• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 83 pagina's
Samenvatting

Staatsrecht Samenvatting | VUB | 25-26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 5 van de 83 pagina's

Persoonlijke samenvatting van het vak ‘Staatsrecht’, gegeven door Aube Wirtgen aan de VUB. Deze samenvatting behandelt alle 11 hoorcolleges en is gebaseerd op de lessen en de cursustekst. De inhoud is overzichtelijk gestructureerd per hoorcollege en beperkt zich tot de kern, zodat je niet door een samenvatting van 150 pagina’s hoeft te werken om de grote lijnen goed te begrijpen en efficiënt te studeren. De samenvatting werd opgesteld als studiemateriaal ter voorbereiding op het examen. Ze hielp mij om in de eerste zittijd vlot te slagen en bleek ook voor verschillende medestudenten nuttig. Neem zeker ook een kijkje op mijn account voor andere samenvattingen!

Voorbeeld van de inhoud

Staatsrecht

Deze persoonlijke samenvatting is gebaseerd op de hoorcolleges en het cursusmateriaal van Staatsrecht,
gegeven door Aube Wirtgen. Auteursrecht op oorspronkelijke teksten, afbeeldingen en schema’s berust bij de
respectieve auteurs en rechthebbenden.

Inhoudstabel
1. Hoofdstuk 1: Algemene inleiding – situering en omschrijving staatsrecht (p. 3)
1) Het onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht (p. 3)
2) Staatsrecht (p. 5)
2. Hoofdstuk 2: De bronnen van het grondwettelijke recht (p. 6)
1) Overzicht (p. 6)
2) De hiërarchie van de rechtsnormen (p. 6)
3) Internationale en supranationale normen (p. 7)
4) De grondwet (p. 9)
5) De wet (p. 16)
6) Het decreet (p. 23)
7) De ordonnantie (p. 25)
8) Samenwerkingsakkoorden (p. 26)
9) Het gezamenlijk decreet en ordonnantie (p. 26)
10) Wetskrachtige en gewone koninklijke besluiten (p. 26)
11) Besluiten van gemeenschaps- en gewestregeringen (p. 28)
12) Ministeriële besluiten (p. 28)
13) De gewoonte (p. 28)
14) Algemene rechtsbeginselen (p. 28)
3. Hoofdstuk 3: Het begrip ‘Staat’ (p. 29)
1) Drie constitutieve bestanddelen (p. 30)
2) Een volksgemeenschap of permanente bevolking (p. 30)
3) Gezag (p. 30)
4) Het grondgebied (p. 30)
5) Burgerschap en nationaliteit (p. 31)
4. Hoofdstuk 4: De geledingen van de Belgische Federale staat (p. 31)
1) De lokale besturen (p. 31)
2) De taalgebieden (p. 33)
3) De gewesten (p. 34)
4) De gemeenschappen (p. 34)
5. Hoofdstuk 5: De voornaamste kenmerken van de Belgische staat (p. 34)
1) Een rechtsstaat (p. 34)
2) Een federale staat (p. 35)
3) Een representatieve democratie – de nationale soevereiniteit (p. 37)
4) Een monarchie (p. 38)
5) Het parlementaire regime in België (p. 38)
6) De scheiding van de machten (p. 39)
7) Scheiding van kerk en staat (p. 40)
6. Hoofdstuk 6: De federale machten (p. 41)
1) De federale wetgevende macht (p. 41)
2) De federale uitvoerende macht (p. 46)
3) De rechterlijke macht (p. 52)
7. Hoofdstuk 7: De gemeenschappen en de gewesten (p. 55)
1) Centrifugaal-federale staat van bipolaire aard zonder absolute territoriale scheiding (p. 56)
2) Gebetonneerde en verschanste bevoegdheden (p. 56)

