100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

College aantekeningen Inleiding Tot Het Recht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
110
Geüpload op
23-08-2021
Geschreven in
2019/2020

Aantekeningen van de lessen Inleiding tot het recht












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
23 augustus 2021
Bestand laatst geupdate op
23 augustus 2021
Aantal pagina's
110
Geschreven in
2019/2020
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Dirk van daele
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding in het recht
Wat te kennen: les + randnummer (zie toledo) + teksten op toledo

Examen: meerkeuze / 3 uur de tijd / 24 vragen



Criminoloog moet recht kennen, rechter/jurist moet ook criminologie kennen.

Deel 1: Het fenomeen recht

Hoofdstuk 1: Het fenomeen recht
1.1 het begrip recht
- iedereen heeft er al van gehoord of meegemaakt, er is geen vaste definitie van

- Latijnse term: “Ubi societas, ibi ius ubi ius, ibi societas”  waar er een samenleving is, is er recht

Vb.: recht / links-rijden, straffen van moord

- recht wordt gemaakt en verandert  menselijk

 recht = BELEIDSINSTRUMENT : wat willen we gaan doen

Vb.: pensioenleeftijd verlagen  wet aanpassen

drugs legaliseren  wet aanpassen



Wat is recht?  rechtsregel

- Het evolueert

In Europa  normensysteem  regels

opgelegd door overheid,

gehandhaafd door overheid (controleren, nakijken),

zal zo nodig sancties opleggen (straf)

 recht is een normensysteem dat door de overheid wordt opgelegd. De overheid zorgt ervoor dat
de normen worden gehandhaafd en dat ze door de burgers worden nageleefd. De overheid zal waar
nodig straffen



vb. wat is diefstal / definitie

nakijken / controleren op diefstal

straf bij plegen van diefstal



- recht is gebonden aan een maatschappij (recht definiëren per maatschappij)

,1.2 aspect NORM
- recht als geheel van bindende regels/normen

4 soorten: 1) algemeen geldende regels

2) regels toepasbaar na een keuze

3) suppletieve regels ≈ wilsaanvullende regels

4) technische regels



1. Algemeen geldende regels
- regels die voor iedereen gelden, voor ieder rechtssubject (alle personen, instellingen die door de
overheid als subject worden beschouwt met rechten en plichten)

1. Algemene gebodsbepalingen
- voor iedereen
- je moet iets doen (gebot), wordt positief omschreven
Vb. verkeersreglement, aangifte geboorte, belastingen  het wordt positief omschreven
in de wet
Art. 422 bis : verplicht zijn iemand hulp te bieden als die persoon in nood is (je krijgt een
boete als je dit niet doet)  het wordt negatief omschreven in de wet

2. Algemene verbodsbepalingen
- voor iedereen
- je mag iets niet doen (verbod)
Vb. moord, diefstal
 je krijgt een straf als je dit toch doet

Verbodsbepalingen buiten het strafrecht: - goederen niet verkopen zonder winst
- maximaal met 1 vrouw tegelijk getrouwd zijn

3. verlofbepalingen
- ≠ vakantie
- voor iedereen
- je kan iets doen (toelating om iets te doen), je hebt de mogelijkheid om iets te doen
(zonder verplichting)
- moet niet, het mag  je hebt zelf de keuze
Vb. scheiding aanvragen: beide personen hebben de mogelijkheid om de scheiding aan te
vragen

4. belovende regels
- voor iedereen
- vb. recht op arbeid, recht op privéleven, …
= opdracht voor de overheid om te zorgen dat iedereen die wil werken kan werken
 overheid zorgt voor een zo goed mogelijk beleid, overheid gaat zijn best doen om een
zo goed mogelijk beleid te maken

,2. regels toepasbaar na een keuze
regels die pas gelden als je een bepaalde keuze hebt gemaakt, maak je deze keuze niet dan zijn deze
regels ook niet voor jou van toepassing (veel regels die niet van toepassing zijn op jou omdat je iets
anders kiest)
Vb. trouwen, als je niet trouwt dan gelden die regels niet op jou
adopteren, als je niemand adopteert, heb je die regels niet


3. suppletieve regels ≈ wilsaanvullende regels
- aanvullen van de wil van rechtssubject
 reservebank van het recht
- regels gelden maar als het rechtssubject niet anders beslist  onze eerste wil

Regels die gelden voor zover je zelf geen andere regels maakt

Vb. dag dat huwelijk stuk gaat  wat gebeurd er met het geld en de spullen?
 staat zegt: trek je plan MAAR als er geen regels waren opgesteld dan is er de reservebank
- geen regels opgesteld  algemene, klassieke regels
Bindend als je niet anders besloten hebt
Contract A zegt: doe dit MAAR jouw contract zegt niet doe dit  reservebank



4. technische regels
- termijnen, procedures
Ze leggen geen bepaald gedrag op aan de rechtsonderhorige maar ze onderwerpen de regels zelf
aan een aantal randvoorschriften
- vb. handtekeningen, waar moet de handtekening op een document staan?
 bescherming van verdachten (geen telefoon zomaar afluisteren, niet zomaar achtervolgen, niet
folteren, niet doden)



1.2 , 1.3, 1.4 Waarom is er recht nodig?
1.3 Recht en orde
Ons recht is gebaseerd op het Romeins recht
- zonder recht kunnen we niet samenleven  orde scheppen in de maatschappij
- bindende afspraken geldig voor iedereen
Latijnse term: “Ubi societas, ibi ius ubi ius, ibi societas”  waar er een samenleving is, is er recht



1.4 Recht en gezag
Overheid/staat
Overheid (federaal, gemeenten en gewesten) maakt rechtsnormen

, Hoofdstuk 2: Indelingen van het recht
2.1 de rechtstakken publiek recht versus privaat recht
Publiek recht  privaat recht

- publiek recht: algemene belangen van natie/overheid nakomen/waarborgen

- dwingend recht

Vb. staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht, procesrecht, fiscaalrecht

Overheid  burger (overheid staat boven de burgers  verticale verhouding)



- privaat recht: mijn, jouw belangen (privébelangen: burgers, ondernemingen/rechtspersonen)
nakomen

- eigen vrije wil, privé bezit

- vaak suppletief rechts, dwingende regels

Vb. vennootschapsrecht, handelsrecht

Burger  burger (burgers staan naast elkaar  horizontale verhouding)



- niet overdrijven in opsplitsing: Reden?  sociale welvaartstaat

Vb. werkloosheid  overheid betaald uitkering (we betalen het met z’n allen)

Tot voor WOII  private recht (als je werkloos was moest je maar zorgen dat je geld had)

Na WOII  gedeeltelijk publiek recht (overheid is zich gaan moeien, overheid helpt je)



2.2 Nationaal versus internationaal recht
- nationaal recht: recht van een land dat geldig is in het grondgebied

- voor iedereen

Bv. Nederlander in België  Belgisch recht,
Belg in het buitenland  geen Belgisch recht

Nationaal recht = Recht binnen de grenzen van één land dat geld voor iedereen op het grondgebied
van dat land.

- internationaal recht:

1. volksrecht: afspraken tussen autonome staten  door internationale verdragen

Vb. ontwikkelingshulp (afspraak tussen landen dat personen in het land mogen komen om te
helpen)

2. Europees recht (niet belangrijk tot master)  supranationale instellingen
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
brittk2001bk

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
brittk2001bk
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen