OVERZICHT
Klassieke theoretische oriëntaties
Elke stroming heeft eigen veronderstellingen en legt nadruk op een ander aspect van persoonlijkheid. We
gaan deze toelichten aan de hand van sleutelfiguren.
1. Psychodynamische theorieën
2. Humanistische/existentiële theorieën
3. Dispositionele theorieën
4. Biologische theorieën
5. Leer- en cognitieve theorieën
Sleutelfiguren
1. Psychodynamisch: Freud & Horney
Freud
‣ Lanceerde de psychodynamische theorie
‣ Grote nadruk op kindertijd
‣ Relatie met ouders = belangrijke factor in persoonlijkheidsontwikkeling
‣ Persoonlijkheid wordt vooral verklaard door onbewuste conflicten
Horney
‣ Psychodynamische benadering
‣ Ook aandacht voor het onbewuste, maar minder nadruk op seksualiteit en meer op
sociale relaties en culturele invloeden
2. Humanistisch/existentiëel: Rogers
Rogers
‣ Nadruk op positieve aspecten van menselijk gedrag (bv. geluk)
‣ Soms benoemd als positieve psychologie
‣ Persoonlijkheid wordt verklaart vanuit de bewuste, aangeboren behoefte van de mens om
te groeien en zichzelf te realiseren
3. Dispositioneel: Allport, McCrae & Costa
De dispositionele theorie verklaart persoonlijkheid vanuit stabiele en consistente trekken die
gedrag op een unieke manier bepalen.
Allport
‣ Benadrukte het unieke karakter van elke persoon
‣ Persoonlijkheid wordt verklaard door individuele trekken
McCrae & Costa
‣ Persoonlijkheid omschreven via vijf belangrijke trekdimensies (Big Five)
4. Biologisch/evolutionair: Eysenck
Eysenck
‣ Werkt met trekken
‣ Plaatst ze binnen een biologische / evolutionaire benadering
,5. Leren – cognitieve: Mischel
Mischel
‣ Gedrag wordt geleerd via associaties en gevolgen van gedrag
‣ Cognitief-affectieve eenheden zijn belangrijk
,INLEIDING
Overzicht
1. Wat is persoonlijkheid?
2. Wat is een theorie?
3. Waarom bestaan er meerdere theorieën?
4. Wat maakt een theorie zinvol?
5. Dimensies voor een concept over de ‘mensheid’ (cf. humanity)
6. Onderzoek naar persoonlijkheidstheorieën
7. Niet-Westerse benaderingen van persoonlijkheid
Wat is persoonlijkheid?
1. Oorsprong van het woord
Het woord persoonlijkheid komt van het Latijnse woord “persona”
Betekenis:
‣ “Persona” = masker
‣ In de Romeinse tijd droegen acteurs maskers in het theater
‣ Het masker stelde een rol uit het dagelijkse leven voor
Psychologisch betekent dit:
‣ Persoonlijkheid is meer dan de façade of rol die iemand aan anderen toont.
2. Definitie van persoonlijkheid
Persoonlijkheid = Een patroon van relatief permanente karaktertrekken (traits) en unieke
kenmerken die zowel voor consistentie als individualiteit zorgen in het gedrag van een
persoon.
‣ Patroon
Een combinatie van trekken
‣ Relatief permanent
Blijft meestal stabiel over tijd
‣ Unieke kenmerken
Intelligentie, temperament, …
‣ Consistentie én individualiteit
Consistentie → gedrag is voorspelbaar
Individualiteit → iedereen heeft een unieke combinatie van trekken
3. Trekken en unieke kenmerken
Trekken
‣ Ze blijven relatief stabiel
‣ Ze zorgen voor consistentie
‣ Ze bestaan bij veel mensen (maar in verschillende mate)
Kenmerken (unieke kwaliteiten)
‣ Trekken zijn persoonlijke eigenschappen zoals temperament of intelligentie.
‣ De combinatie ervan maakt iemand uniek
, Wat is een theorie?
1. Theorie ≠ volkswijsheid
Volkswijsheid = iets dat men gelooft zonder wetenschappelijk onderzoek
Theorie = wetenschappelijk instrument
Theorieën worden door wetenschappers gebruikt om:
‣ Onderzoek te genereren
‣ Observaties te ordenen
‣ Empirische evidentie te verzamelen
2. Definitie theorie
Een set van gerelateerde veronderstellingen die wetenschappers toelaten om op basis van
logisch deductief redeneren testbare hypotheses te formuleren.
‣ Set
Een theorie bestaat uit meerdere samenhangende ideeën
‣ Gerelateerde veronderstellingen
De ideeën moeten: Samenhang vertonen en logisch consistent zijn
‣ Logisch deductief redeneren
Men vertrekt van een algemene theorie en leidt daaruit specifieke hypotheses af
‣ Testbare hypotheses
Een theorie moet hypotheses opleveren die:
- Getest kunnen worden
- Via wetenschappelijke methode onderzocht kunnen worden
3. Theorie is verwant maar verschillend van:
Theorie wordt vaak verwacht met die concepten en staat in verband met die concepten maar zeker
geen synoniemen.
Speculatie
‣ Speculatie = een vermoeden of idee
- Theorieën beginnen vaak met speculatie
- Maar moeten uiteindelijk gebaseerd zijn op empirische data
- Speculatie alleen is geen theorie
Hypothese
‣ Hypothese = een specifiek vermoeden dat getest kan worden via wetenschappelijke
methode.
- Theorie → genereert → hypotheses
- Hypothese → wordt getest → beïnvloedt theorie