Inleiding en situering
Examen: 90% vragen van wat in de les is gezegd, 10% vragen uit cursus die niet
aan bod kwamen.
45 meerkeuze vragen over heel de cursus verhoogde cesuur → 4 mogelijkheden,
1 juist
29 op 45= geslaagd
Data niet belangrijk op examen of bv. geen namen
Focus op inhoud van de theorien
1. Afbakening
Focus op individu= werknemer
Interactie tussen werknemer en organisatie
2. Situering van de A&O-psychologie
Consument behandelen we niet, dus focus op producent
Ergonomie → werkomgeving aanpassen aan persoon
Arbeidspsychologie → persoon aanpassen aan de job bv. opleidingen, werving
Organisatiepsychologie → gedrag binnen organisatie bestuderen bv.
organisatiecultuur of leiderschap
1
, 3. Historische en maatschappelijke evoluties
3.1 Filosofie
Plato:
• beschrijft ideale Staat als plaats waar individuen die taken toegewezen
krijgen waarvoor best geschikt
• stelt: geen twee personen exact gelijk geboren; mensen verschillen qua
natuurlijke begaafdheden
• stelt militaire geschiktheidstests op om soldaten van ideale Staat te
selecteren
plato kort: leiding bv. filosofen, wachters bv. politie, gewone werkmans
Juan de Dios Huarte y Navarro:
• grote individuele verschillen
• verschillende beroepen vereisen verschillende vaardigheidspatronen
• belang van goede professionele diagnostiek door de staat, zodat men
jongeren kan verplichten het kennisdomein te bestuderen waarvoor meest
geschikt
• voordeel voor staat
• voordeel voor individu: geen tijd en moeite verspillen
Kort: juiste werknemer voor de juiste job
Bijvoorbeeld ingangsexamens
3.2 Natuurwetenschappelijke methode:
• observatie ➔ hypothese ➔ toetsing ➔ verwerping/aanvaarding hypothese
• Vb. Milgram experiment → mensen zijn gevoelig aan autoriteit → experiment
met elektrische schokken
(https://www.youtube.com/watch?v=xOYLCy5PVgM)
3.3Maatschappelijke ontwikkeling / sociale invloeden:
Bv. industriële evolutie, AI,
3.4 Humanisme
Mens staat centraal
3.5 Eerste academische ontwikkelingen:
• 1876: Wilhelm Wundt: natuurwetenschappen om gedrag te bestuderen
– Experimentele methode
– Introspectie → ervaringen delen na experiment
2
,3.6 Arbeidspsychologie – consumentenpsychologie:
• 1901: Walter Dill Scott
– Toespraak over psychologie en reclame
– Voor eerst commerciële activiteit linken aan psychologische inzichten
• 1912: Hugo Münsterberg = vader arbeids en organisatie psychologie
– Psychology and industrial efficiency
– Toepassen van empirisch – natuurwetenschappelijke methode op
selectie
– Natuurwetenschappen toepassen op selectie
– Bv. test trambestuurders → reactietijden testen
3.7 Differentiële psychologie:
• Galton, Pearson:
– Sterke interesse in individuele verschillen
– Experimentele methode
– Ontwikkelen van statistische technieken (gemiddelde,
standaardafwijking, correlatie)
– Basis voor selectiepsychologie
4. Evolutie van maatschappelijke beeld over
de mens in een arbeidssituatie
4.1 < 20 eeuw:
• Werknemer volgt slaafs instructies en heeft geen eigen mening
4.2 De rationeel-economische mens:
• Werknemer heeft vooral rationeel - economische motieven
• Taylor, scientific management
– Meer loon → meer prestaties
– Rationeel economisch= mensen zijn van nature lui
– Idee van lopende band → werk verdelen in kleine stukjes
– Taylorisme= fordisme
– Vooral top-down
– Werkmethoden moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke principes
3
, – Selecteer, train en ontwikkel elke werknemer op een wetenschappelijke
manier
– Zorg ervoor dat de geplande werkmethode gevolgd wordt
– Managers analyzeren en plannen, werknemers voeren uit
• Gilbreths, time and motion studies → timen om werk te optimaliseren
Bv. Metsen → niet meer bukken voor stenen te pakken
Bv. De post of garage
4.3 De sociale mens:
• Werknemers hebben ook sociale behoeften → aandacht, collegas
• Testen met het licht → Mayo
• Mayo, Hawthorne effect
4.4 De naar-ontplooiing-zoekende mens:
• Werknemers willen ook persoonlijk iets opsteken van het werk; ze willen
ontwikkelen en bijleren
• Herzberg, tweefactorentheorie:
Herzberg → interview wat maakt werknemer tevreden/ontevreden
– Herzberg → mensen zijn niet lui, maar willen verantwoordelijkheid
– Hygiene factors of demotivatoren en motivatoren
– Hygiene factor= moet aanwezig zijn maar is niet voldoende!
– Combinatie van beide factoren is nodig voor voldoening!
– Visie:
• Extrinsiek is belangrijk, maar daarboven moet ook aandacht
besteed worden aan intrinsiek
• Mensen willen graag interessant werk, verantwoordelijkheid,…
• Mensen zoeken mogelijkheden om meer van zichzelf in het werk
te leggen
– Kritiek:
• Zeer eenvoudig
• Slechte repliceerbaarheid
• Weinig ruimte voor individuele verschillen
4