Hoofdstuk 1: de doorbraak van de burgerlijke parlementair-
constitutionele staat
= Bourgeois, rijken
= Land met monarch (die beperkt wordt door Gw) en waar parlement
macht heeft die de regering controleert
Macht in handen van rijke bergerij (The 1%)
Pol noord-zuid onder Willem 1 sinds 1814
Sociaaleconomische breuklijn
1830-1848 = overgangsperiode
Periode m restanten AR veranderen
- Landbouw eco industrieel kapitalisme: burgerij
- Adel en kerk geprivilegieerd kerk verliest bezit en goederen
- Platteland = kath en conservatief negatief tov ned
- Ned = protestant & wil industrie stimuleren (liberaal), willen
minder macht naar kerk
- 1830= Be revolutie
Instellingen
1789 Franse revolutie veranderingen
- AR: wil confederalisme (apart regeren, elke provincie onafh)
- FR schaft systeem af – samenwerken en gelijkheid “verlichting”
Frans regime
- 1795 Be deel v Fra eenheidsstaat
- Afschaffing privileges nationale soevereiniteit
Verkoop goederen kerk
- Nieuw juridisch systeem
Rechtbanken Exit gewoonterecht
Burgerlijk wetboek
Levensbeschouwelijk
- Concordaat (verdrag) napoleon en kerk 1801
o Weddes (vergoedingen) voor priesters
o Kerkgebouwen beheerd door kerkfabrieken(teruggegeven door
staat, gemeente subsidieert kerkfabriek)
1
,1815 Verenigd koninkrijk der Nederlanden
- Congres van Wenen 1814-1815
o Verenigd Koninkrijk der Nederlanden = bufferstaat tegen
frankrijk(= niet verplicht neutraal)
o Forten
- Gw 1815 = niet de huidige Gw
o Geen ministeriele verantwoording
o Vorstelijke tussenkomst
o Parlement: Staten Generaal
50/50 Noord/Zuid maar meer Belgen - ?
Belgen katholiek en ned katholiek & protestant
angst te katholiek
Bicameraal: Eerst (adellijke kamer) & tweede kamer
Tienjarige begroting
Revolutie van 1830
Liberalen en katholieken samen
Verklaring aan europese grootmachten om Belgie te erkennen
Sociaal-economische breuklijn
Context revolutie
- Landbouwland industrialisatie
o Succes onder willem1
o Landbouw blijft belangrijkste
- 2 oppositiegroepen
1. Middenklasse m liberale eisen (FR verderzetten)
2. Adel & clerus willen herstel macht
Beiden willen lacht koning beperke,
- Revolutie < lagere burgerij en middenklasse – “uitgesloten”
= intellectuelen, onderwijs, journalisten, ambtenaren
=kleine boeren, ambachtslui
voeren revolutie, maar uitgesloten v macht
- Conservatieven: herinnering Brabantse omwentelingen (tegen
progressieve, autoritaire vorst)
- Democraten en liberalen willen meer inspraak
- Eisen middenklasse
2
, 1. Volkssoevereiniteit (bevolking kiest machthebbers)
2. Parlementaire regime (macht uit v parlement)
3. Ministeriele verantwoordelijkheid
4. Rechten en vrijheden (rechtsbescherming individu)
- Adel en kerk
o Tegen onderwijspolitiek Willem 1 (W1 wil vrij onderwijs)
o Eisen: vrijheid godsdienst en onderwijs
Monsterverbod 1827
Liberaal katholicisme (bondgenootschap) om macht koning
beperken
= unionisme lib en kath in verzet
Hoe verloopt de revolutie?
- Ontevreden massa rellen en vernielingen
- Actiegroepen uit middenklassen (kranten en petities)
- Voorlopig bewind
o Onafhankelijkheidsverklaring okt 1830
o Verkiezing Nationaal congres – kiescijns
o Conferentie van Londen nov 1830
veel angsten voor Europese oorlog dus onafhankelijk
belgie als nieuw liberale staat
Reactie koning Willem
- Brussel trekt ned terug
- Wil dynastie bewaren stuurt Prins v oranje (zoon) naar
Antwerpen
- Kloof N (anti-Belgischgezind)& Z
Het nationaal congres en de grondwet
= grondwetgevende vergadering
Instellingen
Grondwet, een compromis
- Lib middenklasse <-> adel en clerus
o Gematigde hervormingen (lib)
o Machtsstructuur v voor FR (conservatief)
3
, - Verkiezingen Nat. Congres
o Kiescijns (exit kleine burgerij, democraten en republikeinen
o Capacitair stemrecht (diploma)
Nationale soevereiniteit, geen volkssoevereiniteit
- Representatief, parlement, verkiezingen, Gw
- Elk individu macht en oefent samen uit
Nationaal Congres
Belangrijke groepen die domineerden:
1. Adel (grootgrondbezitters)
2. Intellectuelen (advocaten)
- Meer katholieken dan antiklerikalen
- Meer conservatieven dan democraten
- Antibelgischgezinden in minderheid
- Prioriteiten
o Adel en burgerij beschermen tegen koning
1. Koning gebonden aan wet
2. Scheiding der machten
3. Ministeriele verantw
4. Contraseign = handtekening minister bij k besluit
o Macht burgerij erkennen
Pol vrijheid grondrechten
Bewaken vrijheid parlement
= progressieve Gw
- Rol parlement
o Discussiëren
o Toezicht op staat
o Uitvoerende macht controleren
- Rol overheid (uitvoerend/ politiefunctie)
o Veiligheid
o Beschermen eigendom
- Rol pol vrijheden
o Recht vergaderen en verenigen
o Persvrijheid
Nationaal congres <-> revolutie
4