, 3) Federaal systeem met een asymmetrische structuur (p. 57)
4) Coöperatief federale staatsstructuur (p. 57)
5) Geen homogene bevoegdheidspakketten (p. 57)
6) De (materiële) bevoegdheden van de gemeenschappen (p. 57)
7) De (materiële) bevoegdheden van de gewesten (p. 59)
8) De bevoegdheden van de federale overheid (p. 59)
9) Belangrijke begrippen inzake de bevoegdheidsverdeling (p. 60)
10) De instellingen van de gemeenschappen en gewesten (p. 62)
11) De Brusselse instellingen (p. 64)
12) De Duitstalige gemeenschap (p. 68)
8. Hoofdstuk 8: Het Grondwettelijk Hof (p. 68)
1) Het Grondwettelijk Hof: plaats in bestel (p. 69)
2) Samenstelling van GWH (p. 69)
3) Bevoegdheid van GWH (p. 69)
9. Hoofdstuk 9: Financieel federalisme (p. 71)
1) Principes en juridisch kader (p. 71)
2) Algemene principes betreffende belastingbevoegdheid (p. 71)
3) Algemene principes inzake begrotingen en rekeningen (p. 72)
4) De autonome belastingbevoegdheid van de deelstaten (p. 72)
5) De financiering van deelstaten (p. 72)
6) Eigen niet-fiscale ontvangsten van deelstaten (p. 72)
7) Andere financiering van deelstaten (p. 72)
10. Hoofdstuk 10: De gewapende macht (p. 73)
1) Art. 167, §1 Gw. – Koning beveelt de krijgsmacht, KvV controleert (p. 73)
2) Art. 182, 183, 185, 186 Gw. – besluitvorming door de wetgevende macht (p. 73)
11. Hoofdstuk 11: De rechten en vrijheden (p. 74)
1) Algemeen juridisch kader (p. 74)
2) Bronnen (p. 74)
3) Evolutie – drie generaties van grondrechten (p. 74)
4) Bevoegdheidsverdeling inzake grondrechten (p. 75)
5) Geen absolute bescherming – mogelijkheden tot beperkingen (p. 75)
6) Naar een grondwettelijk verankerde noodtoestand? (p. 75)
7) Gelijkheid en verbod op discriminatie (p. 76)
8) Vrijheid van meningsuiting (p. 78)
9) Drukpersvrijheid (p. 79)
10) Het recht op leven, lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid (p. 80)
11) Vrijheid van vergadering (p. 81)
12) Vrijheid van vereniging (p. 82)
13) Recht van personen met een handicap op inclusie (p. 82)
14) Sociale, culturele en economische grondrechten (p. 82)
15) Algemene beleidsdoelstellingen (p. 83)




2

,Hoofdstuk 1: Algemene inleiding – situering en omschrijving
staatsrecht

1. Het onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht
= klassieke indeling die al afstamt van het Romeins recht: publiekrecht is het recht dat betrekking heeft op de
Romeinse zaak (= aangelegenheden Romeinse overheid), privaatrecht het recht dat de belangen der individuen betreft.

 Publicum jus est, quod ad statum rei romanae spectat, privatum quod ad singulorum utilitatem.

1) Privaatrecht = recht dat relatie tussen burgers onderling, tussen burgers en private entiteiten (bv
naamloze vennootschap) of tussen private entiteiten onderling vastlegt (bv huwelijk, eigendom…)

 onderverdeling in verschillende takken:

 Burgerlijk recht
 Gerechtelijk privaatrecht
 Verbintenissenrecht
 Handelsrecht – economisch recht
 Sociaal recht: arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht
 Internationaal privaatrecht

= gaat ervan uit dat burgers hun onderlinge verhoudingen in beginsel zelf mogen regelen

 vrijheid en gelijkheidsgedachte van Franse revolutie doordringt oud en vernieuwd Burgerlijk
wetboek1; beginselen zoals wilsautonomie en contractvrijheid
2) Publiekrecht = regelt optreden en organisatie van overheid – verhouding tussen overheid, burgers;
interne organisatie overheid; verhouding versch. overheden; verhouding tussen staten onderling

 bestaat ook weer uit verschillende takken:

 Grondwettelijk recht; ook wel staatsrecht, constitutioneel recht of publiekrecht sensu stricto2
 Administratief recht
 Budgettair recht
 Strafrecht
 Strafprocesrecht
 Fiscaal recht
 Internationaal (publiek)recht

= burger neemt inherent ondergeschikte positie ten opzichte van de overheid  overheid kan hen
immers binnen wettelijke grenzen zaken opleggen/ontnemen indien zij dit nodig acht voor algemeen belang

3) Onderscheid privaatrecht en publiekrecht: nuancering

= verschillende redenen om het onderscheid te nuanceren

Publiekrecht geldt enkel ten aanzien van overheid indien zij optreedt in haar hoedanigheid van
overheid



1 is een wetboek van 13 april 2019 dat de basis vormt van het Belgisch privaatrecht; het oude dateert van 1804.
2 betekent in strikte zin  sensu lato betekent dan weer in brede zin

3

, kan ook in hoedanigheid privépersoon (los van overheidsmacht) waarbij zij in regel onderworpen
is aan privaatrecht (bv bij het huren van een gebouw)
Privépersonen kunnen evenzeer bekleed worden met overheidstaak, vb een concessie van openbare
dienst  rechtsverhoudingen tussen overheid en privépersoon beheerst door publiekrecht

 Voorbeeld – concessie van openbare dienst: privé-uitbater krijgt van gemeente toestemming om op
gemeentelijk meer pedalo’s te verhuren = openbaar domein (eigendom overheid); uitbater verleent dienst aan
publiek (recreatie) en ontvangt zelf de inkomsten; overheid krijgt eventueel concessievergoeding

Toenemende vervlechting tussen publiekrecht en privaatrecht:

 Overheid ontvangt steeds meer taken via privaatrechtelijke weg (bv participatie in bedrijf –
grootste aandeelhouder Proximus)
 Bepaalde publieke taken toegekend aan privaatrechtelijke organisaties (bv daklozen opvang
door een vzw)

