Vissen en afibie
Inhoud
1.1 Klasse: Beenvissen.............................................................................2
1.1.1 Verschillen met kraakbeenvissen.................................................2
1.1.2 De huid.........................................................................................2
1.1.3 Schubben......................................................................................2
1.1.4 Het skelet......................................................................................2
1.1.5 Zintuigen......................................................................................3
1.1.6 De zijlijn........................................................................................3
1.1.7 Zwemblaas...................................................................................3
1.1.8 Kieuwen........................................................................................3
1.2 Klasse: amfibiën..................................................................................4
1.2.1 Aanpassing aan landleven............................................................4
1.2.2 Enkele typische kenmerken amfibiën...........................................4
1.2.3 Metamorfose.................................................................................4
1.2.4 Ademhaling...................................................................................7
1.2.5 Bloedvatenstelsel.........................................................................7
1
, Toegepaste dierkunde vissen en amfibie
1.1 Klasse: Beenvissen
1.1.1Verschillen met kraakbeenvissen
Skelet is benig
Kieuwen naar buiten afgedekt door kieuwdeksel
De huid beschermd door schubben
Een zwemblaas is aanwezig (ontwikkeling in zoetwater
1.1.2De huid
Epidermis (bevat slijmklieren) + dermis
Schubben:
o Liggen in dermis
o Dood materiaal
o Bedekt door levende laag
Dik (forellen)
Dun
Lijkt schubloos
Functie: bescherming
1.1.3Schubben
De voorpunt in de huid
Vrij achtereind bedekt voorste deel volgende schub
(=dakpansgewijs)
o Enkel achtereinde schub te zien
Bij groeien geen schubben bijgevormd maar schubben
vergroten = groeien aan
Aantal schubben verandert niet=> groeiringen
o Elke ring groeiperiode=> schatting leeftijd
1.1.4Het skelet
Drie delen: schedel, wervelkolom, vinnen
o Vinnen: pare en onpare vinnen
Onpare vinnen of verticale vinnen:
Staartvin: makkelijk het water kan klieven bij het
stijgen
o Inwendig meestal asym.
o Uitwendig asym.=> heterocercale staartvin
(haaien)
o Uitwenidg sym.=> homocercaal (meeste
beenvissen)
Aarsvin
Vetvin bij sommige vissen (zalmachtigen)
2