WPO1: Psychologie is een wetenschap
Kritiek 1: Psychologie baseert zich enkel op het gezond verstand.
- Media: websites, onwetenschappelijke magazines (bv. Flair)
o Vb: vrouwen tolereren meer pijn dan mannen.
- Volkswijsheden
o Vb: we maken maar gebruik van 10% van onze hersenen.
Kritiek 2: Psychologie maakt geen gebruik van wetenschappelijke methoden.
- Kenmerken van ‘echt’ wetenschappelijk onderzoek:
o Vertrekken van empirisch/observeerbare gegevens
o Empirische gegevens systematisch verzamelen zodat ze tevens representatief zijn
o Methodologie die eenduidige conclusies mogelijk maakt
Kritiek 3: Psychologie kan geen zinvolle bijdragen leveren over mensen in het algemeen omdat iedereen zo
uniek is.
- Een persoon zijn uniekheid ondermijnt niet noodzakelijk de effectiviteit van psychologische
interventies
- Unieke variabelen zijn grotendeels of geheel irrelevant voor de onderliggende mechanismen
- Dit wil natuurlijk niet zeggen dat men een persoon kan herleiden tot een diagnose of label
Onderzoeksmethoden aan de VUB
- KLEP (Klinische en levenslooppsychologie)
o Klinische psychologie
o Persoonlijkheidspsychologie
o ontwikkelingspsychologie
- EXTO (Experimentele en toegepaste psychologie)
o Sociale psychologie
o Biologische psychologie
o Cognitieve psychologie
o Arbeids-en organisatiepsychologie
Het onderzoeksproces
1. Theorievorming: wat wil ik onderzoeken?
Literatuurstudie
Opstellen onderzoeksvraag
o Vb. kan sociale druk het oordeel van een groepslid veranderen?
,2. Hypothesevorming: welke resultaten voorspel ik?
o Vb. sociale druk heeft geen effect op onze oordeelsvorming over onbetwistbaar duidelijke
objecten.
Variabele: Elk kenmerk dat kan veranderen (in waarde) en dat gemeten kan worden.
o Onafhankelijke variabele: De variabele die een onderzoeker verandert of varieert om te zien
of dat effect heeft op een andere variabele.
(vb. sociale druk)
o Afhankelijke variabele: De variabele die de onderzoeker meet om te zien of die wordt
beïnvloed door de onafhankelijke variabele.
(vb. oordeelsvorming)
o Storende variabele
o Controle variabele
o Natuurlijke variabele: Waarde kan met niet zelf bepalen.
(vb. geslacht, familieband, opleiding, …)
o Experimentele variabele: De onderzoeker kan de waarde wel zelf bepalen. (vb. lichtintensiteit,
sociale druk, temperatuur,…)
Soorten hypotheses:
o Nulhypothese: Er is geen verband tussen de OV en AV.
(vb. sociale druk heeft geen invloed op oordeelsvorming)
o Alternatieve hypothese: Er is wel een verband tussen de OV en AV.
(vb. sociale druk heeft wel invloed op oordeelsvorming)
Soorten alternatieve hypotheses:
o One-tailed hypothese: Voorspelt de richting van het verband niet.
(vb. sociale druk heeft een invloed op de oordeelsvorming (ja-neen))
o Two-tailed hypothese: Voorspelt de richting van het verband.
(vb. sociale druk heeft een negatieve invloed op de oordeelsvorming)
3. Operationalisatie: hoe meten we de variabelen?
De operationele definitie van een variabele geeft weer hoe we die variabele gaan meten in het onderzoek.
(vb. Asch: Oordeelsvorming wordt gemeten door het aantal foutieve antwoorden
Elke variabele moet geoperationaliseerd (meetbaar maken) worden.
Oefening 1
, Onderzoeksvraag: Wat is het effect van de intensiteit van lawaai en verlichting op de verwerkingssnelheid van
het werkgeheugen?
- Wat is de OV en AV?
- Hoe zou je deze operationaliseren?
- OV: Lawaai
- Operationalisatie OV: Veel lawaai – boven x decibel
Weinig lawaai – onder x decibel verschillende condities
- AV: Verwerkingssnelheid van het werkgeheugen
- Operationalisatie AV: Reactietijd
Oefening 2
Onderzoeksvraag: Wat is bij jonge kinderen het effect van temperatuur in de mate dat kinderen gelukkig zijn?
- OV: Temperatuur
- Operationalisatie OV: Hoge temperatuur (boven x°C)
Gemiddelde temperatuur (tussen x°C)
Lage temperatuur (onder x°C)
- AV: De mate dat ze gelukkig zijn
- Operationalisatie AV: Aantal glimlachen per uur
4. Data verzamelen
- Verschillende onderzoeksmethoden:
o Beschrijvend onderzoek: verzamelen van gegevens en feiten.
(vb. observaties, vragenlijsten, interviews)
o Relationeel onderzoek: verklaren en voorspellen van verschijnselen door correlaties.
(vb. Is er een verband tussen geweld en het spelen van videogames?)
Pas op! Verband =/= Oorzaak-gevolg
o Causaal-experimenteel onderzoek: Oorzaak-gevolg relatie
5. Data analyse en interpretatie
- Verschillende mogelijke analyses, afhankelijk van je onderzoeksopzet
o SPSS
o R
- Tijdens het verwerken van de resultaten kunnen er verschillende ‘biassen’ optreden.