Autonomie burger in privaatrecht + beschikkingsvrijheid overheid in publiekrecht zijn beide relatief:

 Privaatrecht: autonomie burger begrensd door dwingende rechtsregels (bv verbod op
discriminatie bij aanwerving van personeel of verhuren woonst)
+ veel situaties waarin contractvrijheid van partijen in werkelijkheid niet bestaat (bv
werkzoekende heeft weinig/geen onderhandelingsmarge bij sollicitatie

 essentie rechtstaat: overheid (en ook wij) zijn onderworpen aan het recht

Onderscheid tussen beide vindt oorsprong in liberale staatsopvatting 19de eeuw:
 Individu stond centraal, houder alle rechten en vrijheden, en staat had slechts minimale,
beschermende rol – zoals een nachtwaker die alleen ingrijpt wanneer nodig

 gaandeweg is deze geëvolueerd tot een sociale verzorgingsstaat met een ruim takenpakket:
 Regels uitvaardigen die sociaal en financieel economisch leven sturen en regelen (vb
arbeidsrecht, sociaal zekerheidsrecht, handelsrecht…)
 Deelnemen aan economisch leven door goederen te produceren en diensten aan te bieden
(bv openbaar vervoer)
 Instaan voor aantal basisbehoeften burgers (bv gezondheidszorg)
 Door publieke investeringen en subsidies bepaalde private initiatieven steunen en
aanmoedigen  wanneer deze algemene belang dienen (bv subsidies zonnepanelen)

Basisidee:

 Vroeger: overheid besliste eenzijdig, behartigen algemeen belang niet verwezenlijkt door
overleg met burgers, maar door uitoefening macht (vb verplichte legerdienst)
 Heden: grote verschuiving naar meer participatie en inspraak* (vb bij aanvraag vergunning,
omwonenden 30 dagen de tijd om bezwaren in te dienen); steeds meer individuen trekken
gezag van overheid ook in vraag – door bv protesten)

= wederkerigheid van bestuursrecht* + toenemende mondigheid van de burger  fundamentele
hertekening verhouding overheid en maatschappij




4

,2. Staatsrecht
= grondwettelijk recht, benaming binnen recht; constitutioneel recht  publiekrecht in sensu stricto,
want fundament van publiekrecht

= fundamentele regels voor inrichting en de werking van de staat, alsook hun onderlinge relaties en
hun relaties tot burgers (+ rechten en vrijheden burgers)

 Mensenrechten is hierbinnen cruciaal, een voorwaarde voor een rechtstaat

1) Voornaamste beginselen

Rechtsstaat, federale staat, representatieve democratie – de nationale soevereiniteit, parlementaire
monarchie, parlementaire democratie, scheiding van machten, scheiding kerk en staat, principe
exclusieve bevoegdheden en uitzonderingen, beginsel van federale loyauteit

2) Staatsrecht en politieke wetenschap

= beide bestuderen het functioneren van de staat  toch een verschil:

 Staatsrecht werd vroeger juridisch-formalistisch benaderd: vanuit strikt juridisch-oogpunt en
zich dus hoofdzakelijk toelegde op studie rechtsregels
 Politieke wetenschap had meer causale benadering: onderzocht hoe macht in praktijk werkt;
welke belangen, partijen, en invloedssferen echt een rol spelen; en hoe gezagsdragers en
burgers zich werkelijk gedragen

 groeiend besef in 20ste eeuw dat ze niet los van elkaar staan: recht niet begrijpen zonder besef hoe politiek
in praktijk werkt + politiek gedrag niet begrijpen zonder kennis juridische instellingen, regels die gedrag mogelijk maken

= ontstaan van wederzijdse bevruchting: staatsrecht rekening met politieke realiteit; politieke
wetenschap erkent belang juridische structuren

Voorbeelden:

 USSR: op papier waren er mensenrechtenverdragen, maar in werkelijkheid werden deze
massaal geschonden

- Pacificatiewet: territorialiteitsbeginsel = elke regio gebruikt eigen bestuurstaal (bv NL in Vlaamse
stad door overheid gebruikt, in BXL twee talen)

 Probleem in Voeren: José Happart weigerde NL te gebruiken in Vlaamse gemeente 
politieke crisis: Franstaligen eisten dat Voeren bij WL zou komen (Retour à Liège), NL eiste
respect voor taalwetten
 Pacificatiewet: Moeilijke, politiek gemotiveerde wet die uitzonderingsstatuten vastlegde
(Voeren, faciliteitengemeenten) om het conflict te beëindigen

= onbegrijpelijke wet voor juristen  enkel begrepen in juridische context




5

Documentinformatie

Geüpload op
5 oktober 2026
Aantal pagina's
83
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
amosadriaens
5,0
(1)
Verkocht
7
Volgers
1
Items
14
Laatst verkocht
3 dagen geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen