• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Microbiologie 2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 41 pagina's

Ik behaalde 14/20 met behulp van deze samenvatting. Deze collegeaantekeningen uit Microbiologie 2 behandelen de structuur en karakteristieken van micro-organismen, met focus op prokaryote cellen en virussen. De stof omvat prokaryote celwanden (gram-positief en gram-negatief), ribosomen, endosporen, virussenteelt, viroïden en prionen, inclusief relevante kleurtechnieken zoals Schaeffer-Fulton en carbolfuchsin-kleuring. Deze aantekeningen zijn ideaal voor voorbereiding op toetsen en het begrijpen van de praktische laboratoriumtechnieken die centraal staan in de opleiding Biomedische laboratoriumtechnologie.

Voorbeeld van de inhoud

Microbiologie
1. Micro-organismen: het genoom en het monitoren van groei
1.1. Prokaryote structuren visualiseren in het lab
o Prokaryote cel bevat celwand, capsule, 1 cirkelvormig chromosoom,
geen organellen en geen kernmembraan
o Celwand gram-positief
 Bevat peptidoglycaan
 Herhalend disaccharide
 Suiker-ruggengraat
 Hangen aan elkaar via pôlypeptides
 Bevat tetrapeptidezijketen
 Peptidoglycaanlagen  dikke rigide structuur
 Bevat techoïnezuren (alcohol + fosfaatgroep)
 Lipo  overspant hele peptidoglycaan laag en hecht in
plasmamembraan
 Wall  enkel aan peptidoglycaan gebonden
o Celwand gram-negatief
 1 of enkele peptidoglycaanlagen
 Peptidoglycaan verbonden met lipoproteïne in buitenste
membraan  vormt celwand
 Buitenste membraan  lipopolysacchariden, fosfolipiden,
lipoproteïnen, porines
 Porines => kanalen voor nutrienten
 Periplasmaruimte  tussen peptidoglycaan en
plasmamembraan bevat veel enzymen, transportproteïnen
 Geen techoïnezuren
o Glycocalyx
 Suikerjas
 Viskeus polymeer
 Capsule  georganiseerd, aangehecht aan celwand
 Slijmlaag  niet-georganiseerd, geen aanhechting
 Aanwezigheid  negatieve kleuring
 Alles kleuren behalve dat wat je wil zien
 Functie  voorkomt fagocytose door gastheer
o Flagella
 Lange filamenteuse aanhangsels
 Functie  beweeglijkheid
 Kan men ook kleuren met carbolfuchsin  in laagjes
aanbrengen tot ze waarneembaar zijn
o Prokaryote ribosoom
 Functie  eiwitsynthese
 Bestaat uit: 30S + 50S  70S

,  S = Svedberg eenheid
 Snelheid sedimentatie tijdens ultra-high-speed
centrifuge
 Functie van grootte, gewicht en vorm
 Eukaryote ribosoom = 40S + 60S  80S
 Verschillende antobiotica inhiberen eiwitsynthese thv
prokaryote ribosoom
 Door verschil prokaryote en eukaryote ribosoom gaat micro-
organisme dood door antibioticum terwijl eukaryote cel weinig
hinder ondervindt  selectieve toxiciteit antibioticum
o Endospore
 Gevormd door bacterie
 Resistent tegen omstandigheden dat vegetatieve cel doodt
 Vaak problemen in voedselindustrie
 Schaeffer Fulton endospore kleuring
 Malachiet groen op hitte gefixeerde smeer
 5 minuten verwarmen  hitte zorgt dat kleur in
endospore kan dringen
 Wassen met water  alle malachiet groen dat niet in
endospore zit weg
 Bacterie cellen kleuren met safranine
1.2. Structuur en functie van microbiële genomen opgehelderd
o Genoom = genetische informatie in cel
o Sequentie = opeenvolging van baseparen
o Chromosoom = hierin is genoom georganiseerd  bevat
opgewonden DNA
o Gen = stukje DNA  codeert voor functioneel eiwit
o Genetische map => voorstelling chromosoom, pijltjes geven aan
waar gen zt
 Ook tijd gegeven  tijd nodig om gen door te geven van ene
naar andere bacterie tijdens conjugatie via pili
o Flow genetische informatie




o Opbouw DNA
 Bestaat uit nucleotiden => fosfaatgroep + suiker + base

,  Nucleotiden via fosfodiesterbindingen verbonden
 DNA stren bevat 5’ fosfaat-uiteinde en 3’ OH-uiteinde
 2 DNA strengen via H-bruggen met elkaar verbonden =>
complementaire strengen ( A=T; C=G)  buigen tot dubbele
helix
 2 strengen zijn anti-parrallel
o DNA replicatie
 Replicatievork = plaats waar replicatie plaatsvindt
 1. 2 strengen ontwinden en scheiden  zwakke H-bruggen
verbroken door helicase
 2. Nieuwe nucleotiden vanuit cytoplasma binden via H-
bruggen met complementaire nucleotiden template  nieuwe
baseparen
 3. DNA polymerase katalyseert vorming fosfodiesterbinding
tussen 2 nucleotiden  als resultaat dochterstreng
 4. Parentale streng verder ontwonden  volgende nucleotiden
aangebracht
o Toevoegen nucleotide




 dNTP bindt aan suiker-molecule in groeiende DNA streng  2
fosfaatgroepen komen vrij
 hydrolyse zorgt voor vrijkomen energie voor
fosfodiesterbinding
 hoogenergetische bindingen  2 negatieve ladingen stoten
elkaar af, enkel binden bij veel energie
o DNA replicatievork
 Leading strand => streng die gemaakt wordt in 5’-3’ richting
in 1stuk
 Vrij 3’ OH uiteinde nodig bij synthese
 Lagging strand => streng gemaakt in kleine stukjes
 Geen 3’ OH uiteinde  hulp inroepen
 Probleem  DNA polymerase enkel nucleotiden binden
aan 3’ e-uiteinde
 Oplossing  RNA polymerase maakt korte RNA primer 
aan primer kan DNA polymerase wel nucleotide binden

, o Bacterieel DNA
 Bidirectioneel rond chromosoom  2 replicatievorken in
tegenovergestelde richting
 Proofreading  enkel toegevoegde base gecontroleerd 
indien geen juiste base-paring base vervangen
o Transcriptie
 Geen thimine in RNA
 1. RNA polymerase bindt aan promotor  DNA ontrolt aan
begin gen
 2. RNA gesynthetiseerd dmv complementaire baseparing van
vrije RNA nucleotiden met nucleotide basen op template DNA
streng
 3. Plaats synthese beweegt langs DNA
 4. Terminator bereikt
 5. RNA; RNA polymerase komen vrij en DNA helix terug
gevormd
o Genetische code
 Codon = 3 nulceotiden
 Degeneratieve code => voor 1 AZ verschillende codons
 Sense codon (61)=> coderen voor AZ
 Nonsense codon (3) => coderen niet voor AZ  STOP codons
 AUG = START codon = methionine
 Bij bacteriën is startcodon => formylmethionine
 Bij bepaalde eiwitten methionine terug afgeknipt  niet alle
eiwitten methionine als eerste aminozuur
o Translatie
 Ribosoom gaat complex vormen bij AUG/ methionine aan 5’
kant
 Elk anticodon heeft overeenkomstig aminozuur
 Peptidebinding gevormd tussen verschillende aminozuren
 Codons in volgorde gelezen volgens RNA
 Juiste AZ aangehecht
 Gebeurt bij ribosomen
 Schuift op richting 3’ kant
o Simultane transcriptie en translatie
 Verschillende mRNA moleculen simultaan gesynthetiseerd
 Verschillende ribosomen hechten aan 1 mRNA molecule
 Bacteriën geen kernmembraan  alles in cytoplasma 
transcriptie en translatie kunnen samen doorgaan op hetzelfde
tijdstip

Documentinformatie

Geüpload op
16 oktober 2026
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
8
Laatst verkocht
4 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen