Specifieke doelgroepen
Introductie
Personen met:
- Au%sme
- Een verstandelijke beperking
- ADHD
- NAH
- Demen%e
- Een motorische beperking
- DCD
- Een visuele beperking
Module per doelgroep: definities, kenmerken, oorzaken, diagnostiek, behandeling, …
Algemene diagnostiek bij ontwikkelingsstoornissen: volledig in kaart brengen hoe het kind
functioneert, wat de vaardigheden zijn… om dan te besluiten of het kind tot één van de
specifieke doelgroepen behoort of meerdere.
Opbouw modules
- Eerste kennismaking (vrijblijvende voorbereidende opdrachten thuis)
- Verdieping (hoorcolleges, digitaal leerpad en zelfstudie)
- Naverwerking
Zelfstudie (dit doe je voor jezelf)
- Personen met een zelfstandige beperking
- Personen met een visuele beperking
Verantwoordelijke: Eveline vogels
- Alles wat we in het hoorcollege zien moeten we kennen
Examen:
- SchriOelijk en digitaal
- 20 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden met telkens maar één juist antwoord
- 2 open vragen
,AUTISME
Historiek
begin jaren ‘40
Kanner: autistic disturber of affective contact (eerste keer vermelding autisme)
Hij besprook een aantal kinderen
aperger -> autistische psychopaten
Prent: de oorzaak van dat gedrag lag bij de ouders (moeders) vooral, die
afstandelijk waren
Weinig aanraking tussen moeder en kind (geen knuffels) -> ondertussen
weten we dat die moeders het beste om konden gaan met hun kind
Soms moet je als logopedist ook een koelkastmoeder zijnà geen koosnaampjes,
aanrakingen
Vanaf 1970-1980:
- grote publiek: autisme
- Triade van Lorna Wing
• Au%sme bij volwassenen
• Lorna wing = traide over au%sme: moeite met sociale rela%es
Jaren ‘90:
- Lorna Wing:
Asperger-syndroom: normale tot hoge intelligentie en geen taalachterstand
- ‘overdiagnose’
- Er is geen sprake van overdiagnose maar wel van opspooring: men wordt er beter en
beter in met het omschrijven
1. Betere opsporing
2. Uitbreidning criteria (nl IQ) de ‘normale’ groep heeO veel sneller problemen
3. Vroegditec%e: screening op jongere leeOijd
4. Groter belang aan diagnose: het opent deuren voor bepaalde hulp
,Oude definitie volgens DSM-IV
-> Pervasieve ontwikkelingsstoornissen
• Triade van Lorna Wing: heel lang zo gezien
• Verzameling van aparte classificaties
- Autistische stoornis
- Stoornis van Asperger
- PDD-NOS (in Nederland, paar kenmerken maar niet heel duidelijk autisme)
- Stoornis van Rett (genetische afwijking)
- Desintergratiestoornis van de kindertijd
• Stoornis van Ret en Desintergratiestoornis van de kindertijd zijn er uit (weg), men weet
heel duidelijk bij deze twee stoornissen wat het probleem is
Definitie volgens DSM-5 (APA, 2014)
->Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
->AutismeSPECTRUMStoornissen
-> bestaat nogsteeds, diagnose os wel een tijd geleden gesteld
Tweedeling
- Beperkingen in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende
situaties (sociaal zijn zonder te communiceren? Communiceren zonder sociaal te
zijn?)
- Beperkte, repe%%eve gedragspatronen, interesses of ac%viteiten
Tweedeling in criteria:
Sociale communicatie
1. Tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid
2. Tekorten in non-verbale communicatie gebruikt voor sociale interactie
3. Tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties.
->Om de diagnose te kunnen krijgen moet je van de tekorten 3 op 3 scoren.
Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
1. Stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van objecten, of spraak
2. Sterke hang naar gelijkblijvendheid, het onwrikbaar vastzitten in routines, of
geritualiseerde patronen van verbaal of non- verbaal gedrag
3. Zeer beperkte, gefixeerde interesses die
4. Abnormaal hevige of abnormaal lauwe reacties op zintuiglijke indrukken of
ongewone belangstelling in zintuiglijke aspecten van het milieu
, • Overige criteria DSM 5 Last/invloed op dagelijks functioneren
• Symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode
• Symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale
of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke domeinen
• De stoornissen kunnen niet beter worden verklaard door een verstandelijke beperking
of globale ontwikkelingsachterstand.
Vb.
• Uur veranderd: iemand met autisme blokkeert, kan niet meer herorganiseren
• Kind heeft geen zin om met anderen te spelen: het kind hoort niet goed en kan niet
meedoen met gesprekken, dus het kind gaat aan de kant gaan zitten
• -> Comorbiditeit
‘Specifiers’: ernstgraad
Niveau 1: vereist ondersteuning
Niveau 2: vereist substantiële ondersteuning
Niveau 3: vereist zeer substantiële ondersteuning
-> Sociale communicatieproblemen
-> Stereotiepe gedragingen en interesses
-> Taal-spraakstoornis
Hoeveel hulp heeft iemand nodig bij deze 3 zaken:
1. Heeft hulp nodig
2. Heeft veel hulp nodig
3. Heeft heel veel hulp nodig
Kenmerken van autisme: SPECTRUM
->Iedereen is heel verschillend
Autisme is leven in extremen:
Heel veel varia%e
Introductie
Personen met:
- Au%sme
- Een verstandelijke beperking
- ADHD
- NAH
- Demen%e
- Een motorische beperking
- DCD
- Een visuele beperking
Module per doelgroep: definities, kenmerken, oorzaken, diagnostiek, behandeling, …
Algemene diagnostiek bij ontwikkelingsstoornissen: volledig in kaart brengen hoe het kind
functioneert, wat de vaardigheden zijn… om dan te besluiten of het kind tot één van de
specifieke doelgroepen behoort of meerdere.
Opbouw modules
- Eerste kennismaking (vrijblijvende voorbereidende opdrachten thuis)
- Verdieping (hoorcolleges, digitaal leerpad en zelfstudie)
- Naverwerking
Zelfstudie (dit doe je voor jezelf)
- Personen met een zelfstandige beperking
- Personen met een visuele beperking
Verantwoordelijke: Eveline vogels
- Alles wat we in het hoorcollege zien moeten we kennen
Examen:
- SchriOelijk en digitaal
- 20 meerkeuzevragen met 4 mogelijke antwoorden met telkens maar één juist antwoord
- 2 open vragen
,AUTISME
Historiek
begin jaren ‘40
Kanner: autistic disturber of affective contact (eerste keer vermelding autisme)
Hij besprook een aantal kinderen
aperger -> autistische psychopaten
Prent: de oorzaak van dat gedrag lag bij de ouders (moeders) vooral, die
afstandelijk waren
Weinig aanraking tussen moeder en kind (geen knuffels) -> ondertussen
weten we dat die moeders het beste om konden gaan met hun kind
Soms moet je als logopedist ook een koelkastmoeder zijnà geen koosnaampjes,
aanrakingen
Vanaf 1970-1980:
- grote publiek: autisme
- Triade van Lorna Wing
• Au%sme bij volwassenen
• Lorna wing = traide over au%sme: moeite met sociale rela%es
Jaren ‘90:
- Lorna Wing:
Asperger-syndroom: normale tot hoge intelligentie en geen taalachterstand
- ‘overdiagnose’
- Er is geen sprake van overdiagnose maar wel van opspooring: men wordt er beter en
beter in met het omschrijven
1. Betere opsporing
2. Uitbreidning criteria (nl IQ) de ‘normale’ groep heeO veel sneller problemen
3. Vroegditec%e: screening op jongere leeOijd
4. Groter belang aan diagnose: het opent deuren voor bepaalde hulp
,Oude definitie volgens DSM-IV
-> Pervasieve ontwikkelingsstoornissen
• Triade van Lorna Wing: heel lang zo gezien
• Verzameling van aparte classificaties
- Autistische stoornis
- Stoornis van Asperger
- PDD-NOS (in Nederland, paar kenmerken maar niet heel duidelijk autisme)
- Stoornis van Rett (genetische afwijking)
- Desintergratiestoornis van de kindertijd
• Stoornis van Ret en Desintergratiestoornis van de kindertijd zijn er uit (weg), men weet
heel duidelijk bij deze twee stoornissen wat het probleem is
Definitie volgens DSM-5 (APA, 2014)
->Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
->AutismeSPECTRUMStoornissen
-> bestaat nogsteeds, diagnose os wel een tijd geleden gesteld
Tweedeling
- Beperkingen in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende
situaties (sociaal zijn zonder te communiceren? Communiceren zonder sociaal te
zijn?)
- Beperkte, repe%%eve gedragspatronen, interesses of ac%viteiten
Tweedeling in criteria:
Sociale communicatie
1. Tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid
2. Tekorten in non-verbale communicatie gebruikt voor sociale interactie
3. Tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties.
->Om de diagnose te kunnen krijgen moet je van de tekorten 3 op 3 scoren.
Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
1. Stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van objecten, of spraak
2. Sterke hang naar gelijkblijvendheid, het onwrikbaar vastzitten in routines, of
geritualiseerde patronen van verbaal of non- verbaal gedrag
3. Zeer beperkte, gefixeerde interesses die
4. Abnormaal hevige of abnormaal lauwe reacties op zintuiglijke indrukken of
ongewone belangstelling in zintuiglijke aspecten van het milieu
, • Overige criteria DSM 5 Last/invloed op dagelijks functioneren
• Symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode
• Symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale
of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke domeinen
• De stoornissen kunnen niet beter worden verklaard door een verstandelijke beperking
of globale ontwikkelingsachterstand.
Vb.
• Uur veranderd: iemand met autisme blokkeert, kan niet meer herorganiseren
• Kind heeft geen zin om met anderen te spelen: het kind hoort niet goed en kan niet
meedoen met gesprekken, dus het kind gaat aan de kant gaan zitten
• -> Comorbiditeit
‘Specifiers’: ernstgraad
Niveau 1: vereist ondersteuning
Niveau 2: vereist substantiële ondersteuning
Niveau 3: vereist zeer substantiële ondersteuning
-> Sociale communicatieproblemen
-> Stereotiepe gedragingen en interesses
-> Taal-spraakstoornis
Hoeveel hulp heeft iemand nodig bij deze 3 zaken:
1. Heeft hulp nodig
2. Heeft veel hulp nodig
3. Heeft heel veel hulp nodig
Kenmerken van autisme: SPECTRUM
->Iedereen is heel verschillend
Autisme is leven in extremen:
Heel veel varia%e