
Binnen leefgemeenschappen nam sharing vaak de vorm aan van een « gift economy »
Tussen leefgemeenschappen ontstond ruil in « trade and walk away » transactie
men verwachtte als ze iets gaven dat ze niet hetzelfde terugkeren maar meer → eerste vorm
van rente
De neolitische revolutie (10 000 – 8 000 voor Chr.)
- Van foerageren (jager-verzamelaar, op zoek gaan naar voedsel in de natuurlijke
omgeving)
naar pastoralisme (= een manier van leven en economie waarbij mensen leven van
het houden en hoeden van vee, ) dankzij de domesticatie van dieren
tam maken van dieren en meenemen in leefgemeenschap
- Van rondtrekken naar sedentatie: mensen begonnen zich te vestigen op meest
vruchtbare plek
Domesticatie leidt tot ...
- Uitbreiding van tuinbouw naar landbouw
- Verandering van technologie (steen naar metaal)
- Urbanisatie
- Territoriale soevereiniteit = een staat het hoogste gezag en de volledige controle
heeft over een bepaald gebied
- Sociale stratificatie = de hiërarchische indeling van mensen in een samenleving op
basis van sociale lagen
- Belastingen
Agrarische maatschappijen doen eigendomsconcepten ontstaan
- Belang van landbouw
- Belang van vee
dankzij landbouw → zaken willen opslaan → eerste concept van vermogen onstaat
omdat het mogelijk was om welvaart te stockeren (dieren)
Sociale stratificatie en machtssystemen:
Uruk (4100-3100 voor Chr.)
- oude hoofdstad. sociale stratificatie ontstaat (slaven moesten alles bouwen, concept
van ‘sociale ladder’)
- Bevolking van 10 000 mensen
- Ziggurat = religieus en sociaal centrum van de stad, symbool van macht en
hiërarchie.
Nieuwe financiële concepten ontstaan
- Eigendom
- Registratie- en teltechnieken
2
, - Schrift
- Boekhouding
- Goederengeld
- Contracten
- Handel
- Vermogen
Registreren:
- Vanaf 9000 vChr.
- basisvormen en afbeeldingen als “tokens”
- Klei-enveloppes (“Bullae”) met “tokens” erin, hierdoor was duidelijk hoeveel dieren je
moest teruggeven
- Vlakke tabletten
- klei tabletjes vertegenwoordigen goederen zoals bv. koe
Tellen: ontstond door boekhouding
Spijkerschrift:
kleitabletten: boekhoudkundige registraties waarvoor notering nodig was
Het probleem van de (niet) samenvallende behoeften
cartoon: de ruil was onhandig
Bij gebrek aan “geld”: ruilverhoudingen = 0.5 N (𝑁𝑁 − 1)
Na de erkenning van één goed als numerair: (𝑁 − 1)
numerair = geld of een rekeneenheid die als betaalmiddel wordt gebruikt.
=> wanneer behoeften niet samenvallen en wanneer we merken dat we veel
ruilverhoudingen krijgen ontstaat spontaan behoefte om iets te kiezen als numerair zodat we
die kunnen beginnen gebruiken
→ op termijn de naam geld gegeven
Ruilhandel in Egypte
Financiële Concepten
Shât en Deben als rekeneenheden: nooit fysieke vormen van deze munten!
- Ze werden gebruikt om waarde aan goederen en diensten uit te drukken.
- Zo kon men eenvoudig ruilen, ook als de goederen die werden geruild niet exact
gelijk waren in waarde.
- Voorbeeld: 1 koe = 10 deben, 1 mand graan = 1 deben
Probleem van de samenvallende behoeften wordt opgelost
3
, → Het probleem van samenvallende behoeften wordt opgelost door waarde te
standaardiseren, zodat je niet precies hetzelfde product hoeft te hebben.
Codex van Hammurabi (1780 voor Chr.):
een van de oudste bekende wetboeken uit Mesopotamië. Het regelde het dagelijks leven,
eigendom, handel en financiële transacties.
→ Financiële Concepten
- Contracten
- Leencontracten (renteconcept)
- Verzekeringscontracten
- Risicospreiding via bodemerij: Bodemerij was een manier om risico te spreiden.
Handelaren of boeren verdeelden hun investeringen over verschillende stukken land
of verschillende handelsprojecten. Zo voorkwamen ze dat één tegenslag hun hele
bezit zou vernietigen. Dit is een vroege vorm van risicospreiding, vergelijkbaar met
moderne verzekeringen of investeringsdiversificatie.
Fenicische handlesroutes
→ De Feniciërs creëerden een netwerk van zeehandelsroutes dat economische, culturele en
technologische uitwisseling over de hele Middellandse Zee mogelijk maakte. Hun expertise
in handel en scheepsbouw maakte hen een van de belangrijkste commerciële machten in de
oudheid.
1.4 Van goederengeld naar munten
schelpen verwerkt in ketting → makkelijker meenemen
wanneer je een bepaalde vorm van numerair krijgt, maar die ook tastbaar is kan je die gaan
sparen
sparen = oud begrip
Goederengeld (Micronesia–Het eilandYap)
goederengeld = geld in de vorm van goederen of waardevolle objecten
- Vorm: grote kalkstenen schijven (Rai-stenen)
- Gebruik: grote transacties zoals bruiloften, erfenissen, grondkoop
- elke familie heeft een ander soort steen, hierdoor kon je transacties vervullen.
=> op plekken waar geen geld is ontstaat het toch op 1 of andere manier (bv. bij
krijgsgevangenen → sigaretten)
4