Kritiek 1: Psychologie baseert zich enkel op het gezond verstand.
- Media: websites, onwetenschappelijke magazines (bv. Flair)
o Vb: vrouwen tolereren meer pijn dan mannen.
- Volkswijsheden
o Vb: we maken maar gebruik van 10% van onze hersenen.
Kritiek 2: Psychologie maakt geen gebruik van wetenschappelijke methoden.
- Kenmerken van ‘echt’ wetenschappelijk onderzoek:
o Vertrekken van empirisch/observeerbare gegevens
o Empirische gegevens systematisch verzamelen zodat ze tevens representatief zijn
o Methodologie die eenduidige conclusies mogelijk maakt
Kritiek 3: Psychologie kan geen zinvolle bijdragen leveren over mensen in het algemeen omdat iedereen zo
uniek is.
- Een persoon zijn uniekheid ondermijnt niet noodzakelijk de effectiviteit van psychologische
interventies
- Unieke variabelen zijn grotendeels of geheel irrelevant voor de onderliggende mechanismen
- Dit wil natuurlijk niet zeggen dat men een persoon kan herleiden tot een diagnose of label
Onderzoeksmethoden aan de VUB
- KLEP (Klinische en levenslooppsychologie)
o Klinische psychologie
o Persoonlijkheidspsychologie
o ontwikkelingspsychologie
- EXTO (Experimentele en toegepaste psychologie)
o Sociale psychologie
o Biologische psychologie
o Cognitieve psychologie
o Arbeids-en organisatiepsychologie
Het onderzoeksproces
1. Theorievorming: wat wil ik onderzoeken?
Literatuurstudie
Opstellen onderzoeksvraag
o Vb. kan sociale druk het oordeel van een groepslid veranderen?
,2. Hypothesevorming: welke resultaten voorspel ik?
o Vb. sociale druk heeft geen effect op onze oordeelsvorming over onbetwistbaar duidelijke
objecten.
Variabele: Elk kenmerk dat kan veranderen (in waarde) en dat gemeten kan worden.
o Onafhankelijke variabele: De variabele die een onderzoeker verandert of varieert om te zien
of dat effect heeft op een andere variabele.
(vb. sociale druk)
o Afhankelijke variabele: De variabele die de onderzoeker meet om te zien of die wordt
beïnvloed door de onafhankelijke variabele.
(vb. oordeelsvorming)
o Storende variabele
o Controle variabele
o Natuurlijke variabele: Waarde kan met niet zelf bepalen.
(vb. geslacht, familieband, opleiding, …)
o Experimentele variabele: De onderzoeker kan de waarde wel zelf bepalen. (vb. lichtintensiteit,
sociale druk, temperatuur,…)
Soorten hypotheses:
o Nulhypothese: Er is geen verband tussen de OV en AV.
(vb. sociale druk heeft geen invloed op oordeelsvorming)
o Alternatieve hypothese: Er is wel een verband tussen de OV en AV.
(vb. sociale druk heeft wel invloed op oordeelsvorming)
Soorten alternatieve hypotheses:
o One-tailed hypothese: Voorspelt de richting van het verband niet.
(vb. sociale druk heeft een invloed op de oordeelsvorming (ja-neen))
o Two-tailed hypothese: Voorspelt de richting van het verband.
(vb. sociale druk heeft een negatieve invloed op de oordeelsvorming)
3. Operationalisatie: hoe meten we de variabelen?
De operationele definitie van een variabele geeft weer hoe we die variabele gaan meten in het onderzoek.
(vb. Asch: Oordeelsvorming wordt gemeten door het aantal foutieve antwoorden
Elke variabele moet geoperationaliseerd (meetbaar maken) worden.
Oefening 1
, Onderzoeksvraag: Wat is het effect van de intensiteit van lawaai en verlichting op de verwerkingssnelheid van
het werkgeheugen?
- Wat is de OV en AV?
- Hoe zou je deze operationaliseren?
- OV: Lawaai
- Operationalisatie OV: Veel lawaai – boven x decibel
Weinig lawaai – onder x decibel verschillende condities
- AV: Verwerkingssnelheid van het werkgeheugen
- Operationalisatie AV: Reactietijd
Oefening 2
Onderzoeksvraag: Wat is bij jonge kinderen het effect van temperatuur in de mate dat kinderen gelukkig zijn?
- OV: Temperatuur
- Operationalisatie OV: Hoge temperatuur (boven x°C)
Gemiddelde temperatuur (tussen x°C)
Lage temperatuur (onder x°C)
- AV: De mate dat ze gelukkig zijn
- Operationalisatie AV: Aantal glimlachen per uur
4. Data verzamelen
- Verschillende onderzoeksmethoden:
o Beschrijvend onderzoek: verzamelen van gegevens en feiten.
(vb. observaties, vragenlijsten, interviews)
o Relationeel onderzoek: verklaren en voorspellen van verschijnselen door correlaties.
(vb. Is er een verband tussen geweld en het spelen van videogames?)
Pas op! Verband =/= Oorzaak-gevolg
o Causaal-experimenteel onderzoek: Oorzaak-gevolg relatie
5. Data analyse en interpretatie
- Verschillende mogelijke analyses, afhankelijk van je onderzoeksopzet
o SPSS
o R
- Tijdens het verwerken van de resultaten kunnen er verschillende ‘biassen’ optreden.